
Ya Mum’s Ur Dad, Dingle Inbreds
De dag nadat Celtic de titel had verloren zat ik op het vliegveld te wachten tot ik weer terug kon vliegen naar Nederland. Op tv was Burnley v Sheffield United bezig. Het leek me niet echt spannend, want de Blades zouden dit wel gaan winnen. Dat bleek echter niet het geval te zijn. Burnley won en op Edinburgh Airport nam ik me voor om het seizoen erop naar Blackburn Rovers v Burnley te gaan. Op het moment dat de fixtures uitkwamen was dat ook de wedstrijd waar ik meteen naar op zoek ging. Het werd de 17e van november. Die datum en de dag erop – in verband met het verzetten van de wedstrijd voor de tv - werden met een dikke stift omcirkelt. Dit weekend zou ik alle verplichtingen en andere flauwekul wegwuiven, want dit was het weekend van The East Lancashire derby. Uiteraard werd hij verzet naar de zondag, voeg in de middag om het hooliganelement geen kans te geven zich vol te gooien met alcohol. Ook werd er een – voor Engeland zeer ongebruikelijke – combiregeling aangekondigd. Veel genuil was het gevolg, maar ze mogen zich daar gelukkig prijzen dat er geen Nederlandse wetgeving hebben, want dan hadden ze ook combi’s naar de meest gekke plekken.
Enfin, we sliepen in Bury dus het was nog een klein stukje rijden naar Blackburn. De Navman - die tijdens de trip uitgroeide van een navigatiesysteem tot een zeer goede vriend - stuurde ons door allerlei gekke plaatsjes. Zo zagen we eens wat van East Lancashire. Best een mooi gebied. Het was druilerig weer en ijskoud. Veel heuvels en lege fabrieken met hoge schoorsteenpijpen zorgden ervoor dat we echt het gevoel hadden dat we in de jaren tachtig waren beland. Navman bleek het goed met ons voor te hebben, want voor de tweede dag op rij kwamen we uit bij de Little Chef voor ons ontbijt. Ik koos voor de toast, terwijl 1904 zich ditmaal wel durfde te wagen aan de gefrituurde boterhammen met witte bonen. De volgende dag kreeg hij hier de rekening voor gepresenteerd in de vorm van snelle klei, maar op dat moment smaakte het wel. Gastronomisch was het overigens een paradijs, want buiten de Little Chef hadden we ook de keuze op bij de McDonalds te gaan ontbijten. En dan klagen onwetenden wel eens over de eetcultuur van Engeland.
De Navman liet ons zien dat Accrington deze dag een erg verdeelde stad was. Shirts van Accrington Stanley waren niet te zien, maar wel plukjes mensen met Burnley- of Blackburnshirts. Er werd door de politie gerekend op veldslagen in Accrington, maar wij hebben daar niets van gezien. Wat we wel zagen was de Crown Ground, het stadion van Accrington Stanley. Het was meer een veredelde Conferenceground, maar toch minder beroerd dan ik had verwacht. Ik begreep dan ook niet waarom SJ het hier maar 20 minuten had uitgehouden, want ook hier leek het alsof je een stapje terug deed in de tijd. Na deze vinck was het tijd om naar Blackburn te gaan. Dat leek meer op Kabul, want overal stond politie. Al kilometers rondom het stadion. Het is duidelijk dat ze in Engeland niets meer gewend zijn, want zoveel politie heb ik zelfs niet bij de Old Firm of West Ham v Millwall gezien. Nadeel van deze drukte was dat we lastig konden parkeren. Uiteindelijk gingen we maar een straatje in waar een bord stond dat football parking verboden was. Toch maar even de naïeve buitenlander uitgehangen en de auto er neergezet. Opdracht 1 was voltooid, nu was het tijd voor opdracht 2: een kaartje voor 1904 zoeken.
