Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 Scotland

 Éire

 Stories & History

 Derby Fever

 Celtic FC

 Belgium

 Germany

 The Netherlands

 Other Grounds

 Groundlist

 Me, Myself and I

 Links

 Guestbook

 
 
 

East Lancashire derby

Het statistiekenhoekje

  

The East Lancashire derby

Eerste officiële derby: Burnley v Blackburn Rovers 1-7 (03/11/1888)

Laatste officiële derby: Blackburn Rovers v Burnley 2-1 (01/03/2005)

Grootste winst Blackburn Rovers: Burnley v Blackburn Rovers 1-7 (03/11/1888)

Grootste winst Burnley: Burnley v Blackburn Rovers 6-0 (18/04/1896)

Meest doelpuntrijke derby: Blackburn Rovers v Burnley 8-3 (09/11/1929)

Alle 91 officiële derby’s: Blackburn Rovers v Burnley 39-18-38 (173-160)

Afstand tussen beide stadions: 17.4 kilometer


CV van Blackburn Rovers

Opgericht: 1875

Stadion: Ewood Park (31.367)

Stad: Blackburn (105.085)

Competitie: Premier League

Palmares: FA Cup winnaar (1884, 1885, 1886, 1890, 1891, 1928), FA Cup finalist (1882, 1960), First Division (1912, 1914, 1995), Second Division (1939), Third Division (1975), League Cup (2002)

Bijnaam: The Rovers

Scheldnaam: Bastard Rovers

In de eerste jaren van het voetbal waren de succesvolste clubs vooral in het noorden van Engeland te vinden. Blackburn Rovers was een van die clubs. Als eerste – en tot op de dag vandaag enige – club slaagden de Rovers erin om drie keer op rij de FA Cup te winnen. Een uniek feit waardoor ze het recht hebben om driehoekige ipv rechthoekige cornervlaggetjes te plaatsen. Voor het begin van de 20ste eeuw werd er nog tweemaal de FA Cup gewonnen. In de 108 jaar daarop lukte het slechts nog een keertje om die felbegeerde beker te pakken, waarme meteen duidelijk is gemaakt dat Blackburn Rovers niet meer tot de grote clubs behoort. In de beginjaren van de League deed de club het zo nu en dan erg aardig, maar pas in 1912 werd de eerste landstitel behaald. Twee jaar daarna lukte het opnieuw en over de laatste landstitel in 1995 is al veel gezegd en geschreven. De club heeft nooit op het allerlaagste niveau gespeeld, iets waar ze best trots op zijn in Blackburn. De laatste prijs was de League Cup in 2002, waarmee de trilogie aan hoofdprijzen werd voltooid. Tegenwoordig is de club een grijze middenmotor die vooral moet uitkijken niet in een degradatiestrijd terecht te komen. Enkele feitjes nog tot slot: de club is – samen met Aston Villa en Everton – de enige die zowel bij het eerste seizoen Football League in 1888 als het eerste seizoen Premier League in 1992 aanwezig was. Het motto van de club (en tevens de stad) is Arte et Labore wat vrij vertaald zoveel betekent als “Met vakmanschap en hard werken”. Het stadion Ewood Park wordt sinds 1890 door de Rovers bespeeld en kan dankzij de renovatie in de jaren 90 nog jaren mee.

De Stad

Blackburn ligt in Lancashire, in het noordwesten van Engeland. Samen met Yorkshire was het gebied het middelpunt van de industriële revolutie. Blackburn was een van de eerste geïndustrialiseerde steden ter wereld en de textielindustrie (vooral katoen) vierde er hoogtij. Het kon niet op in de eerste jaren, maar het verschil tussen rijk en arm was enorm. Geef ze brood en spelen werd er in de Romeinse tijd al gezegd en dus werd er flink wat geld in de Rovers gestopt om het volk rustig te houden. Na WO I en – vooral – na WO II zakte de textielindustrie helemaal in elkaar. Grote werkloosheid, verval van de stad, alcoholisme en hoge zelfmoordcijfers. Het ging niet goed met Blackburn en de stad begon leeg te lopen. De laatste jaren wordt de stad stukje bij beetje opgeknapt en ook begint de bevolking weer wat toe te nemen. Met name moslims uit India en Pakistan vestigen zich graag in de stad. Zo'n 25% van de bevolking hangt de Islam aan. Opvallend is overigens dat tijdens de rassenrellen in Noord-Engeland het in veel steden onrustig was, maar in Blackburn (dat procentueel de meeste moslims heeft buiten Londen) bleef het rustig. Voor toeristen is er weinig te doen of je moet liefhebber zijn van de resten van de Industriële Revolutie. Er is verder nog een kathedraal om te bekijken en de Technical School is ook nog wel aardig door de bouwstijl.


