De badkuip is dood
Ik ben vrij links opgevoed. In het geval van staking hebben de werknemers altijd gelijk en zijn de werkgevers de boosdoeners. Zo dacht ik er tot vorige week ook over. Totdat de mannetjes van Seafrance mij het licht lieten zien. Samen met 1904 was ik op weg naar Engeland voor een mooie voetbaltrip. We hadden drie wedstrijden op de rol staan. Het mooie was niet alleen dat ik nog nooit bij Cheltenham, Walsall en Blackburn Rovers, maar dat ik alle drie die clubs nog nooit had zien spelen. Ook niet in een uitwedstrijd dus. Een unicum, want ik heb bijna iedere club wel een keertje zien spelen. Momenteel zijn er nog vijf van de 92 die ik nooit in actie heb gezien, waarvan Chelsea de meest verrassende naam is. Maar we dwalen af. Seafrance dus. Bij dat bedrijf willen ze 500 man buiten gooien. Dat betekent dus staken. Iets dat de werkschuwe Fransen graag doen. Tot zover geen probleem, maar om de staking kracht bij te zetten werd besloten om alles te blokkeren. Ook de veerboten van het Engelse P&O. Fransen zijn namelijk gespecialiseerd in publieksonvriendelijke acties. Het zure was dat wij met P&O zouden gaan varen. Het werd wachten geblazen.
Het duurde zo lang dat we eens gingen kijken wat er precies aan de hand was. Er stond een mannetje keihard te schreeuwen in een megafoon (de capo), er was veel politie aanwezig, ze hadden allemaal opvallende oranje kleren aan en er werd vuurwerk afgestoken. Eigenlijk was dit net een voetbalwedstrijd. Iemand van P&O kwam na lang wachten vertellen dat we een voucher voor de tunnel kregen. Mooi, want we hadden Cheltenham eigenlijk al afgeschreven. Nu hadden we weer een kans. Toch was het wel jammer, want er kwamen opgefokte en door gesnoven ME'ers aan die wel zin hadden in een robbertje vechten met de stakers. Uiteraard was ik voor deze sympathieke Me'ers. Het mooiste was dat de man met de megafoon er tussenuit kneep. Een echte leider. Voordat het los ging waren wij onderweg naar de tunnel waar een enorme file stond. De meeste bootreizigers waren enorme Provincialen en snapten niet van dat inchecken. Het gevolg was meer dan een half uur wachten. Wat een horror, maar het hele weekend zou in het teken staan van files. Het werd echter nog erger, want doordat we nog even moesten wachten besloten we wat te gaan eten bij de Quick. Een lauwe hamburger en slappe friet waren ons deel. Ach ja, het was maagvulling.
Door de vertraging in Frankrijk kwamen we in Engeland in de files terecht. Om de economie te stimuleren zijn de Engelsen flink bezig met wegwerkzaamheden. Het is een aloude tactiek om de mensen aan het werk te houden. Ene Hitler deed dat al in de jaren dertig. Allemaal leuk en aardig, maar het was voor ons hobbykostend aan het worden. We gingen de tijd dan maar doden met een discussie over wie nu de grootste Belg was. Hoewel het niet echt een discussie was, want er is slechts één iemand die in aanmerking komt voor deze titel en dat is Pico Coppens, de ster uit de eerste jaren van FC De Kampioenen. Tegenwoordig komt hij alleen nog op televisie bij Jambers of in de rechtzaal. Pico heeft namelijk reptielen verkocht aan minderjarigen in een drugswinkel of was het omgekeerd? Maakt niets uit, het is in ieder geval een groot cultfiguur. Dankzij de positieve energie van Pico kwamen we een uurtje voor tijd aan in Cheltenham. Een erg mooi plaatsje. Eigenlijk geen stadje waar je profvoetbal verwacht, maar waar dankzij Gresley Rovers wel profvoetbal wordt gespeeld.