Hoe dichter we bij Ewood Park kwamen, hoe meer politie er stond. Er stonden zelfs militairen en een soort scouts. Het viel me meteen op dat Ewood Park van buiten een echt stadion was. Ik had het allemaal veel moderner verwacht, maar het had wel wat. Hoogtepunt was de oude Riverside stand, met daarachter het riviertje de Darwen. In de krochten van die tribune stond allerlei oude meuk. Eigenlijk heel PL-onwaardig, maar daardoor juist leuk. Dit was wel wat anders dan de klinische stadions die je zo nu en dan ziet. Verder was het monument ter ere van Jack Walker mooi om te zien. Vooral de grote zandsteen van het oude turnstileblok van de Blackburn End met daarop "Rovers F.C." is erg leuk om te zien. Goed dat een club haar roots niet vergeet. Rondom het stadion was het goed toeven, maar bij het ticketoffice een stuk minder. Het was uitverkocht en er waren geen tickets teruggestuurd. We waren niet de enige die op zoek waren naar kaartjes, want er stond ook een vlezige figuur die op zoek was naar een ticket. Later kwamen er nog meer mannetjes bij op zoek naar kaartjes. Onze zoektocht naar een tweede kaartje leek een onmogelijk missie te worden en uiteindelijk hing 1904 samen met de lokale chavs rondom het stadion. De CCTV zal het geheel terecht met argusogen hebben gevolgd.
Gelukkig had ik dankzij een bevriende Schot wel een ticket kunnen regelen. Hij was de afgelopen jaren zeker vijf keer geweest en had een actuele booking history. De plek was ook perfect. Ik zat op de Jack Walker Stand, vlakbij de Burnley-fans. Doordat ik op de upper tier zat (rijtje 1) kon ik alles goed in de gaten houden. Buiten hadden we de Clarets al horen zingen en eenmaal binnen bleken ze inderdaad flink de stembanden aan het oefenen zijn. Het mooie was dat ik naar mijn plaats liep en door enkele fans van Burnley werd begroet met de befaamde twee vingers en keeldoorsnijgebaren. Dat was natuurlijk genieten. Rot op met die Fairplay onzin van de laatste tijd. Die figuren haten elkaar en hadden natuurlijk gelijk dat ze mij een rukker vonden en graag wilden vermoorden, omdat ze dachten dat ik een Rover was. Het gezang vanuit het Burnley-vak was imposant om te horen. Hoe voller de tribunes kwamen met Rovers, hoe meer tegengas er werd gegeven, maar de Clarets wonnen de slag op tribunes.
DJ's zijn vaak mannetjes die zichzelf heel wat vinden. Soms slagen ze er in om de sfeer van de dag aan te voelen, maar meestal zijn ze vooral bezig met zichzelf te profileren. Zo ook de DJ van Blackburn. Terwijl beide fangroepen tegen elkaar aan het opzingen waren besloot deze idioot keihard muziek te gaan draaien en dan ook nog eens van die zoutloze Idolsmuziek. Wat een pipo, want de build up is een van de mooiste dingen van zo'n derby en dat probeerde hij danig te verpesten. Beide supportersgroepen hadden ook diverse spandoeken meegenomen om elkaar te provoceren. Een paar Burnley-fans in oranje gevangenispakken (waarom?) hadden er eentje bij waar "Fat Jack is a Claret" stond. Dit omdat ze een aantal dagen hiervoor ’s nachts naar Ewood Park waren gereden en zijn standbeeld vol met Burnley-handel hadden gehangen. Vanuit Blackburn-zijde waren er de gebruikelijke spandoeken over de veronderstelde inteelt bij de Clarets, zoals “Ya Mum’s Ur Dad, Dingle Inbreds”. Het gekke was dat de autoriteiten vrij opgefokt waren rondom het stadion, maar deze doeken niet werden verwijderd.
Het prematch entertainment was dus uitstekend te noemen. Ik zat te genieten. Ook de omstandigheden speelden uitstekend mee. Het was zo druilerig en donker dat werd besloten om de stadionverlichting aan te steken. Dat zorgde voor een wat sinistere achtergrond. Gelukkig dempte de DJ zijn herrie en kwamen de spelers op. Let the derby begin! Normaal is het vooral aftasten in het begin van zo’n belangrijke wedstrijd. Nu klapten beide ploegen er meteen op. Robbie Blake – een van de boegbeelden van Burnley met zijn 61 goals goals in 220 wedstrijden – schoot de bal al raak. Het eerste competitiedoelpunt van Burnley in 26 jaar tegen Blackburn was een feit. En dat al binnen vijf minuten. Ik was blij dat ik niet snel even bij de bookies in het stadion op een 0-0 had ingezet. In het uitvak werden ze helemaal gek. Het mooiste was een oud mannetje (ik schat hem zo’n jaar of 85) in een rolstoel. Hij rolde zijn stoel richting ons vak en maakte een aftrekgebaar. Eerst was ik in totale shock, maar daarna kon ik er wel om lachen. Vooral toen zijn begeleider hem weer terughaalde en hij maar obscene gebaren bleef maken. Mooi figuur.