CV van Burnley

Opgericht: 1882

Stadion: Turf Moor (22.546)

Stad: Burnley (73.021)

Competitie: Premier League

Palmares: FA Cup winnaar (1914), FA Cup finalist (1947, 1962), First Division (1921, 1960), Second Division (1898, 1973), Third Division (1982), Fourth Division (1992)

Bijnaam: The Clarets

Scheldnaam: The Dingles

Evenals Blackburn een van de twaalf oprichters van de Football League. Minder succesvol dan Blackburn, maar ook de prijzenkast van de Clarets staat goed goed vol. De eerste grote prijs was in 1914. Blackburn won de titel, maar de FA Cup ging naar Burnley. Daarnaast pakte Burnley de landstitel in 1921 en 1960. Samen met Wolves en Preston is het de enige club die alle vier de divisies een keer won. In 1992 werd dit kunstje voltooid met het kampioenschap van de Fourth Division. De club speelt al sinds 1883 op Turf Moor en dat is daarmee na Deepdale - van Preston North End – het oudste voetbalstadion dat nog gebruikt wordt door een profclub. Waar normaal een speler vaak dé legende is bij een club is het bij Burnley oud-voorzitter Bob Lord waar met ontzag over wordt gesproken. Er is dan ook in het stadion een tribune naar hem vernoemd. De voormalige slager wordt gezien als de man die de club naar grote hoogten heeft gestuwd in de jaren 50 en 60. Burnley was de eerste club met een heus trainingscomplex en een goede jeugdopleiding. Daarnaast was het zijn beleid om alleen ex-spelers aan te stellen als trainers bij zijn club en dat wierp zijn vruchten af. Lord wordt gezien als dé reden dat Burnley - als klein stadje met veel werkloosheid - het nog lang volhield tussen de grote jongens. Sinds dit seizoen speelt Burnley na 33 jaar weer op het hoogste niveau. Eigenlijk een wonder en het is vooral zaak voor de club en fans om te genieten van dit tropenjaar.

De Stad

Eigenlijk lijkt de geschiedenis van Burnley erg op die van Blackburn. De stad groeide tijdens de Industriële Revolutie uit tot dé katoenhoofdstad van de wereld. Dag en nacht werden er grote lappen stof aan elkaar geweven in de grote cotton mills in de stad. Continue braakten de schoorstenen van Burnley rook de lucht in. In de tussentijd werd er ook nog eens steenkool gevonden rondom Burnley. Nog meer arbeidsplaatsen dus. De stad werd steeds belangrijker en er was volop werk in de zware industrie, wat veel migranten uit de rest van de UK aantrok. Evenals Blackburn werd Burnley keihard geraakt toen de oude industrieën langzaam overbodig werden. Tegenwoordig is er nog ongeveer de helft van het aantal inwoners over in vergelijking met de hoogtijdagen. Hoge werkloosheid en uitzichtloosheid deden veel mensen doen besluiten om te vertrekken uit de stad. De laatste jaren komt Burnley vooral negatief in het nieuws. In 2001 waren er rassenrellen en bij de afgelopen verkiezingen haalde BNP er weer een goed resultaat. Het leverde de stad de bijnaam BNP-ley op. Eigenlijk onterecht, want het merendeel van de kiezers in Burnley stemt links. Voor toeristen die zich al in Blackburn afvroegen wat er te zien is, kunnen beter helemaal niet in Burnley komen. Er is namelijk niets, maar dan ook niets te zien.



