Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

Dons

England’s Most Hated Club

  =          or     

England’s Most Hated Club

 

Een nieuw stadion, een mooi uitshirt, goede toeschouwersaantallen en kampioen van League Two. Op het eerste oog is er weinig mis met Milton Keynes Dons, maar ondanks al deze pluspunten is deze club is de meest gehate van Engeland. Zelfs grote clubs als Manchester United en Chelsea wekken minder walging op bij haar vijanden dan de Dons. Clubs weigeren vriendschappelijke wedstrijden te spelen tegen de club, in de competitie boycotten veel fans de uitwedstrijden tegen ze en de scheldnamen voor de club breiden ieder seizoen weer uit. De verklaring voor dit gedrag is heel simpel: franchiseclubs worden (nog) niet gepruimd in Engeland. En laat MK Dons nu net een franchiseclub zijn, de bekendste die Engeland ooit heeft gehad. De club is namelijk een voortzetting van het oude Wimbledon, en dan nog wel in een andere stad op zo’n 100 kilometer van Londen. De echte haat tegen de Dons uit de beginjaren is misschien wat aan het wegebben, maar het zal nog lang duren voordat de Dons door iedereen zal worden geaccepteerd. Meestal lukt dat als je als club successen haalt en wat dat betreft is Milton Keynes Dons goed op weg.

 

Om het verhaal van de MK Dons te begrijpen is het onmogelijk om Wimbledon niet te noemen. Technisch gezien zijn de Dons namelijk gewoon Wimbledon, maar dan met een andere naam. Doordat de supportersvereniging graag erkend wilde worden heeft de club besloten om alle bekers terug te schenken aan Merton (de borough waar Wimbledon speelde) en geen aansprak te maken op het verleden van Wimbledon. Als oprichtingsjaar wordt dan ook 2004 aangehouden. Dit allemaal om maar niets als paria behandeld te worden door de andere clubs. Toch wordt de club nog steeds met een schuin oog bekeken en het is een gruwel voor de Engelse voetbalfan dat er meer clubs het voorbeeld van Milton Keynes Dons gaan volgen en zichzelf gaan verkopen aan de hoogste bieder. Een van de clubs die dit lot wel eens zou kunnen ondergaan is Chester City, een club die veel tegenwerking krijgt van de stad en daardoor plannen heeft om misschien wel eens een eindje uit de stad te gaan spelen. Widnes is daarbij een reële optie, maar voorlopig blijft MK Dons de enige die dit daadwerkelijk heeft gedaan.

 

Terug naar 1889, het jaar waarin Wimbledon FC werd opgericht, destijds nog onder de naam Wimbledon Old Centrals. Pas in 1911 wordt de naam Wimbledon FC aangenomen. Een jaar later neemt de club ook voor het eerst een echt stadion in gebruik; Plough Lane, waar ze maar liefst 79 jaar zouden spelen en een plek waar veel van de oudere aanhangers van Wimbledon nog naar terug verlangen. Aan dat stadionnetje aan Plough Lane ontwikkelde de club zich tot een ware topclub onder de amateurclubs. Er werden maar liefst acht titels gewonnen, terwijl de club in 1963 de FA Cup voor amateurclubs won. Wimbledon won op Wembley met 4-2 van Sutton United, een andere topamateurclub uit Londen. Deze FA Amateur Cup was overigens geen kleine prijs, want regelmatig kwamen er 100.000 mensen naar Wembley om deze wedstrijd te bekijken. De club bleef eind jaren 60 en begin jaren 70 een topper onder de amateurs en in 1975 was Wimbledon de eerste Non-Leagueclub die in de FA Cup (de ehcte) een club uit de hoogste divisie op eigen veld versloeg. Burnley was het slachtoffer. In de volgende ronde hield de club op Elland Road stand tegen Leeds United, destijds een echte topclub. In de return moest Wimbledon uitwijken naar Selhurst Park omdat het eigen Plough Lane te klein was om Leeds te ontvangen. Leeds won nipt, door een eigen doelpunt, van Wimbledon voor 40.000 man.