Nog geen vier minuten was het weer gelijk. Nota bene David Dunn – geboren en getogen in Blackburn en een absolute held – maakte de 1-1. Ik werd omhelst door een mannetje in een t-shirt naast me. Hij brulde iets van “fucking inbreds Dingles”. Het begin was dus geweldig en het werd nog beter. Huurling Di Santo kopte namelijk na gestuntel achterin de 2-1 tegen de touwen. Opnieuw ontplofte Ewood Park. De eerste mannetjes die hun emoties niet konden inhouden werden afgevoerd. Drie doelpunten in twintig minuten, het kon slechter. Dit was on-derbyachtig. Daarna werd het wat minder, maar de sfeer bleef uitstekend. Soms kon ik mijn ogen niet meer op de wedstrijd houden, omdat er zoveel tussen de beide supportersgroepen gebeurde. Randactiviteiten zijn zo leuk om te volgen. Vooral als er mensen helemaal uit hun plaat gaan, alleen maar door een wankergebaar. Ik vraag me altijd af hoe die in het normale leven op een provocatie reageren. Ondertussen maakte Blackburn op slag van rust de 3-1. Clubhoer Pascal Chimbonda – die zijn zakken flink heeft gevuld met dat clubhoppen – maakte met een droge knal de 3-1. Stiekem best jammer, want dit was natuurlijk erg slecht voor de wedstrijd.
In de rust was het tijd om de aardappels eens af te gieten. Naast me begon een mannetje te vertellen over hoe blij hij was dat het 3-1 stond tegen de Inbreds. Ik denk dat het lang geleden is dat ik die term zo vaak heb gehoord als deze middag. In de catacomben werd er zelfs gezongen over hoe de familieverhoudingen lagen in de families van de Burnley-fans. De vader en de moeder waren in ieder geval dezelfde persoon, maar de vader was tevens de zus en de neef. Daarentegen was de moeder ook de oma en tevens het kleinkind. Om dit te begrijpen moet je hogere wiskunde hebben gestudeerd. Met een warme chocolademelk – die smaakte naar uilenzeik – ging ik weer terug naar mijn plek. Beneden me waren de lokale chavs elkaar aan het uitdagen. Het mooie was dat je amper verschil zag tussen wie nu Blackburn was en wie Burnley, maar dat ze elkaar toch héél verschillend vonden. De wedstrijd zelf was in de tweede helft een stuk minder. Het lukte Burnley maar niet om te scoren. Dit was niet naar de zin van een raar mannetje. Hij trok zijn broek uit en liep in zijn onderbroek – compleet met remsporen – het veld op. 173 mannetjes in oranje hesjes sprongen op hem en meneer werd afgevoerd. Het mooie was dat 1904 zag dat hij in zijn onderbroek in het politiebusje werd gegooid.
Burnley bleef redelijk combineren, maar de kansen die ze kregen werden makkelijk gepakt door Paul Robinson. Het “England's Number One” schalde door het stadion, hoewel het nu niet echt zulke wereldreddingen waren. De stewards begonnen ondertussen genoeg te krijgen van de provocerende chavs en een aantal werden afgevoerd. Sommige op niet al te lichtzinnige wijze. Ineens kwam er een blondine, die ook afgevoerd wilde worden. Blijkbaar was een van die mannetjes haar vriend. Gelukkig stond 1904 buiten goed op te letten en zag dat deze blonde dame een verklaring moest afleggen voor de camera. Het enige dat ze deed was schelden, schelden en nog eens schelden. Dat moet een mooie video zijn. De verwijderde figuren misten de 3-2. Ex-NEC speler Chris Eagles was de doelpuntenmaker. Het was te laat. Daarna kregen de Clarets geen grote kansen meer, terwijl Blackburn de 4-2 eigenlijk had moeten maken. Na het laatste fluitsignaal natuurlijk groot feest bij de Rovers. Onder luid gezang liep ik met de Blackburn-fans het stadion uit. Het was een mooie wedstrijd geweest. 1904 moest met pijn in het hart afscheid nemen van zijn chav-vrienden, waarna we weer richting het vasteland reden. Het was echt een topweekend geweest, met de derby als smakelijk toetje. Burnley v Blackburn, wanneer is dat eigenlijk precies?