Achtergronden

  


The East Lancashire derby

Turf Moor 1991. In de verte is een brommerig geluid te horen. Het geluid komt steeds dichterbij en het begint duidelijk te worden dat het een vliegtuig is. Een klein vliegtuig met daarachter een groot doek. Langzaam is het te lezen wat er op staat en diverse Clarets ontsteken in blinde woede. Op het doek staat namelijk 'Staying down forever, Love Rovers, Ha Ha Ha'. Burnley speelt op dat moment een wedstrijd in de halve finale van de play-offs van de Fourth Division (nu League Two) voor promotie en staat op het punt om uitgeschakeld te worden door Torquay. Weer een jaar in de diepe, vochtige kelder van het Engelse voetbal. Ze zijn er ziek van in Burnley. Het spandoek wrijft dat er nog eens extra in en zorgt voor blinde woede. Extra zuur is het dat Blackburn Rovers op dat moment net is overgenomen door de miljardair Jack Walker en heel Blackburn is daarom dronken van geluk. Het lijkt een kwestie van tijd voordat de Rovers weer mee gaan doen op het hoogste niveau. Haat en jaloezie vechten om voorrang te krijgen in de gedachten van de Burnley-fans. Pas negen jaar later spelen de clubs weer eens tegen elkaar en de wedstrijd eindigt het in een gigantische orgie van geweld. Alle opgekropte woede aan Burnley-kant komt er in een keer uit. De East Lancashire derby is namelijk sinds de jaren zeventig geen wedstrijd meer van vrolijke banter, maar van veel geweld. De wedstrijd staat sinds dit seizoen weer eens op het programma. De politie van East Lancashire stond dan ook niet te juichen op het moment Burnley promoveerde en de uitfans hebben dan ook – weinig voorkomend in Engeland – een combi opgelegd gekregen.

De East Lancashire derby (vroeger – in economisch beter tijden voor de streek - de Cotton-Town derby) is stokoud. Het is zelfs de oudste derby in competitieverband ter wereld. In het eerste jaar van de Engelse Football League stond dit affiche namelijk net iets eerder op het programma dan de burentwist tussen Wolves en West Brom en daarom mogen de clubs uit Lancashire dit wapenfeit op hun erelijst zetten. Toch is hij de laatste jaren amper gespeeld. Sinds 1983 stond de wedstrijd slechts viermaal op het programma. In 1999/2000 in de competitie en in 2005 in de FA Cup. Doordat de wedstrijd zelden voorkomt is het niet gek dat Burnley al sinds begin 1979 zit te wachten op een overwinning op de aartsrivaal. Nog langer geleden is het dat deze fixture op het programma stond op het hoogste niveau. Daarvoor moeten we terug naar nieuwjaarsdag 1966. Engeland had nog niet eens de World Cup gewonnen en er was nog geen man op de maan geland. Dit jaar staat hij gelukkig weer op het programma en het maakt de Premier League meteen een stuk aantrekkelijker. Kenners en nostalgici zijn het er over eens: deze wedstrijd is dit jaar dé derby in de Premier League en potjes als de Manchester derby of de Merseyside derby mogen slecht nederig in haar schaduw staan. Deze derby gaat namelijk niet alleen over titels of bekers, maar over de eer van de regio, katoen, daken van asbest en rode rozen.

Dat laatste roept natuurlijk vragen op, maar mensen die regelmatig in Engeland rijden zal het opvallen dat er bijna altijd een rode roos te zien is als je vanuit Yorkshire Lancashire inrijdt. Omgekeerd is hetzelfde het geval, alleen is dan de roos niet rood maar wit. Beide counties liggen elkaar niet zo en dat heeft te maken met diverse veldslagen uit het verleden tijdens de zogenaamde War of the Roses. Je kunt iemand uit Lancashire dan ook niet makkelijker op de kast krijgen dan te vragen of hij uit Yorkshire komt. Omgekeerd is hetzelfde het geval. Let maar eens op de symbolen van de Engelse clubs uit een van de beide counties. Vaak is er een rode of witte roos te zien. Hoe dichterbij de grens met de rivaal hoe meer men zich wil onderscheiden als Lancs dan wel Yorks. Blackburn en Burnley liggen allebei in het oosten en dus relatief dicht bij Yorkshire. Blackburn profileert zich als Lancs door een gigantische rode roos in het midden van het logo. Burnley pakte het kleiner aan met zijn rode rozen, maar heeft er wel twee. Doordat Burnley wel erg dicht bij de grens ligt zingt men bij de Rovers graag dat de stad in Yorkshire ligt, waarop ze bij Burnley helemaal uit de plaat gaan. Zo'n simpel spreekkoor, maar toch zo effectief.

