
Blackburn Rovers 1995
Sinds de invoering van de Premier League in 1992 zijn er slechts vier verschillende kampioenen geweest. Manchester United, Arsenal en Chelsea zal iedereen zo op lepelen, maar de vierde zal wat minder bekend zijn bij de jongere generatie. In 1995 was het namelijk Blackburn Rovers dat de titel voor de neus van Manchester United wegkaapte. Tot op de dag van vandaag iets dat Alex Ferguson nog altijd dwarszit, Zelfs nu, zo'n veertien jaar later, zeurt hij nog wel eens over het mislopen van deze titel. Manchester United had namelijk met een overwinning op de laatste dag de titel nog gehaald, maar ene Ludek Miklosko stond ze in de weg. Voor Blackburn blijft deze titel het mooiste moment in hun moderne voetbalgeschiedenis.
De titel van Blackburn werd door sommige gezien als een gekochte titel, maar het was geen titel gewonnen door een club zonder historie. De Blackburn Rovers zijn namelijk geen koekenbakkers. Het is de enige club die driemaal de FA Cup op rij won (van 1883 t/m 1885). Daarmee hebben ze zich het recht verworven om met driehoekige cornervlaggetjes te spelen ipv rechthoekige. Dat zijn nog eens privileges. Het was dan ook niet meer dan logisch dat Blackburn werd uitgenodigd om, als een van de twaalf clubs, deel te nemen aan de eerste editie van de Football League. De prijzen bleven ondertussen binnenstromen. In 1889 en 1890 was er opnieuw winst in de FA Cup. In 1912 en 1914 won de club ook de landstitel. Na WO I werd het allemaal iets minder. Een FA Cup in 1928 was het laatste succes en in 1936 gebeurde het onmogelijke; Blackburn Rovers degradeerde voor het eerst in zijn bestaan, tegelijkertijd met Aston Villa. Tot dan toe waren het de enige twee founder members die sinds de oprichting in 1888 op het hoogste niveau hadden gespeeld.
Er volgde weer een promotie en opnieuw een degradatie. In de FA Cup bleef Blackburn een lastige klant, met twee halve en een hele finale. Terwijl in 1966 Engeland in een feestroes was door de winst op het WK, was het in Blackburn doom & gloom. De club was wederom gedegradeerd naar het tweede niveau en ditmaal zou een terugkeer lang op zich later wachten. Maar liefst 26 jaar zou Blackburn in het vagevuur van de Engelse lower leagues ronddwalen. De ultieme vernedering vond plaats in 1971, toen de club zelfs naar het derde niveau kelderde. Blackburn leek gedoemd tot een bijrol in de marge. Blackburn Rovers werd een heen-en-weer, maar wel tussen het tweede en derde niveau. Eigenlijk een tweevoudig landkampioen en zesvoudig winnaar van de FA Cup onwaardig.
De lokale staalbaron Jack Walker kon het niet meer aanzien en besloot in 1991 de club over te nemen. Blackburn Rovers was net als 19e geëindigd in de Second Division. Vier punten minder en de Rovers hadden weer mogen spelen op het derde niveau. Walker besloot niet meteen in te grijpen en liet manager Don Mackay zitten. Die bleef slecht presteren, ondanks dat Walker hem had laten investeren in enkele goede spelers. Na twee maanden was het dus exit Mackay en Walker ging op zoek naar een nieuwe manager. er werden veel namen verwacht, maar zo groot als degene die het werd had niemand verwacht. Kenny Dalglish werd namelijk in oktober 1991 voorgesteld als nieuwe technische baas op Ewood Park. Enkele maanden eerder had hij nog ontslag genomen bij Liverpool. Niet op sportieve gronden (Dalglish was enorm succesvol bij Liverpool en was titelhouder op het moment dat de Schot opstapte), maar vanwege zijn gezondheid. Het verhaal van Walker sprak hem enorm aan en met drie landstitels en twee FA Cups gewonnen als manager van Liverpool in vijf jaar tijd, stapte Dalglish in bij de nummer 15 van de Second Division. Weinigen die het begrepen in Engeland.
Dalglish slaagde erin om de club naar de playoffs te loodsen. Na eerst Derby County opzij te hebben gezet, moest ook Leicester City er in de finale aan geloven. Blackburn Rovers was weer terug op het hoogste niveau, dat vanaf dat seizoen de Premier League zou heten. Daarmee is Blackburn Rovers samen met Aston Villa en Everton de enige club die zowel bij de oprichting van de Football League in 1888 als de Premier League in 1992 aanwezig was. Jack Walker was erg tevreden en Dalglish mocht flink investeren. Na het aantrekken van Dalglish deed een actie van Walker opnieuw de Engelse voetbalwereld op zijn grondvesten schudden. De club legde namelijk 3.5 miljoen pond neer voor een voetballer. Dat was in Spanje en Italië heel gewoon, maar het Engelse voetbal lag destijds op zijn gat: Europese uitsluiting en qua tv-gelden was het ook geen vetpot (Sky zou dat overigens snel veranderen). De voetballer in kwestie was Alan Shearer van Southampton, die later nog voor een veelvoud zou worden verkocht aan Newcastle. Daarnaast werd er met Greame Le Saux (Chelsea), Stuart Ripley (Middlesbrough) en Kevin Gallacher (Coventry) allemaal grote namen aangetrokken. Walker en Dalglish waren namelijk niet van plan om meteen weer te degraderen. Dalglish wilde ook Roy Keane hebben, maar de onbetrouwbare Ier koos - ondanks een mondeling akkoord - voor Manchester United. Later zou Dalglish vaker problemen hebben om spelers te motiveren om naar Blackburn te komen. Het industriestadje is niet echt leuke plek om te wonen en daardoor gingen een aantal transfers niet door.