 

De voorzitter van Wimbledon zag door het gigantische aantal toeschouwers potentie voor Wimbledon en wilde serieus werk gaan maken van de “league election”. Wimbledon had al een aantal keer meegedaan aan deze verkiezingen (die zowat altijd door de bestaande leagueclubs werd gewonnen) en was keer op keer kansloos geweest. De ene keer kreeg de club drie stemmen en het jaar erop weer vier, waar er zo’n 28 nodig waren geweest. In 1977 rook Wimbledon echter kansen. Ze hadden door die goede resultaten in de FA Cup veel goodwill gewonnen en de meeste clubs hadden het wat gehad met Workington, de club die in de uithoek der uithoeken van Engeland ligt. Een ander voordeel voor Wimbledon was dat er naast hen, slechts een andere Non-Leagueclub meedeed, namelijk Altrincham. Vanuit de League moesten de onderste vier clubs verplicht deelnemen aan de election. Dit waren Halifax, Hartlepool, Southport en Workington, buiten Halifax allemaal clubs in een uithoek. De kansen waren nog nooit zo groot geweest, toen de 92 Leagueclub bijeenkwam om te stemmen. Iedere club mocht op twee clubs stemmen en met zweet tussen de bilnaad nam de delegatie van Wimbledon plaats. Al snel was duidelijk dat Halifax, Hartlepool en Southport herkozen zouden worden, terwijl Altrincham al snel geen kans meer leek te maken. Pas op het laatst begon het duidelijk te worden dat het wonder voor Wimbledon zou gaan plaatsvinden. De club haalde meer stemmen dan Workington en nam de plek in de Fourth Division over van de noordelingen.

 

Wimbledon maakte meteen een denderende start in de Fourth Division, na een aanloopjaar werd meteen promotie gevierd. Het jaar erop volgde meteen degradatie na de 24e en laatste plek in de Third Division. In 1981 promoveerde de club meteen weer, terwijl in 1982 de club weer degradeerde. Een belletje naar Volendam was nodig in 1983, want de club werd kampioen in de Fourth Division. De Heen-en-Weer hoorde na vijf jaren van promoties en degradaties wel thuis bij Wimbledon. Het jaar erop werd het nog gekker, want de club werd tweede op het derde niveau en mocht het jaar erop in de Second Division uitkomen. De club speelde nu zeven jaar en alleen het eerste jaar was “saai” te noemen, want voor de rest was er iedere keer wel iets te vieren of te treuren. De drankholen rondom Plough Lane hadden in die jaren recordomzetten. De shock was dan ook groot toen Wimbledon twaalfde eindigde. Een rustig seizoen, dat waren ze niet gewend daar in het zuidwesten van Londen. Het volgende seizoen was er weer volop spektakel te beleven rondom Wimbledon. Wimbledon werd derde en promoveerde naar het hoogste niveau, terwijl Middlesbrough en Fulham afzakten naar het derde niveau. Wimbledon tegen Liverpool, Manchester United en Arsenal, de tabloids raakten er niet over uitgeschreven, want dit was wel erg bijzonder.

 

Het eerste jaar van Wimbledon in de First Division bleef niet onopgemerkt. Terwijl het aloude “kick&rush” langzaam was verdwenen uit het Engelse voetbal, kwam het door Wimbledon met een rotgang weer terug. Manager Bobby Gould eist namelijk dat zijn spelers zo speelden. Middenvelders verlieten met kramp in hun nek het stadion, maar effect had het wel. De club werd zesde in de competitie, zo’n tien punten voor Manchester United, waar ene Alex Ferguson manager was geworden en ook bijna weer was ontslagen. Ook in de FA Cup ging het beter dan ooit tevoren. Pas in de kwartfinale vloog de club eruit, tegen Tottenham Hotspur, dat in de finale verrassend zou verliezen van Coventry City. Een van de clubs die Wimbledon versloeg was Everton. Die gingen er met 3-1 aan op Plough Lane, maar zouden aan het eind van het seizoen wel de landstitel pakken. Wimbledon had zoveel indruk gemaakt met zijn spel en zijn gedrag in de wedstrijden, dat de club een bijnaam had gekregen van de pers, “The Crazy Gang”. Bijna bij elke speler van het team zat wel een steekje los en tegenstanders werden al in de tunnel geïntimideerd. Stamhoofd van de groep was Vinnie Jones, die kaarten bij de vleet pakte en omschreven werd als de gemeenste alle voetballers, nadat hij Paul Gascoigne zowat castreerde. Andere namen uit die tijd waren John Fashanu, Lawrie Sanchez, John Scales, Eric Young, Dennis Wise en Dave Beasant. Stuk voor stuk mannen die niet bang waren om iemand door midden te trappen.

