
The Kingdom of Fife derby
Als je het over Schotse derby's hebt is de eerste die je door het hoofd schiet natuurlijk de Old Firm. Een andere die tot de verbeelding spreekt is de burenruzie in Edinburgh. Maar dan wordt het graven voor nog een derby. Met een beetje moeite kom je bij de Dundee derby uit. Voor de rest zijn er ook geen echte stadsderby's meer of je zou Falkirk v East Stirlingshire en Queen's Park v Partick Thistle serieus moeten nemen. Die spelen dan wel in dezelfde stad, maar daar is echter geen enkele rivaliteit tussen de clubs. Voor wedstrijden op leven en dood moeten we eerder kijken naar enkele streekderby's. De stammenstrijd tussen de clubs uit Ayrshire, Lanarkshire en Fife zijn allen de moeite waard en hebben een verre historie. Tijd om eens aandacht te besteden aan één van deze wedstrijden. En welke is dan leuker om te belichten dan de Kingdom of Fife derby, die dit seizoen voor het eerst sinds 2000 weer op het programma staat. Een strijd tussen twee totaal verschillende clubs uit steden die niets met elkaar te maken (willen) hebben en waar de prijs bestaat uit wie zich de King of Fife mag noemen. Vooral het feit dat de wedstrijd al negen seizoen niet gespeeld is, zorgt ervoor dat het wedstrijden zijn waar reikhalzend naar uitgekeken wordt.
Wat is er beter dan te beginnen met een ervaringsdeskundige. Er is namelijk een Nederlander die ooit voor beide clubs uitkwam, de Gestelse keeper Guido van de Kamp. Begin jaren 90 trok hij naar Schotland om daar voor Dundee United, Alloa Athletic, Dunfermline en Raith Rovers te spelen. Ik vroeg hem hoe hij de Fife derby's beleefd had en voor hem waren het toch bijzondere wedstrijden: “Het zijn pittige potjes die ik er gespeeld heb. Het zijn geweldige wedstrijden om mee te maken en de rivaliteit tussen de supporters onderling is erg groot. Dat begint al aan het begin van de competitie en eindigt op de laatste dag. Tijdens de wedstrijden gaat het er hard maar fair aan toe, typische het Schotse voetbal. De mooiste herinnering was de Millenniumderby, die ik met Raith speelde tegen Dunfermline. We wonnen met 3-0 en na de wedstrijd kreeg ik al gelijk te horen dat het jaar voor de supporters niet mooier kon beginnen. De volgende dag lagen de dvd's al in de winkels. De derby's zijn echt geweldig om mee te maken.”
Om de vinger achter deze derby te krijgen is het belangrijk om de verhoudingen tussen beide stadjes goed te kennen. Daarover zakken we af naar de county Fife. Deze county (soort provincie) was ooit een echt Pictisch koninkrijk en veel inwoners van Fife noemen het dan ook The Kingdom of Fife. Sommigen vinden het zelfs een belediging als je alleen Fife zegt. De naam Fife komt van het Pictische Fib en niet van vijf. Bekende plaatsen in Fife zijn St. Andrews (met een van de oudste universiteiten ter wereld) en Rosyth (bekend van de veerboten). Een voor Nederlanders gekke naam is East Neuk, het oostelijk deel van Fife, dat vooral bestaat uit vissersdorpjes. Neuk is echter dialect voor hoek, dus het is niets pervers daar. Het vreemde is dat de hoofdstad van de county de nieuwe stad Glenrothes is in plaats van de grote plaatsen Dunfermline en Kirkcaldy. Een soort tussenoplossing lijkt het wel, om de inwoners van de andere steden niet voor het hoofd te stoten. Buiten Dunfermline Athletic en Raith Rovers zijn er met East Fife (uit Methil) en Cowdenbeath uit het gelijknamige plaatsje nog twee profclubs in Fife. De twee laatste worden echter niet zo serieus genomen, waardoor dé Fife derby tussen de Pars en de Rovers plaatsvindt. Eindelijk weer, want deze wedstrijd is meer dan een voetbalwedstrijd. Het gaat ook over de eeuwigdurende strijd tussen het arme, grauwe Kirkcaldy en het chiquere en historische Dunfemline.