Gresley Rovers? Ik denk dat er weinig mensen in Nederland zijn die deze club kennen. De club komt uit op het tiende niveau in Engeland en speelt in die competitie tegen Hinckley Downes. Erg laag niveau dus. Toch had het helemaal anders kunnen zijn. In 1997 werd de club namelijk kampioen en zou daarom het jaar erop uit mogen komen in de Conference. Dit was buiten de FA gerekend, want die keurden het stadion af. Gelukkig voor de Rovers was daar grote buurman Derby County. De Rams hadden net hun intrek genomen in het nieuwe Pride Park en boden Gresley Rovers hun oude stadion de Baseball Ground aan. Daar was zelfs Premier Leaguevoetbal in gespeeld, maar voor de voetbalbond was onverbiddelijk: de club mocht niet promoveren. Hierna was het momentum voor de club over en langzaamaan zakte de club verder en verder weg in het moeras van de non-league. Nu is het niets meer en niets minder dan een klein clubje dat zijn meeste wedstrijden voor minder dan 100 mensen speelt. Van promotie naar de Conference is helemaal geen sprake en dat zal ook nooit meer gebeuren. Tegenwoordig is het leukste aan de club is de naam van de mascotte: Elvis Gresley.
Wat dit met Cheltenham Town heeft te maken? Van alles. De Robins werden namelijk tweede dat seizoen en mochten in plaats van Gresley Rovers naar de Conference. Waar de Rovers nu op het tiende niveau acteren, slaagde Cheltenham er zelfs in om een aantal seizoenen op het derde niveau uit te komen. Tsja en op zo'n moment mag je de cliché-uitspraak van Bredero uit de kast halen. Het kan namelijk erg verkeren. Aan de andere kant is het ook weer niet zo dat Cheltenham de promotie zomaar in de schoot kreeg geworpen: de club was namelijk in de vijf jaar voor deze promotie viermaal tweede geworden. Het abonnement opt tweede plekken werd in de Conference gewoon voortgezet, want in het eerste jaar werd de club meteen runner-up. Het seizoen erop werd er dan eindelijk een tastbare prijs gehaald, doordat de club kampioen werd van de Conference. Voor het eerst in haar geschiedenis zou er profvoetbal in Cheltenham worden gespeeld.
Er werd voorafgaand aan het seizoen verwacht dat Cheltenham het zwaar zou krijgen, maar eigenlijk draaide de club al meteen mee in de subtop. In de eerste twee jaren werden de play-offs net gemist, maar het derde jaar was het raak. Niet alleen werden de play-offs gehaald, ze werden ook nog eens gewonnen. Cheltenham Town op het derde niveau, gekker moest het niet worden. Dat werd het ook niet, want Cheltenham degradeerde meteen. Opnieuw volgden er drie jaren League Two, waarna (opnieuw) via de play-offs werd gepromoveerd. Ditmaal lukte het de Robins om maar liefst drie jaar op dat niveau te blijven. Erg knap, want eigenlijk is de club een uit de kluiten gewassen Conferenceclub. Niet alleen qua achterban, maar ook qua stadion. Dit jaar mogen ze het weer proberen op het vierde niveau. Gezien de geschiedenis zullen ze over tweeënhalf jaar wel promoveren via de play-offs.
Een rondje rondom het stadion was niet echt noodzakelijk, want de buitenkant is erg saai. Wat bij het stadion wel opviel was dat er enorm veel vinckers waren. Ze vielen niet alleen op door hun rugzakjes en guerrillafotografie, maar ook doordat ze Duits spraken. Een vrijdagavondwedstrijd is toch erg aantrekkelijk voor de gemiddelde vincker om eens te vincken. Het is een mooie start van het weekend. Voor ons geldt dat natuurlijk ook, hoewel het met de auto steeds minder aantrekkelijk wordt met al die files op het eiland. Wat dat betreft hebben die Duitsers het makkelijker met hun vele vliegvelden en low-cost airlines. Het enige nadeel is dat zij een auto moeten huren en wij de hele achterbak vol kunnen stoppen met allerhande spullen. Zo ook dit keer, maar daarover meer in het verhaal over Walsall.
Eenmaal binnen bleek het stadion toch minder op dat van Morecambe te lijken dan ik had gedacht. Van op foto's leken het wel kopieën van elkaar, maar ik vond de oude hoofdtribune op Christie Park mooier dan hier. Aan de andere kant vond ik de overige tribunes hier weer beter. Ze waren niet echt mooi, maar het gaf wel een intiemere sfeer dan in het noorden van Engeland. Het enige nadeel was dat op de terrace waar we stonden een trommel lag. Dat beloofde een hel te worden, want door het lage dak zou dat doffe geluid goed blijven hangen. Nu maar hopen dat hij er puur voor de sier lag en niet om daadwerkelijk gebruikt te worden. Het begon ondertussen aardig vol te lopen en uiteindelijk kwamen er bijna 3000 mensen op deze wedstrijd af. Best netjes aangezien Macclesfield geen kip had meegenomen.