In het begin schreef ik al dat dit de oudste derby is die ooit in competitieverband is gespeeld, maar hoe zit die precies? Daarvoor moeten we weer terug gaan naar 1888, naar het moment William McGregor de Football League opzette. Uiteraard kregen Burnley en Blackburn als topclubs een uitnodiging en op 3 november 1888 stond de eerste officiële ontmoeting tussen beide clubs op het programma (uiteraard waren er al diverse friendlies gespeeld, maar dat telt niet echt). Het was meteen een wedstrijd om nooit meer te vergeten. Blackburn had nog geen uitwedstrijd gewonnen dat succes en hadden er sportpsychologen bestaan dan had de selectie van Blackburn daar zeker mee te maken gehad, vooral ook omdat Burnley op Turf Moor pas eenmaal verloren had. De Clarets waren dan ook favoriet voorafgaand aan de wedstrijd. Dat statistieken niet alles zeggen bleek wel na negentig minuten. De Rovers hadden met 1-7 gewonnen en geen spaan heel gelaten van het zelfvertrouwen van de Rovers. Tot op de dag van vandaag de grootste overwinning van Blackburn op Burnley (hoewel het een jaar later al geëvenaard werd in eigen huis) en een wapenfeit dat vaak wordt aangehaald als er een discussie is tussen fans van beide clubs in rokerige pubs over wie nu de beste is.

Om een of andere reden presteerde Burnley in die beginjaren altijd ver onder haar niveau als ze tegen de Rovers moesten. Na de 1-7 nederlaag volgden er vijf nederlagen. En niet zo maar nederlagen, maar vaak met fikse cijfers (respectievelijk 2-4, 1-7, 1-2, 1-6 en 2-5). De Clarets begonnen een hekel te krijgen aan hun buren. Tot dan was de rivaliteit van Burnley verdeeld over Accrington, Nelson en Blackburn, maar na die dikke nederlagen begonnen de Rovers toch wel echt dé rivaal te worden. Mede door de grote nederlagen. Blackburn had met Darwen (dé rivaal in de eerste jaren) en Accrington ook twee clubs die dichterbij lagen dan Burnley. Doordat Blackburn echter nooit moeite had met de Clarets bleef Darwen in het begin de grote rivaal. Mede door de rommelige geschiedenis tussen die clubs. Blackburn had namelijk rond de jaren 80 van de negentiende eeuw de beste spelers van Darwen weg gekaapt en daar waren ze bij die club niet echt blij mee. Als de Rovers een uitwedstrijd tegen Darwen moesten spelen was er altijd gezeik. Tegenwoordig vormen Darwen en Blackburn een gemeente en wonen er in Darwen hartstikke veel seizoenkaarthouders van de Rovers (Darwen FC ging afgelopen seizoen failliet na 134 jaar). Er is dus niets meer over van die rivaliteit, maar destijds was dat echt een wereld van verschil. Blackburn Rovers, dat waren poenerige mannetjes.