 

Het tweede seizoen op het hoogste niveau verliep opnieuw uitstekend. Er werd verwacht dat de clubs nu wel ingesteld waren op het spel van Wimbledon, maar opnieuw werd er met powerplay menig wedstrijd gewonnen. Na veertig wedstrijd stond de club knap zevende in een jaar waarin Chelsea degradeerde. De competitie was de laatste weken overigens bijzaak voor Wimbledon, want de club verbeterde zijn prestatie in FA Cup van het jaar ervoor. Voor het eerst sinds 1963 mocht de club weer naar Wembley om het op te nemen tegen Liverpool, in die jaren dè topclub van Engeland en ook de landskampioen van 1988. Overwinningen op West Bromwich, Mansfield, Newcastle en Watford hadden Wimbledon in de halve finale gebracht. Op White Hart Lane mocht het aantreden tegen Luton Town, in die jaren een gerespecteerde club op het hoogste niveau. Luton had eerder in het seizoen al de League Cup gewonnen en hoopte voor de tweede maal op Wembley te komen dat seizoen. Een volgeladen stadion zag Wimbledon winnen met 2-1. In de tweede halve finale speelden Liverpool en Nottingham Forest tegen elkaar op Hillsborough, een confrontatie die het jaar erop voor 96 doden zorgen. Die tragedie was in 1988 nog ver weg en via een 2-1 overwinning kwam Liverpool uit de bus rollen als tegenstander.

 

De FA verwachte weinig toeschouwers, doordat Wimbledon zo’n kleine club was. Er werden weinig programmaboekjes gedrukt, maar er kwamen maar liefst 98.203 toeschouwers op deze finale af. Degene die destijds wel een programmaboekje hebben kunnen bemachtigen kunnen deze voor flink wat geld verkopen door de schaarste en de uitslag natuurlijk. In de finale was Liverpool de betere, maar in de 37e minuut kopte Lawrie Sanchez de 1-0 langs Grobbelaar. De wedstrijd was een clash van stijlen, het klassieke “kick&rush”van Wimbledon tegen de “passing game” van Liverpool.  Liverpool kreeg wel kansen, maar continue lag Dave Beasant in de weg. Een doelpunt van Peter Beardsley werd afgekeurd, doordat er al was gefloten voor een vrije trap voor Liverpool. Na en uur spelen kreeg Liverpool een penalty. Nog nooit eerder had een keeper een penalty gestopt tijdens een FA Cup finale en niet alleen de statistieken waren in het nadeel van Beasant, want de strafschopnemer was John Aldrigde die dat seizoen topscoorder van Engeland was geworden. Aldrigde trapte de bal links van Beasant, maar die leek dat al te verwachten. De keeper dook in de goede hoek en stopte de bal. Liverpool bleef  daarna de “Crazy Gang” onder druk zetten, maar die weerstonden die druk goed. Mannen als John Barnes, Alan Hansen, Ray Houghton en Jan Mølby bleken niet opgewassen tegen een stel anti-voetballers uit Londen. Het bleef 1-0 en het blijft de grootste verrassing in de moderne tijd van de FA Cup. Het sprookje Wimbledon werd steeds onwaarschijnlijker, maar niemand droomde want het gebeurde allemaal echt.

 