Voetballend is juist Kirkcaldy de stad met de langste historie. Als eerste club uit Fife werd Raith Rovers een profclub en doordat Dunfermline nog niets voorstelde kwamen ze elkaar zelden tot nooit tegen in officieel verband. De eerste officiële ontmoeting tussen beide vond plaats in 1889, toen beide nog veredelde amateurclubs waren. Het lot verbond ze aan elkaar in de eerste ronde van de Scottish Cup. In Kirkcaldy wonnen de Pars met 1-2, waarna het 34 jaar duurde voor ze elkaar weer tegenkwamen. Ditmaal ook in de Scottish Cup, want in de competitie vertoefde Dunfermline vooral in de lagere divisies. Raith Rovers zette de ongunstige statistiek recht door op vijandelijke grond met 0-3 te winnen. Niets verrassends aan. In 1927 was het dan zover. Dunfermline Athletic promoveerde voor het eerst in haar geschiedenis naar het hoogste niveau en mocht het voor het eerst in competitieverband opnemen tegen Raith Rovers. Een stuntje zou mooi zijn, dachten ze bij de Pars. De Rovers wilden daar niet aan meewerken. Zowel in Dunfermline (0-4) als in eigenlijk huis (5-1) lieten de mannen uit Kirkcaldy zien dé club uit Fife te zijn.
Pas na de degradatie van Raith Rovers in 1929 kwam de rivaliteit echt op gang. Waar er eerst een strijd was tussen beide steden, sloeg hij nu ook over naar het voetbal. De Fife derby stond bijna jaarlijks op het menu en de duels werden op het scherpst van de snede uitgevochten. Waar Raith vaak de hogere positie in de eindstand behaalde was dat niet te zien tijdens de wedstrijden. Beide clubs hielden elkaar uitstekend in evenwicht en slechts in 1938 slaagde er een club in de double over de ander te doen. Raith Rovers won dat jaar namelijk tweemaal met 4-1 van Dunfermline en dat werd flink gevierd. Doordat de wedstrijden zowat jaarlijks werden gespeeld begon er een echte rivaliteit ontstaan. De double deed daarom extra pijn in Dunfermline. Nog erger was dat Raith Rovers soeverein kampioen werd, met maar liefst 142 doelpunten (een Brits record) voor en slechts twee nederlagen in 34 wedstrijden. Even werd weer duidelijk gemaakt dat Raith Rovers en niemand anders de koningen waren op voetbalgebied in Fife.
De promotie en ene Adolf Hitler zorgden ervoor dat daarna de derby acht jaar niet meer gespeeld werd. In die acht jaar bleef dus in de statistieken staan dat de laatste twee ontmoetingen in een 4-1 overwinning voor Raith Rovers waren geëindigd. Dat moest goedgemaakt worden bij de eerstvolgende gelegenheid en die kwam er in 1946. Ditmaal was de eindstand in beide wedstrijden opnieuw 4-1 en 1-4. Nu echter niet in het voordeel van de Rovers, maar van de Pars. De wraak was zoet, mierzoet. De jaren erop hielden beide clubs elkaar goed in evenwicht, hoewel de 6-1 overwinning van Raith op Dunfermline in de League Cup van 1947 er eentje was om niet snel te vergeten. Promoties en degradaties van beide clubs zorgden ervoor dat de derby van 1949 tot 1955 niet meer werd gespeeld. Het was in deze tijd ook moeilijk te zeggen wie nu de sterkste club was. In Schotland waren het allebei een beetje clubs die te klein waren voor het tafellaken en te groot voor het servet. Door de succesvollere historie van de Rovers werden zij nog altijd aangemerkt als dé club van Fife, maar dat zou snel veranderen. De centrale verdediger van Celtic – Jock Stein – hing namelijk zijn schoenen aan de wilgen en begon de reserves van Celtic te trainen. Die behaalden zoveel succes dat Dunfermline, rechtstreeks op weg naar degradatie naar de Second Division, het aandurfde om Stein een kans te geven als manager.

Deze zet – op 14 maart 1960 – heeft ervoor gezorgd dat de zogenaamde balance of power sindsdien is doorgeslagen naar Dunfermline Athletic. Vraag nu een neutraal iemand in Schotland naar wie de grootste club van het Kingdom of Fife is en negen van de tien keer zal hij zeggen dat het Dunfermline Athletic is. Om dit te illustreren hoeven we eigenlijk alleen maar naar de Europese wedstrijden te kijken die beide clubs sindsdien hebben gespeeld. Bij Raith Rovers stopt de teller na zes wedstrijden, terwijl de Pars er maar liefst 44 speelden. Tel daarbij op dat Dunfermline twee keer de Scottish Cup won en dat de Rovers daar slechts één League Cup tegenover kunnen zeggen en de cijfers maken duidelijk dat de Dunfermline sindsdien met recht aanspraak maakt op de titel “beste club van Fife”. Het saillante is dat Raith Rovers er – zij het indirect – ervoor gezorgd heeft dat Jock Stein bij de Pars terecht is gekomen.