Enfin, weer terug naar de Blackburn-Burnley stammenstrijd. Pas in de achtste ontmoeting slaagde Burnley erin te winnen en vanaf toen begon het gelijk op te gaan. De rivaliteit begon langzaamaan van beide kanten te komen. Voor het begin van de echte haat en nijd moeten we terug naar 1898. Burnley was het seizoen ervoor gedegradeerd, terwijl Blackburn nog altijd op het hoogste niveau speelde. Het seizoen erop ging het minder met de Rovers. Blackburn werd namelijk 15de en moest samen met nummer zestien (Stoke City) en de nummers een en twee van de Second Division wedstrijden gaan spelen voor twee plekken op het hoogste niveau. Die twee andere ploegen waren Newcastle en Burnley. De bedoeling was dat iedereen vier wedstrijden zou spelen. Een uit- en thuisduel tegen de clubs uit de andere divisie. Burnley won tweemaal van Blackburn en leek zeker te zijn van promotie. Door een nederlaag tegen Stoke was dat echter nog niet zeker op de laatste speeldag. Burnley moest nog één puntje halen in en tegen Stoke. Ook de Potters hadden belang bij een gelijkspel, want dan zouden ze op het hoogste niveau blijven. Er volgde een wanvertoning waarbij er geen enkele schot op doel volgde. De wedstrijd kreeg de dag erop dan ook de originele bijnaam “The Match without a shot at goal”. Onsportief, volgens de andere twee clubs en dat was in de tijd van gentlemens een erg zware uitspraak.. Er werd tot een compromis besloten en de First Division werd uitgebreid tot achttien teams en de promotie-degradatiepoule werd meteen afgeschaft. Newcastle en Blackburn gingen of bleven op het hoogste niveau. Toch werd het Burnley erg kwalijk genomen door de Rovers en gingen de potjes tussen beide clubs er een stuk minder vriendelijk aan toe.

Wat is nu eigenlijk hét verschil tussen beide clubs en steden? Waar komt de haat vandaan? Daarvoor moest ik toch even een rondje maken langs mensen uit Blackburn en Burnley. Blackburn-fan Luke legt uit dat er eigenlijk weinig verschil is tussen beide steden: “Unless you are familiar with both towns it would be easy to confuse an image of Burnley for its near neighbour Blackburn. Both share the marauding rows of tight Victorian terraced housing, offering a window to England’s past and evoking images of men in cloth caps and the bustling noise and billowing smoke of busy cotton mills. Yet even with all that shared history if you were born in Burnley you were brought up to hate Blackburn and vice versa, it’s that simple. Even people from the towns who have no interest whatsoever in football feel animosity towards the other town and its people.” Samenvattend: er is dus eigenlijk geen verschil tussen beide steden. De haat lijkt puur ingegeven doordat beide steden dicht bij elkaar liggen en de opvoeding zo is dat je de ander moet haten. Burnley-fan Tom beaamt dit: As there is only 10 miles separating the two clubs, the geography does come into it, but in the main the rivalry is between the fans, neither likes the other and even visiting each others towns can be problematic, even violent, this has become very serious in the more recent games.

Culthelden ontstaan vaak als ze iets bijzonders doen en scoren in een derby is natuurlijk erg bijzonder. Vandaar dat Simon Garner tot op de dag van vandaag een held is bij de aanhang van de Rovers. De schilder uit Boston kwam als jeugdspeler bij de blauw-witten terecht en speelde er maar liefst 14 jaar. In die tijd werden er slechts twee wedstrijden tegen de aartsrivaal gespeeld. Blackburn won beide ontmoetingen (thuis met 2-1 en uit met 0-1) en Garner scoorde alle drie de goals. Buiten dat is hij de all-time topscoorder van Blackburn met 194 goals. Toch is er één ding dat hem nog meer dan het voorgaande een mythische status heeft bezorgt bij de fans van de club. Hij was namelijk de man die achter het vliegtuigje met de tekst 'Staying down forever, Love Rovers, Ha Ha Ha' zat. Zo populair als hij in Blackburn is, zo onpopulair is hij in Burnley. Daar kan hij zich dan ook niet vertonen op de straten zonder het gevaar te lopen tikken te krijgen. Andersom is hij nog steeds een held in Blackburn en als Garner een biertje wil hebben zijn er genoeg mensen die hem daarop willen trakteren. Zijn portemonnee kan hij beter thuislaten.