In 1989, door de schorsing van Engelse clubs in Europa mocht Wimbledon Europa niet in, draaide Wimbledon weer een goed jaar. Kwartfinale FA Cup, waarin werd verloren van Everton, en een twaalfde plek in de competitie waren goede resultaten. De twee jaren daarna mocht Wimbledon weer ruiken aan de middenmoot. De club werd achtste en zevende en begon langzaamaan een gewone naam te worden op het hoogste niveau. De club had dan wel een typische stijl van spelen en het stadion zag er niet uit, maar niemand keek meer raar op als Wimbledon weer eens van een topclub won. Door de ramp op Hillsborough en het daaruit voortvloeiende rapport van Lord Justice Taylor werd Wimbledon gedwongen om iets te doen aan zijn stadion. Plough Lane was eigenlijk totaal ongeschikt voor voetbal op hoog niveau. Het oorspronkelijke plan was om een nieuw stadion te bouwen in Merton, de deelgemeente van Londen waar Wimbledon speelde, maar dat stuitte op zoveel tegenwerking dat de club genoodzaakt werd om verder te kijken. Net als in 1975, tijdens de legendarische wedstrijd tegen Leeds, was het Crystal Palace die de oplossing bood. Wimbledon mocht ook spelen op Selhurst Park totdat ze een nieuw stadion zouden hebben. Dat stadion zou er nooit komen en veel mensen die de tijd van de verhuis hebben meegemaakt geven het uitblijven van het stadion nog steeds de schuld voor het verdwijnen van de club.

 

De eerste jaren was er nog amper iets te merken van de verhuis. Selhurst Park voelde wel wat vreemd aan voor de fans, maar het was allemaal net iets luxer dan het eigen stadion en de club bleef goed presteren. Joe Kinnaer was ondertussen manager geworden en in 1994 leverde dat zelfs een zesde plaats op, een evenaring van het oude record. Ondertussen bleef de stijl van de club hetzelfde, mede doordat er spelers werden gehaald die goed bij de club pasten. Vinnie Jones was teruggekeerd en mensen als Warren Barton, Robbie Earle, Dean Holdsworth, Ben Thatcher en onze eigen Hans Segers intimideerden de tegenstanders nog steeds flink voordat de wedstrijd begon. Befaamd is het keihard bonzen op de deur van de tegenstander, begeleid door oerkreten. Het laatste echte topjaar voor Wimbledon was 1997. De club werd achtste in de Premier League en behaalde de halve finale van de League Cup en de FA Cup. In beide gevallen werd er verloren van de latere winnaar. Daarna begon het kaarsje langzaam uit te gaan bij de club, vooral door perikelen naast het veld.

 

Wimbledon werd namelijk overgenomen door een groep van Noorse investeerders. Die hoopten met Egil Olsen, de Noorse bondscoach die berucht werd door zijn computervoetbal, op een voetballende manier mee te kunnen doen met de grote clubs. De club eindigde in 1998 en 1999 op de zestiende plek, maar het jaar erop gebeurde het dan toch; Wimbledon daalde na veertien jaar spelen op het hoogste niveau een verdieping af. De manier erop was extra zuur, want op de laatste speeldag was Bradford City nog de topfavoriet voor het derde degradatieticket. Bradford City leek een paar weken eerder al dood en begraven, maar door een 3-0 overwinning tegen uitgerekend Wimbledon werd er weer leven in die ploeg geblazen. Watford was al gezien en ook Sheffield Wednesday was al voor de laatste speeldag begon gedegradeerd.

 

Zowel Bradford City als Wimbledon begonnen met 33 punten aan hun laatste wedstrijd. Wimbledon had echter de beste papieren, want met een doelsaldo van –26 hadden ze een voorsprong op Bradford met zijn –31. Bradford moest die dag thuis tegen Liverpool, terwijl Wimbledon aantrad tegen Southampton. David Wetherall was dat jaar door Bradford aangetrokken om geen modderfiguur te slaan in de Premier League. Zijn 1,4 miljoen pond aan transfersom betaalde hij terug op die laatste speeldag door het enige doelpunt van de wedstrijd te maken. Wetherall speelt komend seizoen waarschijnlijk zijn tiende seizoen voor Bradford en nog steeds wordt hij daar herinnert door dat ene doelpunt, waardoor Bradford zich veilig speelde. Southampton deed namelijk wel zijn sportieve plicht en won met 2-0 van Wimbledon, dat twee weken van te voren afscheid had genomen van Egil Olsen. Het computervoetbal bleek minder bij Wimbledon te passen dan de Noorse eigenaren hadden verwacht.