Een pafferig kind begon na het fluitsignaal meteen te rammen op die trommel en voor ons stond de brulboei de boel op te jutten. Mooi, want hij kreeg niemand mee. Aan de overkant vond ondertussen een bizar tafereel plaats. Er stond een mannetje of 30 aan chavs daar de ultra uit te hangen. Ze deden de dansjes die ultra's doen en trokken hun shirt uit om ermee te gaan zwaaien. Het zag er wat zielig uit. Voor de rest was die tribune ook bijna helemaal leeg. Niemand wil blijkbaar met die chavs worden geassocieerd. En terecht. Het ergste was dat dansje waarbij ze de armen over elkaar schouders deden en met de rug naar het veld gingen staan. Tenenkrommend. In Nederland zie je dat ook wel eens en dan geneer ik me ook dat ik tot de mensheid behoor. De wat oudere mannetjes om ons heen vonden het ook niet veel en hielden zich vooral bezig met mopperen en nuilen.
Dat nuilen was overigens erg terecht, want Cheltenham bakte er niets van. Macclesfield speelde best aardig voetbal en kreeg de beste kansen. Wie vooral opviel was John Rooney, de 18-jarige broer van Wayne. Soms teren mensen erg op de naam van hun succesvolle familielid (Jordi Cruijff), maar deze John Rooney kan er echt wat van. Hij speelde net iets achter de spits en verdeelde het spel uitstekend. Een aanval over vijf schijven, waaronder hij, werd mooi afgemaakt. Het hoogtepunt was echter en bal die hij vanaf 25 meter vol op de slof nam en in het netje legde. Zelfs de fans van de Robins stonden – zeer terecht – te applaudisseren. Cheltenham deed soms een poging tot aanvallen, maar mocht van geluk spreken dat het 0-2 bleef. Het blijft gek dat Macclesfield altijd onderin speelt, want in dit team zaten een aantal erg goede voetballers. Keith Alexander laat ze ook erg leuk voetbal spelen. Veel tikken en dan niet alleen dat zaaddodende rond laten gaan van de bal, maar met de intentie om te scoren.
Normaal is het entertainment in de rust van een bedroevend niveau. Ditmaal niet. Een van de sponsors van Cheltenham verkoopt badkuipen en douches. Wat is dan leuker dan kinderen laten proberen om de bal in een badkuip te laten schieten? Inderdaad, helemaal niets. De wisselspelers van Macclesfield leek het ook wel leuk en gingen – voordat de kinderen er waren – keihard op die badkuip schieten. Op de hoek van het bad zat een grote badeend bevestigd en die werd het slachtoffer van die schoten. Keihard kreeg het arme eendje de bal tegen zich aan. De fans om ons heen trokken zich dat aan en begonnen te fluiten. Dat vonden de Silkmen alleen maar leuker en spits Matthew Tipton (verwoede CM-spelers zullen hem nog wel kennen) schoot de bal loeihard tegen het bad aan. Het sponsorbord dat er aan vastgemaakt was knalde in duizend stukken uiteen. Ik dacht dat de mensen om me heen een beroerte kregen. Ze gingen helemaal uit hun plaat en een fluitconcert volgde. Tipton besloot daarom richting ons vak te lopen en aan de lat te gaan hangen en ondertussen gekke bekken te trekken. Een mannetje wilde nu zelfs het veld op lopen. Helaas was de rust daarna over, want dit was echt topvermaak.
In de tweede kwam Tipton er helaas niet in. Sowieso omdat ik hem in de twee keer dat ik hem in actie heb gezien (voor zowel Hyde United als Macclesfield) hij scoorde, maar ook omdat ik benieuwd was naar de reactie van het publiek. Macclesfield leek het sowieso wel te geloven in de tweede helft. Jammer, want ze hadden dit met een beetje moeite met een nulletje of vijf kunnen winnen. Nu kwam Cheltenham zelfs terug tot 1-2 dankzij ex-RBC speler Elvis Hammond. Mooi dat die nog ergens rondzwerft in de lagere Engelse divisies. Wie dat ook deed was Drissa Diallo. 1904 keek daarom de wedstrijd naakt, want deze Guineër heeft een verleden bij KV Mechelen. Diallo is ondertussen ook alweer 36, maar deed het best aardig. Echter niet goed genoeg en Cheltenham verloor de wedstrijd. Na de wedstrijd reden we richting Stratford om daar te overnachten. Door het late tijdstip was er geen motivatie om meer te gaan stappen en dromend over waterkanonnen die Franse stakers in de zee spoten viel ik slaap.