De derby waar het meeste op het spel stond? Daarvoor moeten we terug naar 1960. Voor fans van de Clarets een heilig jaar, want in dat seizoen werd Burnley landskampioen (vandaar ook dat Burnley dit jaar de shirts draagt die ze 50 jaar geleden droegen en het logo is aangepast). De Clarets waren in die tijd ook echt een topclub in Engeland. Van Blackburn kon dat niet gezegd worden, want die waren pas net gepromoveerd. De 17de plek en dus handhaving. Men was tevreden bij de Rovers. In de FA Cup ging het een stuk beter en haalde de club de kwartfinales. Burnley haalde die ook, maar dat was een stuk minder verrassend. De acht houten balletjes gingen in een grote velourse zak. “Number zes, Sheffield United against... *er wordt wat in de zak gegraaid* ...number seven Sheffield Wednesday”. Meteen al een enorme kraker. De oude rimpelige hand ging opnieuw de zak in om nummers eruit te halen. “Number three: Burnley”. De Clarets waren blij met een thuiswedstrijd. In de vorige drie rondes hadden ze namelijk iedere keer een uitwedstrijd geloot. Nu was het wachten op de tegenstander. Het liefste geen Wolves, de club waarmee ze om de titel aan het strijden waren. Het nummer was bijna zichtbaar, maar nog niet helemaal duidelijk te zien. “Number two: Blackburn Rovers”. Rumoer in de zaal, want dit was – nog meer dan de Sheffield derby – dé kraker van de kwartfinale.

Uiteraard stond de week voor de derby de Lancashire Telegraph helemaal vol met voorbeschouwingen over de wedstrijd. Het beloofde een spektakel te worden volgens de krant, maar Burnley was toch wel zwaar favoriet. Het publiek kwam in grote getale op de wedstrijd af. Uiteindelijk zaten er 51.501 mensen in Turf Moor, tot op de dag van vandaag een record voor de derby in Burnley. De Clarets speelden de Rovers helemaal weg en nadat de 3-0 was gemaakt leek het helemaal over. Tijd voor de Rovers om alles of niets te spelen en desnoods met een nulletje of vijf de boot in te gaan. Dat werd het niet, want nadat de stofwolken waren opgetrokken stond er een 3-3 eindstand op het scorebord. Een replay op Ewood Park vier dagen later, waar 53.839 mensen (het hoogste toeschouwersaantal ooit bij een East Lancashire derby) sardientjes in een blik nadeden. De Rovers speelden alsof hun leven er van afhing en wonnen met 2-0. Burnley's kans om als eerste Engelse club de Double in de twintigste eeuw te winnen was verloren gegaan (Spurs slaagde er een jaar later wel in). Blackburn haalde de finale (de laatste keer tot vandaag de dag), maar verloor daarin kansloos met 3-0 van Wolves. Maar niet getreurd, want had Burnley daadwerkelijk die dubbel gewonnen dan hadden de Rovers dat jaar in jaar uit moeten aanhoren. Het team van 1960 van Burnley zijn absolute helden in de ogen van de fans. In Blackburn is het echter net zo dat de spelers van 1960 van de Rovers helden zijn. Puur door het voorkomen van de dubbel.

The Dingles, het is een bijnaam die ze haten in Burnley. De Dingles zijn namelijk een fictieve familie uit de soap Emmerdale. Er vindt nogal veel inteelt plaats in die familie en ze zijn het symbool voor het bekrompen, achtergebleven, xenofobe Engeland. Precies wat veel buitenstaanders vinden van Burnley. Zit er een kern van waarheid in? Goed, het is een van de twee plaatsen waar ze iemand van de extreemrechtse BNP (waarvan de leider de Holocaust ontkent) als County Councillor hebben. Iets dat nog nooit was voorgekomen in de UK en wat het land in schok achterliet. De fans van de Rovers speelden er meteen op in door de stad voortaan BNP-ley te noemen. Op voetbalgebied deden ze in 1983 iets onbegrijpelijks wat de naam Dingles toch wel recht aan deed. Blackburn versloeg Burnley met 2-1 en die nederlaag zorgde ervoor dat de Clarets stijf onderaan kwamen te staan. Het zorgde voor razernij in het uitvak. Veel fans hadden hamers meegenomen en degene met de mokers begonnen op de terracing te slaan. Ondertussen sloegen anderen het asbestendak kapot. Daarna klommen ze op het dak om het asbest naar beneden te gooien op de medefans. Weer andere fans staken delen van het uitvak in de brand. Het leek wel collectieve zelfmoord. Pas nadat de ME het vak binnenkwam en iedereen kort en klein sloegen (waaronder veel onschuldigen) stopte de vernielingen. Gelukkig voor de autoriteiten duurde het daarna 17 jaar voor een weer een derby plaatsvond. De fans van Burnley hadden echter wel naam gemaakt door deze volslagen idiote acties. Een van de meest bizarre acties in een decennium waarin geweld schering en inslag was. Het vertellen van deze actie is ook een van de meest gegeven antwoorden als je aan een Blackburn-fan vraagt waarom ze Burnley-fans 'Dingles' noemen.