 

Ondertussen begon ene Pete Winkelman erg begeerlijk naar Wimbledon te kijken. Winkelman was een muziekpromotor en woonde in Milton Keynes. Zijn stad groeide en groeide, maar een fatsoenlijke voetbalclub was er niet. Logisch, aangezien Milton Keynes een zogenaamde “New Town” was. Vanaf het einde van WO II tot aan de jaren 60 was er woningnood in Engeland en veel huizen waren eigenlijk onbewoonbaar. De regering wees verschillende steden in de buurt van Londen (in de buurt is wel relatief, want sommige van die steden lagen meer dan 100 kilometer van Londen af) aan als New Towns. Bekende voorbeelden zijn Northampton, Stevenage, Crawley en Hemel Hempstead, maar geen enkele stad is zo gegroeid als Milton Keynes. Met meer dan 200.000 inwoners behoort het tot de middelgrote steden in Engeland, maar de lokale bevolking (meestal Londenaren) hadden weinig met de voetbalclubs in Milton Keynes. Het niveau was te laag en Winkelman zag het niet zitten om zo’n club van onderaf op te bouwen. Dat koste teveel tijd en dat had Winkelman niet. Vandaar dat hij clubs die het moeilijk hadden, benaderde of ze interesse hadden om te verhuizen naar MK. Luton, QPR, en Barnet werden gevraagd door Winkelman, maar geen van de drie hapte toe. Er kwam hem echter ter ore dat de Noren wel heel erg baalden van de degradatie en dat ze van de club afwilden. Winkelman zag grote kansen, want de club had geen eigen stadion en dat leek er ook niet op korte termijn te komen.

 

Nadat Winkelman binnen was bij de club diende hij bij de FA een verzoek in om te verhuizen naar MK. Hij beloofde een prachtig stadion, dat een van de modernste en beste van Engeland zou worden. In mei 2002 gebeurde dan ook wat de Engelse voetbalfans nooit hadden verwacht, de League besloot tegen zijn eigen regels in te gaan (verhuizen naar een nieuwe locatie was verboden) en Winkelman toestemming te geven om te verhuizen naar MK. De fans reageerden meteen en AFC Wimbledon werd op gericht. Bijna alle fans van Wimbledon gingen voortaan naar deze club kijken. Komend seizoen, zes jaar na de oprichting, gaat AFC Wimbledon uitkomen in de Conference South. De club promoveerde namelijk vorig seizoen voor de derde keer en is nu nog maar slechts twee promoties verwijderd van de League. Ik kijk al erg uit naar een wedstrijd tussen MK Dons en AFC Wimbledon, dat moet wel een clash van jewelste opleveren. Nadat AFC Wimbledon was opgericht kwam er geen hond meer kijken naar Wimbledon FC. Gemiddeld kwamen er 1500 toeschouwers naar Selhurst Park, waarvan de meeste ook nog eens uitfans waren. Winkelman kreeg door dat hij snel moest handelen en Wimbledon zo snel mogelijk uit Londen moest halen, want het geld vloog de deur uit. De club ging zelfs in “administration” met een schuld van twintig miljoen pond. Misschien zou de club de verhuis niet eens halen.

 

Een stadion is niet zo snel neer te zetten. Gelukkig voor Winkelman stond er in Milton Keynes nog een ander stadion. De hockeybond zetelde namelijk in Milton Keynes en daar stond ook het nationale stadion. Winkelman nam het stadion over en liet er een grasmat in leggen, met veel medewerking van de gemeente die er ook veel voor over had om een profclub binnen hun gemeentegrenzen te hebben. Hockey kon er niet meer in worden gespeeld, maar dat was Winkelman’s zorg niet. Het eerste jaar werd helemaal niets, door de grote schuldenberg. Iedereen die een beetje kon voetballen werd verkocht en na 33 nederlagen in 46 wedstrijden mocht Wimbledon als nummer laatst afdalen naar het derde niveau. Winkelman besloot opnieuw tot een drastische maatregel. Hij gaf de club een nieuw logo, nieuwe clubkleuren, nieuwe shirts en een nieuwe naam: Milton Keynes Dons. Met name om de laatste actie waren veel mensen boos. Winkelman had namelijk beloofd dat de fans mochten stemmen over de nieuwe naam. Bijna unaniem werd gekozen voor een naam met het woord “Wimbledon” erin. Winkelman wilde dat niet en daarom gebeurde het ook niet. De toeschouwersaantallen waren wel een stuk beter dan op Selhurst Park, mede doordat Winkelman veel kaartjes uitdeelde aan lokale scholen. Zo hoopte hij de bevolking van MK voor zich te winnen. Uitfans kwamen er amper in het Hockey Stadium, want er werd door alle supportersclubs oproepen tot een boycot van “Franchise FC”.

