You're not Smiling Anymore
Teletoeterbekers, ik mag er graag over lezen. De Watney Cup, de FA Vase, de Texaco Cup en de Auto Windscreen Trophy, het kan me niet obscuur genoeg zijn. Ik vond het dan ook mooi om in 2006 getuige te zijn van de finale van de LDV Vans Trophy in het Millennium Stadium. Er staat toch wel iets op het spel en dat merk je vaak aan de fans en het is leuk om een beker uitgereikt te zien worden. Op het moment dat ik een sms'je van Andy kreeg dat het mogelijk was om na Dundee United v Celtic naar het nabijgelegen Perth te rijden om daar de finale van de Alba Challenge Cup te kunnen bijwonen, was ik meteen enthousiast. Sowieso vind ik de finalisten Dundee FC en Inverness Caledonian Thistle wel aardige clubs en het McDiarmid Park had ik nog nooit bezocht met een wedstrijd. Sowieso, voetbal is altijd leuk om te bezoeken en zo'n buitenkansje wil ik dan ook niet laten liggen. Met een beetje geluk ben je getuige van een ware klassieker. Beide clubs zijn ook nog eens de twee grootste dit seizoen in de First Division, dus de kans was groot op een redelijk vol stadion. Allemaal pluspunten en redenen om naar Perth te gaan.
Wat is de Alba Challenge Cup precies voor een beker? Het is een cup die sinds 1990 bestaat. In dat jaar bestond de Scottish Football League 100 jaar en ter ere daarvan werd er een bekercompetitie opgestart waaraan alleen clubs mee mochten doen die in de SFL speelden. Geen SPL-clubs dus en ook geen non-leagueclubs, dus in totaal dertig teams vandaag de dag. De houder op dit moment is Airdrie United, sowieso de club die het meest succesvol is geweest in deze beker. Maar liefst viermaal ging het kleinood mee naar Airdrie. Voor de rest zijn Falkirk (drie maal) en Hamilton Academical (twee keer) meervoudige winnaars van de beker. De teams van vandaag hebben allebei tweemaal in de finale gestaan en die eenmaal gewonnen en eenmaal verloren. Dundee was zelfs de eerste club die hem ooit won. Voor beide clubs was er vandaag dus de kans om bij de meervoudige winnaars van de Challenge Cup te komen. Een unieke mogelijkheid die ze allebei niet aan zich voorbij zouden willen laten gaan.
Het stadion voor deze wedstrijd was dus het McDiarmid Park, dat zowat het vaste stadion voor deze bekerfinale is. Op zich niet echt eerlijk voor Inverness, terwijl de Dees slechts een half uurtje in de auto moeten zitten. Toch is de keuze ook weer wel logisch, want voor de rest zijn er weinig bruikbare stadions in het noorden McDiarmid Park is veel ouder dan je zou denken. Al in 1989 werd het geopend en het is vernoemd naar Bruce McDiarmid, geen clublegende maar de boer die de club gratis het land gaf om het stadion op te bouwen. Destijds was dit stadion een noviteit en veel clubs waren jaloers. Tegenwoordig speelt het merendeel van de clubs in zulke saaie all-seaters. Uitverkocht is het zelden, eigenlijk zit het alleen erg vol tijdens wedstrijden tegen de streekgenoten uit Dundee en tegen de Old Firm (hoewel er in dat geval vooral veel uitfans zitten). Perth staat in Schotland bekend als een stad waar het locale voetbal niet echt leeft. Het is een echte Old Firm-stad, waar veel supporterclubs te vinden zijn van de groenen of de blauwen.
Dankzij de ingenieuze parkeerkunsten van Chocovla kwamen we zonder files weg uit Dundee. Ook de route naar Perth (in het Nederlands uit te spreken als Purd, Pers of Purf) was vrij rustig, waardoor we nog voor de aftrap de auto konden dumpen op de Tesco naast het stadion. We waren hier eerder geweest, maar blijkbaar waren we vergeten dat het erg lastig was om vanuit hier het stadion te bereiken. Diverse hindernissen lagen op onze weg. Niet alleen een paar hekken, een snelweg, maar ook spekgladde heuvels. Het eerste hekje klommen we als stijve krukken over, maar daarna volgde er een afdaling waar gegarandeerd gewonden bij zouden vallen. Huntyr en 1904 namen een risico door keihard naar beneden te lopen, maar ze vielen helaas niet. Chocovla en ik kozen ervoor om als een stelletje oude juffershondjes naar beneden te lopen. We vielen gelukkig niet, zodat er nog iets van eer over was. De weg werd overgestoken, zonder dat we werden aangereden. Daarna volgde het laatste hek. Als een stijve plank klom ik ook hier over, maar 1904 moest nog van een heuveltje af. Dit deed hij door middel van een schwalbe door de modder. Terwijl de Dundee-fans die naast hem stonden zich over hem bekommerden zaten wij hem uit te lachen. Je bent een naar mannetje of niet. De Dundee-fans zullen ook wel hebben gedacht dat je met zulke vrienden geen vijanden nodig hebt.