De selectie van Burnley met het hoofd van Zak Dingle.

Na de mayhem in 1983 duurde het maar liefst 17 jaar voordat beide clubs elkaar weer troffen. In de tussentijd ging het uitstekend met Blackburn met als hoogtepunt de titel in 1995. Burnley werd niet meer gezien als de aartsrivaal, maar Manchester United was de club die het meest werd gehaat in Blackburn. Burnley, dat was dat kleine clubje van iets verderop geworden. Burnley zelf presteerde inderdaad niet veel in die jaren. De club was na 1983 tweemaal gedegradeerd en vond zichzelf voor het eerst in haar geschiedenis terug op het vierde niveau. Daar bakten ze er ook niet veel van. Na een veertiende plek leek in een jaar later – in 1987 - het doek te vallen voor de Clarets. De club had veel schulden en voor het eerst zou de nummer laatst degraderen naar de amateurs (daarvoor werd er gewerkt met verkiezingen die bijna altijd door de profclub werd gewonnen). Met nog een wedstrijd te spelen stond Burnley op de laatste plek. Een puntje daarvoor stond Torquay en nummer 22 – Lincoln City – stond twee punten voor. Burnley moest tegen Leyton Orient en in plaats van de gebruikelijke 2000 toeschouwers kwamen er ineens 17000 fans opdagen. Burnley moest en zou winnen. Dat deden de Clarets, maar met veel moeite. 2-1 en het was dus afwachten op de andere uitslagen en hopen. Vooral hopen. De resultaten op de andere velden bleken gunstig uit te vallen. Torquay speelde gelijk en Lincoln verloor, wat ervoor zorgde dat de laatste club naar de Conference moest. Burnley had het overleefd, want als de club was gedegradeerd was een faillissement onafwendbaar geweest.

Langzaam maar zeker krabbelde Burnley zich op. Promotie naar het derde niveau in 1992 en in 2000 zelfs naar het tweede niveau. En wie kwamen ze daar tegen? Inderdaad de Rovers. De club was het jaar ervoor uit de Premier League gedegradeerd en daardoor stond er weer een ouderwetse derby op het programma. Het lukte Blackburn om boven zichzelf uit te stijgen en zowel in Burnley (2-0) als in eigen huis (5-0) werd er gewonnen. Na de 5-0 gaf Burnley-manager Stan Ternent aan dat de strijd tussen beide clubs zoiets was als 'a Mini racing a Rolls Royce'. Dit was natuurlijk koren op de molen van de Rovers, die t-shirts lieten afdrukken met daarop deze uitspraak en de 5-0 uitslag. De dubbele overwinning van Blackburn in de derby bleek aan het eind van het seizoen goud waard. Niet alleen werd Rovers door deze zes punten tweede (en dus rechtstreeks promotie naar de Premier League) ipv derde, door de dubbele nederlaag kwam Burnley twee puntjes tekort voor de play-offs. Goed, de zevende plek was erg goed voor de promovendus, maar het liet toch een heel zure smaak achter. Burnley leek even de coming club te zijn, maar ze waren weer op hun plaats gezet door de gehate buurman. Het enige waar ze bij de Clarets tevreden over waren was de snoeiharde overtreding van Kevin Ball op David Dunn, het symbool van Blackburn Rovers destijds.

Burnley behaalde het seizoen erop opnieuw de zevende plek, maar zakte daarna ver weg. Tot aan de promotie van vorig jaar lukte het de Clarets nooit meer om in het linkerrijtje te eindigen. Degradatie was logischer dan promotie. Zodoende zat een derby er ook nooit in, want de Rovers deden het behoorlijk goed. Er werd diverse malen Europees voetbal gehaald en aan Burnley werd amper meer gedacht. Tot aan de vijfde ronde in de FA Cup van 2005. Allebei de clubs zaten bij de laatste zestien, Burnley nadat ze in de derde ronde Liverpool met 1-0 hadden uitgeschakeld. Op het moment dat Burnley gekoppeld werd aan Blackburn werden er flink wat mensen helemaal gek in East Lancashire. Niet alleen de fans, maar ook bij de politie. Zelfs de commerciële tv-stations zagen in dat dit een heel bijzondere ontmoeting was en de wedstrijd werd verschoven naar de zondag. Een afgeladen Turf Moor zag veel strijd, de tv-kijkers hoorden een orkaan van lawaai, maar de spelers zelf waren erg bang om te verliezen. Zonder echt grote kansen eindigde de wedstrijd in de brilstand. Nieuwe afspraak op Ewood Park negen dagen later.