Blackburn deed het zelfs boven de verwachtingen en deed lang mee om de titel. Uiteindelijk bleek het gemis van een goede keeper, een goede verdedigende middenvelder en een spits naast Sutton de club op te breken. Toch was een vierde plek geen slecht resultaat voor de debutant. Dankzij het chequeboekje van Walker loste Dalglish twee van de drie problemen op. De Engelse internationals Tim Flowers (Southampton) en David Batty (Leeds) werden aangetrokken en stiekem werd Blackburn in het rijtje van titelfavorieten gezet. Uiteindelijk was een tweede plek het hoogsthaalbare. Man United was nog net iets te sterk, maar samen met Newcastle United had Blackburn de traditionele topclubs uit de jaren 60, 70 en 80 achter zich gelaten. Nu was het alleen wachten tot een van deze twee clubs de ultieme coup kon plegen en Manchester United van zijn troon kon stoten.
Na de tweede plek wist Dalglish precies wat hij miste. Het laatste puzzelstukje speelde namelijk bij Norwich. Het was de 21-jarige Chris Sutton, een spits die in de ogen van de manager een dodelijk duo kon gaan vormen met Shearer. Norwich wilde hem echter niet kwijt. Na overleg met Walker mocht Dalglish opnieuw het transferrecord breken om Sutton te halen. Vijf miljoen pond moest hij voor hem neerleggen. Het was het begin van het legendarische spitsenduo SAS. In de bekers liep het voor geen meter. Al rap werden de Rovers uitgeschakeld in de League, FA en UEFA Cup. Achteraf gezien misschien wel gunstig, want het team kon zich helemaal concentreren op de competitie. Eind april stond Blackburn acht punten voor op de enige overgebleven belager, Manchester United. Erg knap, want in de onderlinge confrontaties was Man United aan alle kanten geholpen. Er werden spelers van blackburn uitgestuurd zonder enige reden, Man United kreeg rare penalty’s mee en de spelers van Man United kwamen overal mee weg. Overbodig om te melden dat Blackburn beide confrontaties verloor. Op het moment dat de titel binnen leek ging de ploeg echter chocken met nog zes wedstrijden te gaan.
Het bizarre is dat met name de rivalen van Man United juist punten gingen pakken van Blackburn. Eerst was het Leeds dat met 1-1 gelijkspeelde. De week erop won de destijds grijze middenmotor Man City met 2-3 op Ewood Park tot vreugde van de stadsgenoot. Op het tandvlees werd Crystal Palace in eigen huis verslagen, maar uit tegen West Ham verloor Blackburn zonder enige iets in te brengen. Het was dat Newcastle in een dramawedstrijd met 1-0 werd verslagen. Ironisch genoeg was het juist Geordie Shearer die het doelpunt maakte. Hierdoor ging Blackburn met twee punten voorsprong (maar een veel slechter doelsaldo) de laatste wedstrijd in. Voor de mannen van Kenny Dalglish stond er een uitwedstrijd tegen nummer 5 Liverpool op het programma, terwijl Manchester United naar Upton Park moest voor een wedstrijd tegen nummer 13 West Ham. Uiteraard zeurde en huilde Ferguson weer de hele tijd dat Liverpool Blackburn zou laten winnen, doordat legende Dalglish daar op de bank zat en dat Liverpool Man United de titel niet gunde. Gek hè, met zulk calimerogedrag. Over West Ham repte Ferguson met geen woord. Dat was een inferieur ploegje en daar zou zeker wel tegen gewonnen worden.
68 kilomter, zo lang duurt de busreis van Ewood Park naar Anfield Road. Een uurtje rijden dus. Voor de spelers van Blackburn leek het wel dagen te duren. Het duurde en het duurde maar. Kenny Dalglish ging zo'n vier keer naar de wc en sommige spelers werden gewoon ziek van de spanning. Het was een van de belangrijkste wedstrijden in de historie van de club en de spelers wisten dat ze het aan zichzelf te wijten hadden, want er waren zoveel punten verloren de weken voorafgaand aan deze wedstrijd. Een paar honderd kilometer verderop reisde een bus met veel meer vertrouwen naar Londen. West Ham zou wel even gepakt worden. Daar waren ze alleen aan het hopen dat die smerige Scousers hun werk deden. Helaas deden ze dat ook. Liverpool won met 2-1. Een resultaat waar veel Liverpool-fans niet echt blij mee waren. Hun Spice Boys hadden het hele seizoen al onder hun kunnen gespeeld en juist nu ze het wel een keertje rustiger aan mochten doen, deden ze wel hun best. Dat was titel drie op rij voor de Mancunians. Hoewel, de tussenstanden uit Londen leken niet goed door te komen. 1-1 was het laatste wat ze gehoord hadden en daarna was het stil geweest. Het bleek te kloppen, want ene Ludek Miklosko stopte de ene naar de andere bal. Op één bal na hield hij er werkelijk alles uit. Het bleef 1-1 en de Rovers waren kampioen. Na de wedstrijd zette Ferguson opnieuw de Calimerodop op en zeurde dat de West Ham spelers wel erg blij waren met het punt. Ondertussen ging het in Liverpool los. Ondanks de nederlaag toch de titel. De Scousers op de tribune waren nu dubbel tevreden: zij de winst en de Rovers toch kampioen. De man die het meest gelukkig was zat hoog op de tribune. De droom van Jack Walker was namelijk uitgekomen. Blackburn Rovers was voor het eerst sinds 1914 weer landskampioen.

Het duo Shearer en Sutton (SAS), goed voor 49 goals in 1994/1995