 

In 2005 redde de club zich op de laatste speeldag ten koste van Torquay. Dankzij een iets beter doelsaldo eindigde Wimbledon op de laatste veilige plek. Het seizoen erop werd het echter weer niets en de club werd 22e. De club, of eigenlijk zijn nakomeling, was voor het eerst sinds 1983 weer terug op het laagste niveau. Niemand had het meer over de FA Cup winst, de “Crazy Gang” en de overwinningen op topclubs. Milton Keynes Dons moest helemaal van onderaf opnieuw beginnen, iets wat Winkelman eigenlijk wel fijn vond. De club kon nu pas echt beginnen met groeien. Martin “Mad Dog” Allen werd als manager aangesteld en vanuit de jeugd begonnen er enkele aardige talenten door te komen. MK Dons eindigde als vierde en miste op een haar na promotie. In de playoffs werd er verrassend verloren van Shrewsbury en Allen besloot te vertrekken naar Leicester City. Winkelman baalde, want hij zag in Allen de man die de club weer terug kon brengen naar de Championship, het uiteindelijke doel van Winkelman. In die zomer van 2007 deed Winkelman wel een handreiking naar de tegenstanders van zijn “Franchise FC”. Hij besloot om de prijzen van Wimbledon FC, zoals de FA Cup en de FA Amateur Cup, terug te geven aan de gemeente Merton, waar Wimbledon was opgericht. Alleen op deze manier kon de supportersclub van MK Dons worden toegelaten tot de overkoepelende organisatie van Engelse supportersclubs.

 

Met het aantrekken van Paul Ince, de enige man die een bijnaam voor zichzelf verzon en ook altijd wijst naar zijn huidskleur als er weer eens een stoeltje bij een PL-club aan zijn neus voorbij gaat, hoopte Winkelman op promotie. Ince, die bij Macclesfield een wonder had verricht door de club voor degradatie te behouden, mocht wat investeren en MK Dons was eigenlijk vanaf het begin af aan ongenaakbaar. Vanaf speeldag acht stonden de Dons bovenaan en ondanks een klein dipje tien wedstrijden voor het einde, lukte het Ince om zijn ploeg kampioen te maken. Ook leidde Ince de ploeg naar Wembley, waar ze tegen Grimsby speelden om de finale van de Football League Trophy (beker voor clubs in League One & Two). De Dons wonnen met 2-0 voor maar liefst 56.618 toeschouwers. De eerste beker is dus al binnen na slechts vier jaar.

 

Volgend jaar zijn de MK Dons weer te bewonderen in League One en ik verwacht dat ze het daar heel goed gaan doen. Een plek in de playoffs zou niet eens zo gek zijn. De Dons hebben een modern stadion wat veel geld oplevert, de fanbase is zich gestaag aan het uitbreiden (bijna 10.000 toeschouwers gemiddeld, waarmee ze de tweede club waren in League Two, achter Bradford City), de selectie is gewoon goed en de club begint langzaamaan van het stigma “Franchise FC” af te komen. Het begint zelfs salonfähig te worden om te zeggen dat je wel sympathie hebt voor de Dons. Hoewel ik het zelf een nare club vind, het is de enige club in Engeland waar het niet is gelukt om een wedstrijd te bezoeken doordat ze zich als een stel foute nazi’s gedroegen aan de telefoon, denk ik wel dat de club zijn plek heeft gevonden in het Engelse voetballandschap. Misschien dat over tien jaar het niemand meer heeft over “Franchise FC”.

 

Geschreven door: Sir Stanley Matthews



A Pictorial Tribute to Wimbledon FC

Hèt hoogtepunt in de geschiedenis van Wimbledon

Beasant stopt de pingel van Beardsley

De helden van 1988

Vinnie Jones als de verpersoonlijking van The Crazy Gang

De poorten van Plough Lane, voor altijd gesloten

Hier Plough Lane nadat het al een tijdje is verlaten. Nu is er niets meer van over


 

 

© 2005 All Rights Reserved.