Een paar maanden voordat Stein kwam werd de klassieke Ne'erday derby gespeeld. In Schotland is het lange tijd traditie geweest om aartsrivalen op Nieuwjaarsdag tegen elkaar te laten spelen. Logisch dus dat naast Celtic v Rangers, Hearts v Hibs en Dundee v Dundee United ook Dunfermline Athletic v Raith Rovers op het programma stond. De Rovers wonnen met 0-2 en stonden nog maar twee punten van de derde plek. Voor Dunfermline was deze nederlaag een drama, want ze stonden net boven de rode streep. De eerste uitvoering in Kirkcaldy was ook al gewonnen door de Rovers en met deze overwinning hoopten ze stiekem dat ze de Pars de genadeslag hadden gegeven. Daar leek het lange tijd ook op, want na de 0-2 behaalde Dunfermline amper meer een punt. De derby nederlaag op Nieuwjaarsdag had het hele team ontdaan van haar zelfvertrouwen en op het moment dat Stein het roer overnam stonden de Pars stijf onder de rode streep. Jock Stein bleek echter een wonderdokter. De zes wedstrijden die nog resteerden werden allemaal gewonnen door Dunfermline en hij loodste ze naar een veilige dertiende plek. Een van de redenen die de doorslag hadden gegeven om de oude manager Andy Dickson na vijf jaar te ontslaan was de dubbele nederlaag tegen Raith Rovers. Gekscherend – maar met toch wel een serieuze ondertoon – wezen de fans van Dunfermline er jaren later hun rivalen op dat zonder die 0-2 nederlaag ze nooit Stein als manager hadden gehad.
Jock Stein zelf hield wel van de potjes tegen Raith Rovers. Onder zijn leiding werden er acht Fife derby's gespeeld en nooit werd er verloren. Sterker nog, er werd vaak makkelijk gewonnen. De grootste overwinning van Dunfermline in de derby (de 6-0) werd dan ook onder leiding van Stein behaald. Dunfermline had zijn hoogtijdagen in de jaren zestig, want jaarlijks werd Europa onveilig gemaakt, er werd bekers gewonnen en de rivaliteit verschoof van Raith Rovers (dat in 1963 degradeerde) naar de Rangers (Celtic deed in die jaren niet mee en telde pas weer mee nadat Stein ook die club nieuw leven inblies) en Falkirk. De rivaliteit met die laatste – die ooit begon tussen de ijshockeyclubs van beide steden - is er nog tot op de dag van vandaag en bestaat dankzij de Kincardine Bridge die beide steden met elkaar verbindt en heet dan ook – hoe origineel – de Kincardine Bridge derby. Bij gebrek aan wedstrijden tegen Raith Rovers stond deze veredelde derby op de eerste plaats bij de fans van de Pars. De wedstrijden tegen Falkirk werden toch meer gezien als een soort surrogaat en stiekem zijn de fans van Dunfermline wel blij met de promotie van afgelopen seizoen, zodat er weer een echte kraker op het programma staat.

Ook nadat Stein Dunfermline had verlaten, bleven de Pars superieur aan Raith. De Rovers kwamen met moeite terug in de hoogste divisie, maar van de acht competitiewedstrijden tussen 1967 en 1977 werden er zeven gewonnen door de Pars. Slechts de 1-1 in 1969 gold als een lichtpuntje voor de Rovers. Er werd in die jaren ook vaak door de entourage van Dunfermline aangegeven dat Raith Rovers slechts een normale tegenstander was en niets meer en minder voorstelde dan wedstrijden tegen Hamilton of Greenock Morton. In Kirkcaldy werd dit als een zware belediging opgevat en groot was dan ook het plezier dat Dunfermline na een herschikking door de regering niet als city, maar als town werd gerangschikt. Dat deed de inwoners van de historische hoofdstad erg veel pijn. Raith-fan Allen legt uit dat de bijnaam Townies (verzonnen door de Rovers) ook voorkomt uit dit minderwaardigheidscomplex: “Townies only became a nickname in the mid-90s when there were signs put up outside with "Welcome to the City of Dunfermline" and generally people from Dunfermline think that it's a big place. So calling them 'Townies' is a dig at them for not being as big as they think, and also a dig at them for regarding the rest of us as living in the suburbs of the 'big city' of Dunfermline.”
Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig stond de derby zowat jaarlijks op het programma. Beide clubs vegeteerden op het een-na-hoogste niveau en halverwege de jaren tachtig zelfs op het derde niveau. Eigenlijk onwaardig voor clubs met zo'n historie. Het enige waaruit de fans nog een beetje vreugde konden halen waren overwinningen in de derby's, want voor de rest was het kommer en kwel. Opvallend is dat er veel in een gelijkspel eindigden of hooguit met een doelpuntje verschil eindigden. Beide clubs waren er aan elkaar gewaagd in die jaren. Uitzondering was de Ne'erday derby van 1983. In een ijskoud Kirkcaldy stonden beide clubs weer tegenover elkaar. Terwijl de ballen van de fans er af vroren verwenden de spelers van de Rovers hun fans met een van de beste wedstrijden van na WO II. De teller stopte uiteindelijk bij 6-0. Dunfermline kwam de klap niet meer te boven en degradeerde aan het eind van het seizoen naar de Second Division. Een seizoen later voegde Raith zich bij de Pars en werden er drie seizoenen lang heel leuke derby's gespeeld in de kelder van het Schotse voetbal. De uitslagen 1-3, 1-2, 2-3, 3-3, 1-2 en nogmaals 3-3 vertellen eigenlijk het hele verhaal. Veel goals en geen enkele keer feestende thuisfans.
Beide clubs leken wel aan elkaar vastgekleefd, want vlak nadat Dunfermline promoveerde naar de First Division volgde Raith Rovers en hetzelfde gebeurde op het moment dat de Rovers naar de SPL mochten. In de jaren negentig was de Fife derby bijna jaarlijkse kost. Het is in die jaren (1994/1995 om precies te zijn) dat twee van de meest memorabele derby's werden gespeeld. Beide op Stark's Park. Een 2-5 overwinning voor Dunfermline en een 0-0 op de een-na-laatste speeldag. In beide gevallen won Raith dus niet, maar toch heeft Rover Allen er achteraf geen negatieve herinneringen aan: “In the 1994/95 season, Raith had just progressed to the league cup semi-final on the Tuesday night, and played Dunfermline on the Saturday. Our goalkeeper was sent off in the cup match and was suspended, so we had to play our reserve goalie who had an absolute nighmare and we lost 5-2. The Dunfermline fans were top of the leage at that time and favourites to win, and there fans were singing "you're going to win fuck all!" throughout the match. Raith then went on to win the League Cup and the League ahead of Dunfermline, who finished second! What made that particularly satisfying as our last home game that season was against Dunfermline, who needed to beat us for any chance of them winning the league, and we drew 0-0.” Die 0-0 is misschien wel de belangrijkste derby ooit geweest. Raith eindigde namelijk met precies één puntje voorsprong op de rivaal als kampioen. Zelden heeft er zoveel op het spel gestaan in de Fife derby als die dag.

Doordat de Schotse Leagues allemaal vrij klein zijn sinds de jaren tachtig komt het regelmatig voor dat clubs viermaal tegen elkaar spelen. Wat is er dan mooier dan viermaal in één seizoen je rivaal te verslaan? In de grote derby's van Glasgow en Edinburgh is dat nooit een team gelukt. In Dundee overigens wel, maar ook in Fife is er een team in geslaagd op de Quadruple te doen over de ander. Het was in de SPL seizoen 1996-1997, sowieso een jaar dat ze in Kirkcaldy liever vergeten. De club eindigde stijf onderaan, met maar liefst dertien punten achterstand op de nummer een-na-laatst. Nog pijnlijk dan de degradatie zijn de vier nederlagen tegen de gehate Townies. Na drie nederlagen stond op 15 maart 1997 de vierde op het programma, in Kirkcaldy nog wel. Raith-fan Jack herinnert het zich nog als de dag van gisteren: “I preyed the morning before that last game. Please don't lose again, but we lost and blew our chance to restore some of our dignity.” Daarna waren de Rovers gezien en werden er amper meer punten gehaald in het restant van de competitie. Gevolg van de vernedering? Misschien, maar dat weet je nooit. Het is overigens wel de laatste nederlaag in competitieverband die Raith tegen Dunfermline heeft geleden, want in de vijf daaropvolgende ontmoetingen wonnen de Pars nooit.