De loting voor de kwartfinale had al plaatsgevonden voordat beide clubs elkaar weer zouden ontmoeten. De winnaar van de derby mocht thuis aantreden tegen Leicester City en niet een van de grote kanonnen. Leicester stond notabene onder Burnley in de Championship. Grote kans dus op een lucratieve halve finaleplek. Het werd dus nog aantrekkelijker om te winnen. Een jam packed Ewood Park zag Robbie Savage al na drie minuten een gele kaart pakken. De toon was gezet, maar opnieuw was het geen goede wedstrijd. Alleen de doelpunten waren van een erg hoog niveau. Tugay maakte de 1-0, waarna Hyde de 1-1 op het scorebord zette vlak voor rust. In de tweede helft legde angst de wedstrijd lam. Uiteindelijk was het een snoeihard schot van Morten Gamst Pedersen in de 86e minuut dat beslissend was voor de wedstrijd. Mede dankzij die goals is MGP nog steeds een erg populaire speler bij het publiek van de Rovers. Maakte hij er dit jaar weer een paar tegen Burnley dan kan hij uitgroeien tot een ware legende. De derby is er namelijk belangrijk genoeg voor. Blackburn-fan Dan legt uit wat hij van de laatste twee derby's in eigen huis vond: I was at the 2-1 cup win in 2005 and the 5-0 league demolition in 2001. They were both fantastic and very heated games.

Toch blijft het een streekderby, voor mijn gevoel altijd net iets minder beladen dan een stadsderby. Harrie, een Burnleyfan, is het daar niet mee eens en legde aan me uit waarom juist stedenderby's voor hem minder impact hebben dan streekderby's, zoals deze: The same city derby's just don't do it for me - Sheffield, Glasgow, Liverpool, Manchester & even London derby's - I couldn't imagine living next door to, or drinking in the same boozer as a group of b@st@rds with my group of dingle friends, it just wouldn't happen! Thats what makes our derby so special. The town's despise each other and the atmosphere will be something very special and unique on Sunday and I feel very lucky to be there to witness it - saying I can't wait is an understatment, I'm dreaming about it every bloody night and have been doing so for weeks! Het blijft natuurlijk altijd iets persoonlijks, maar voor deze man is het duidelijk dé wedstrijd van de laatste jaren. Zelfs sommige spelers voelen het zo. Voor Robbie Blake van Burnley zou het gevoel van winst op Ewood Park nog fijner zijn dan de winst op Wembley, afgelopen mei.

Mijn kaartje kwam afgelopen week binnen en ik ben erg benieuwd. Het is afwachten of het dit jaar weer van die slechte wedstrijden worden, zoals de laatste twee keren. Mijn ervaring met derby's is dat het vaak draken van wedstrijden zijn, met weinig goals. Ik kijk er in ieder geval erg naar uit. Na bijna 44 jaar weer een echt East Lancashire derby op het hoogste niveau. Iets dat ik niet had verwacht nog eens mee te maken, want eigenlijk is het achterland van Burnley (en ook Rovers) te klein om een club in de Premier League te hebben. Het is jammer dat Blackburn op last van de politie heeft besloten om slechts de helft van de Darwen End aan de Burnley-fans te geven. Qua sfeer scheelt dat toch wel wat. Nu zijn er zo'n 3000 stoeltjes die uit veiligheidsredenen leeg moeten blijven. Zuur, want niets was indrukwekkender geweest dan een uitvak dat uit zijn voegen barst.

Met speciale dank aan The Long Side, The Rovers Return en The Lancashire Telegraph.


 

 

Clicky Web Analytics

© 2005 All Rights Reserved.