Na de veredelde stormbaan kwamen we eindelijk bij het stadion aan. We hadden plekken op de voorste rij en meteen ging het los. De Nessie's tikten Dundee helemaal weg. Een speler van Dundee werd het doel ingetrapt, maar veel leek er niet aan de hand. Hij bleef echter geblesseerd liggen en een paar seconden later begrepen we waarom. De verzorger van de Dees was een appetijtelijke mevrouw. Daar had 1904 ook wel verzorgd door willen worden na zijn schwalbe. Over schwalbes gesproken; en stonden enkele zwartkijkers naast het stadion en een van die mannetjes wilde een beter zicht. Hij liep stoer naar beneden, om niet als mietje te worden gezien door zijn mede-chavs. Dit was een slecht idee, want net zoals 1904 gleed hij uit en was zijn eer compleet weg. Dit was op en top Japanse humor. Ook na dit intermezzo bleef Caley de sterkere ploeg. Een bal op de lat was een eerste waarschuwing, maar na geprutst in de achterhoede van Dundee maakte Adam Rooney (geen familie van) de 0-1. Om ons heen waren de fans van Dundee – terecht – niet blij met de verdediging van hun ploeg. Zonder Klimpl was het ook een erg matig gezelschap bij elkaar. Zelfs keeper Robert Douglas (ex-Schots international en voormalig Celtic-speler) viel door de mand. Goed, hij is al 37 jaar, maar zijn optreden was wel erg matig deze dag. Even daarna maakte hij opnieuw een foutje, maar het hakballetje van Nauris Bulvitis werd afgekeurd. Iets later nam de Let wraak door in de 33e minuut de 0-2 te maken en heel irritant met zijn vinger voor zijn lippen naar ons te kijken. Allerlei voorwerpen vlogen richting hem (er leek zelfs een kunstgebit naar voren te vliegen). Dundee leek dead and buried, want zelfs met een 0-2 achterstand lukte er niet veel bij de Dark Blues. Veel gemor op de tribune, wat nog erger werd gemaakt door Dougie Imrie. Deze reservespeler van Caley liep provocerend warm voor ons vak en was breeduit aan het lachen.
We leken last te hebben van “De Vloek van Huntyr”. Iedere keer als hij een Schotse wedstrijd ziet, zit hij bij de verliezende partij in het vak. Het idee om hem te transporteren naar het Caley-vak lukte niet, dus gingen we maar pie's halen. Nog meer tegenslag daar. Ik wilde een namelijk een Scotch Pie nemen, maar die waren uitverkocht. Het alternatief, de Chicken Balte Pie, was er ook al niet meer. Slecht geregeld, want ik stond nog redelijk vooraan in de rij. Ze hadden nog wel een pie met macaroni, maar zelfmoordneigingen had ik nog niet. Aangezien er een rivaliteit bestaat tussen St. Johnstone en Dundee FC heb ik het vermoeden dat ze expres te weinig lekkere pie's hadden ingekocht. Voordeel was dat ik wel op tijd terug was voor de tweede helft. Een tweede helft waarin Dundee ineens als een andere ploeg uit de kleedkamer kwam. Alleen de snorren waren er nog altijd. Hier zit een verhaal achter, want de spelersgroep laat in het kader van Movember (een samentrekking van moustache en november) hun snor staan om zo geld in te zamelen voor onderzoek naar prostaatkanker. Manager Jocky Scott had al een (gigantische) snor en schoor die af voor ditzelfde doel. Het is mooi om te zien hoe verschillend de snorgroei van de verschillende spelers is. Sommige hebben helemaal niets, maar een speler als Harkins had een prachtige knevel. Hij zag eruit als een Eerste Wereldoorlog soldaat en ging ook voorop in de strijd na rust.
Bij Caley zullen ze zich hebben afgevraagd wat er in de kleedkamer van de Dees is gebeurd, want ineens waren de mannen uit Dundee de enige ploeg op het veld. Met name Leigh Griffiths draaide Ross Tokely helemaal dol. De enige man die hier nog wat aan zou kunnen doen was McBain (superheld uit The Simpsons en selectiespeler van Inverness), maar die zat niet eens op de bank. Het enige dat Caley op de bank had was die Imrie, die steeds minder ging lachen. Zijn ploeg werd namelijk weggespeeld. Wraak, mierzoete nog wel, kwam er in de 48e minuut. De provocateur Bulvitis maakte een eigen doelpunt. Hij kreeg de terechte hoon over zich heen en nu zagen we geen vervelend vingertje voor zijn lippen. Vijf minuten later werd het zelfs 2-2. De oorlogsveteraan Gary Harkins (erg goede speler trouwens) maakte de gelijkmaker. Als echte gloryhunters waren we ondertussen grote fans geworden van de Dark Blues en we dansten en zongen mee. Het was ook geen wedstrijd waarin je neutraal kon blijven. Tijd om het spreekkoor “Waar is die Nessie nou?” in te zetten. Het viel sowieso op dat de fans van Caley erg tam waren. Dat was vorig jaar ook al zo, toen we daar Inverness een thuiswedstrijd zagen spelen. Co Adriaanse zou de fans waarschijnlijk “lochkijkers” hebben genoemd. Zelf zat ik echt helemaal in de wedstrijd. De actie en de goals vielen ook allemaal recht voor onze neuzen, dus dat kon bijna niet beter.