Na die vier nederlagen kwamen beide clubs in 1999-2000 weer bij elkaar terecht in de First Division. Dunfermline was net gedegradeerd en werd gezien als de grote club en zou meteen weer terug promoveren naar de SPL als nummer twee. Raith Rovers eindigde ergens in de grijze middenmoot. De eerste twee derby's waren in een gelijkspel geëindigd. De kraker was natuurlijk de Ne'ersday derby, hoewel die eigenlijk niet op Nieuwjaarsdag werd gespeeld maar op 3 januari. Er kwamen 7463 mensen kijken in Kirkcaldy, een aantal dat sindsdien niet meer door de turnstiles van Stark's Park is gekomen. Voor Raith was het seizoen in principe al voorbij, want zowel promoveren als degraderen leek erg onwaarschijnlijk. Dunfermline streed echter om de titel en winst was dus erg belangrijk voor de Pars. Raith gaf de fans echter wat ze wilden: een keiharde strijd en uiteindelijk de overwinning. Raith won met maar liefst 3-0 en – zoals Guido van de Kamp eerder al zei- het seizoen was geslaagd. Er stond echter nog een vierde derby op het programma. In maart 2000 werd die bij Dunfermline gespeeld. De Pars deden nog steeds mee voor de titel, maar een 0-2 overwinning van de Rovers op East End Park brak die missie keihard af.
Guido van de Kamp hield dus knap de nul die laatste twee wedstrijden. Ik vroeg me daarom af wat de fans van Dunfermline vonden van die overstap. Werd hij als een verrader gezien of niet? Van de Kamp: “Natuurlijk vonden ze het niet leuk, maar echt last heb ik er nooit van gehad. Heb altijd een goede band gehad met de supporters, dus dat scheelt een hoop. Het verschil tussen beide clubs is moeilijk aan te geven, ze willen allebei de grootste club zijn van het Kingdom of Fife natuurlijk. Allebei een mooie historie, allebei een mooi stadion en allebei dan weer Premier League en dan weer First Division. Dus zijn erg aan elkaar gewaagd. Vandaar de mooie derby's natuurlijk.” Ook dit jaar zit er een ex-Pars speler in de selectie van Raith. Middenvelder Stephen Simmons. Die staat er echter een stuk minder goed op bij de fans van Dunfermline. “That fecking cunt” en “useless fat bastard” zijn de vriendelijkste benamingen vanuit het Dunfermline-kamp die ik voor hem ben tegengekomen. Helaas is hij nog herstellende van een blessure en zal hij waarschijnlijk niet in actie komen, want dat soort spelers zorgt vaak voor een leuke sfeer op de tribunes.

Dit seizoen was het dus weer zover na negen seizoenen. Eindelijk weer de echte Kingdom of Fife derby, want die surrogaat derby's tegen East Fife en Cowdenbeath zijn leuk maar niet meer dan dat. De aftrap leek op 29 augustus te komen op East End Park. De League Cup zorgde echter voor een nog eerder ontmoeting en wel drie dagen van te voren, ook in Dunfermline. Zo wacht je negen jaar en zo zie je de buurtjes twee keer in drie dagen. De League Cup ontmoeting werd relatief makkelijk gewonnen door Dunfermline met 3-1 en bevestigde de gevoelens die de fans van de Pars hadden: wij zijn nog altijd dé club van Fife. Drie dagen later stond de wereld in Fife echter op z'n kop. Raith Rovers won met 0-2 in Dunfermline. Allen geniet nog steeds na van die overwinning: “More recently, we played Dunfermline for the first time in 9 years in a cup match at the end of August this year 3 days before playing them in the league. We lost 3-1 in the cup match, and the Pars fans were making constant jibes about Raith being the "wee team", signing "bring on the wee team!". The following Saturday we beat them 2-0 to a chorus of "who's the fucking wee team now!" from the Raith support! And we are still above them in the league as we prepare for their visit a week on Saturday.” Deze zaterdag is het eindelijk zover: de Kingdom of Fife derby op Stark's Park. Voor het eerst sinds die derde januari in 2000: Raith Rovers v Dunfermline Athletic.
Met dank aan: Fife's Finest, dafc.net, Harty Par, Raith Rovers online museum en Historical kits