Na de 2-2 werd het eindelijk wat rustiger, op het provoceren tussen Imrie en de Dundee-fans na. Eindelijk kon mijn hartslag onder de 100 per minuut komen. Het begon zelfs te regenen en dat werd tijd ook. Overal in de UK waren er beelden van overstromingen en ander nat malheur, maar zelfs in de Highlands kregen we geen regen in de bek. Nu dus wel. Het begon ook al pikdonker te worden, terwijl het net iets na vieren was. Helaas was het niet ijskoud, want dan hadden we helemaal het gevoel gehad dat we op de Noordpool zouden zitten. We begonnen het al langzaam over verlengingen en penalty's te hebben, totdat Craig Forsyth het ineens op zijn heupen kreeg en de 3-2 erin schoot. Wij gingen ook helemaal los. Helaas geen pitch invasion, maar dit was wel heel erg mooi. Nog mooier was het dat deze Craig Forsyth de zoon is van Stewart Forsyth, een ex-Dundee speler die er in 1990 bij was toen de Dark Blues de allereerste editie van deze beker wonnen. Nadat het gejuich was verstomd werd de aandacht gericht op Dougie Imrie, die een bulderend “You're not smiling anymore!” over zich heen kreeg. Stiekem vond hij het wel grappig, want hij knipoogde naar de Dundee-fans.
Na ongeveer 90 minuten te hebben warmgelopen, mocht Imrie er dan eindelijk in. Een paar seconden later mocht hij weer gaan douchen. Niet omdat de wedstrijd was afgelopen, maar doordat hij een smerige tackle had gemaakt. Caley met 10 man en de wedstrijd was gespeeld, ondanks dat er nog vier minuten blessuretijd waren. De stewards begonnen ondertussen erg zenuwachtig te worden, want een pitch invasion wilden ze koste wat het kost tegenhouden. Stewards zijn er namelijk om het plezier van voetbalfans te vergallen. Helaas dus geen plukje gras van het McDiarmid Park voor mij, maar het feest naderhand was ook erg leuk. De spelers maakten een ereronde met de beker en de trofee voor de Man of the Match (wat een gruwelijk lelijk ding was dat). Leigh Griffiths – samen met Harkins mijn favoriete Dundee-speler – gooide zijn shirt nog in het publiek en kwam nog even naar de fans toe. Uiteraard werd hij meteen bedolven onder de knuffels. Als ware gloryhunter tapte ik hem ook nog op zijn peroxide witte haar. Een van die opgefokte stewards – duidelijk een nazi – trok Griffiths meteen weg. Spontane vieringen waren dingen die op zijn lijstje stonden geklasseerd als streng verboden. Befehl ist Befehl voor deze misselijke figuur, die het liefste 70 jaar geleden in Duitsland had willen leven.
Na de wedstrijd namen we afscheid van Andy en kozen we de normale weg terug naar de auto. Dus geen duikelende 1904 meer op de heuvels rondom het stadion. Na ons te hebben volgepropt bij Frank & Bennie's was het tijd om vroeg het mandje op te zoeken in Dunfermline. Om 4:00 moesten we al opstaan, maar dankzij mijn verstoorde nachtrust was ik al om half 3 op. Gaar vertrokken we richting het vliegveld, waar het nog haasten werd dankzij Huntyr. Die was namelijk zijn incheckpapier kwijt en voor de lieve som van 40 pond wilden ze wel een nieuwe voor hem afdrukken. Michael O'Leary vult zijn zakken wel en Huntyr won zéér terecht de titel “Provinciaal van de Trip”, dankzij zijn acties. In de kranten werd gesproken van een Alba-tastic Comeback van Dundee. Het blijft altijd mooi om een koppenmaker te zijn in de UK. Via de route Weeze-Venray-Tilburg kwam ik weer thuis. De kat was blij om me te zien en kreeg meteen een Dundee-sjaal om haar nek. Het was weer een heel mooi tripje geweest en heeft weer eens voor me bevestigd dat Schotland toch mijn favoriete voetballand is. Hopelijk promoveert Dundee FC, want wat zou ik graag naar de Dundee derby op Dens Park gaan. Erg leuke club, leuk stadion en toffe fans.