Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 Scotland

 Éire

 Stories & History

 Celtic FC

 Belgium

 Germany

 The Netherlands

 Other Grounds

 Groundlist

 Me, Myself and I

 Links

 
 
 

Four Leagues

The Birth of the Four Leagues

The Birth of the Four Leagues

Vijftig jaar geleden stonden we aan de vooravond van de League structuur die we nu kennen. In 1888 begon men in Engeland met profvoetbal. Twaalf clubs begonnen met een League, de First Division. Doordat er erg veel interesse was in profvoetbal werd al in 1892 besloten tot uitbreiding en werd de Second Division ingesteld. In allebei de divisies was plaats voor twintig ploegen, dus in totaal telde Engeland veertig profclubs. Daaronder hingen allerlei regionale divisies waaruit ploegen zich ieder jaar konden inschrijven voor de ‘election’. De clubs die werden toegelaten voor deze stemming werden in een pot geduwd samen met de nummers negentien en twintig uit Division Two. De Leagueclubs mochten dan stemmen welke ploegen werden gekozen. Heel vaak waren dit de Leagueclubs die onderaan bungelden. Meestal hadden ze daar toch meer een band mee en men vreesde het moment wanneer ze zelfs onderaan zouden staan.

 

Dit systeem werkte goed tot veel club toch ook wel heel graag in de League wilde gaan spelen. In 1920 werd daarom de Southern League hernoemd in de Third Division. Het jaar erop kwamen er ook een hoop noordelijke clubs bij en de FA besloot tot de volgende verdeling: First Division, Second Division, Third Division North en Third Division South. In totaal werd het seizoen 1921/1922 begonnen met 86 profclubs, een ongekend aantal. Zowel in de noordelijke als de zuidelijk derde divisie bleef met vasthouden aan de ‘election’. Uit beide divisies moesten de onderste twee ploegen in een pot met de non-league clubs die graag een profuitstapje wilden maken. Overbodig om te zeggen dat ook hier bijna altijd de Leagueclubs verkozen bleven worden. In 1950 werden er nog een aantal clubs toegelaten, zodat de 92 clubs werd bereikt.

 

Ondertussen was voetbal booming. Gigantische toeschouwersaantallen werden gehaald en het geld stroomde binnen. Doordat de club steeds rijker werden waren de reiskosten geen probleem voor de meeste voorzitters. Om een hele landelijk systeem te krijgen in de League besloot de FA dan ook om ook de regionale splitsing in de beide Third Division op te heffen. Vanaf 1958 zou er dus een Fourth Division komen. De echte kleine clubs zagen dit niet zitten. De grote Londense club konden lekker in hun luxebus reizen naar Sunderland of Newcastle maken, maar een klein, armlastig clubje als Gateshead, bij Newcastle in het noordoosten moest nu in hun gammele flintstonesbus naar Torquay United in het zuidwesten. Alleen die reis deed je al een halve dag over, vooral ook omdat de wegen nog niet zo goed waren als nu. Deze bezwaren waren echter van tafel geveegd en de Fourth Division kwam er.

 

We zitten nu precies vijftig jaar later. Eigenlijk is het systeem nog precies hetzelfde. Er zijn vier landelijke divisies en nog steeds bestaan die vier divisies uit 92 clubs. Uiteraard zijn er wel kleine aanpassingen geweest. In 1992 scheidde de 22 clubs uit de First Division zich af om de Premier League op te richten met als doel meer geld verdienen en dat is ze aardig gelukt. Diezelfde Premier League werd 1995 verkleind naar twintig clubs, zodat het geld onder minder clubs verdeeld hoefde te worden. Ook zijn er enkele naamsveranderingen geweest en heb je nu de Premier League, The Championship, League One en League Two, maar dat is puur alleen de naam die het beestje heeft gekregen. De grootste verandering vond plaats in 1987, toen besloten werd om het systeem open te gooien. Lincoln City was het eerste slachtoffer dat rechtstreeks uit de League degradeerde en niet via de ‘election’ uit de League verdween. In 2003 kwamen er zelfs twee rechtstreekse degradanten, waardoor de Conference soms wel eens League Three wordt genoemd. Toch blijft die promotie naar League Two de heilige graal. Een promotie die veel belangrijker is dan die naar League One. Bij die 92 horen blijft iets magisch.

 

Maar omdat het nu precies vijftig jaar geleden is dat in 1958 werd begonnen met die vier landelijke leagues wil ik even stilstaan bij dat jaartal en de clubs van toen. Ik ben benieuwd welke clubs in welke divisie speelden destijds en waar ze nu uithangen. Zijn er clubs verdwenen of zijn er clubs die toen onderaan bungelden en nu in de Premier League spelen. Om dat te weten te komen is het nodig om eens een blik te werpen op de ranglijst aan het eind van het seizoen 1958/1959. De clubs in het dikgedrukte zwart zijn ofwel gepromoveerd of gedegradeerd.

Geschreven door: Sir Stanley Matthews



First Division

   

First Division 1958/1959

 

1. Wolverhampton Wanderers

2. Manchester United       

3. Arsenal                 

4. Bolton Wanderers        

5. West Bromwich Albion    

6. West Ham United         

7. Burnley                 

8. Blackpool               

9. Birmingham City         

10. Blackburn Rovers        

11. Newcastle United        

12. Preston North End       

13. Nottingham Forest       

14. Chelsea                 

15. Leeds United            

16. Everton                 

17. Luton Town              

18. Tottenham Hotspur       

19. Leicester City          

20. Manchester City         

21. Aston Villa          

22. Portsmouth     

 

 

Het eerst wat opvalt aan deze eindstand is natuurlijk de kampioen, Wolverhampton Wanderers. Maar destijds was dat helemaal geen verrassing. Volgens veel mensen waren de Wolves, en niet het Man United van Matt Busby, het team van de jaren 50. Dit werd mede ingegeven doordat de Wolves dé Hongaarse topclub van die jaren hadden verslagen en dat telde in Engeland. In 1953 waren de Engelsen namelijk op het eigen Wembley voor het eerst verslagen en dat was niet zomaar een nederlaag. De Hongaren speelden de Engelsen namelijk helemaal weg. Uiteindelijk stond er 3-6 op het scorebord na negentig minuten. In Hongarije zelf werd het helemaal een strafexpeditie van de “Magnificent Magyars”. In 1954 werd er met 7-1 gewonnen en in Engeland was men er eindelijk van doordrongen dat zij niet meer de heersers van het voetbal waren.

 

Later in 1954 kwam Kispest-Honved, het legerteam met zes van de beste Hongaarse spelers als Kocsis, Puskas en Czibor, naar Engeland om een oefenwedstrijd tegen de Wolves te spelen. De Wolves wonnen in een stampensvol Molineux met 3-2, na een 0-2 achterstand. De overwinning van de Wolves op Honved werd dan ook gezien als een superprestatie en de spelers uit Wolverhampton werden geëerd door heel het land en waren wekenlang niet van de voorpagina's van de kranten af te krijgen. De mannen uit het midden van Engeland hadden het land weer zelfvertrouwen gegeven en de Wolves werden daardoor zelfs een tijdje het tweede team van de meeste fans. Overal waar ze moesten spelen konden ze rekenen op een staande ovatie.

 

De titel van de Wolves in 1958/1959 was de derde in de jaren 50 (evenveel als Man United er zou behalen in dat decennium) en is tot op de dag van vandaag de laatste. Grote man in dat team was Billy Wright. De centrale verdediger was de leider van het team. Ook voor Engeland leverde hij goede prestaties. Uiteindelijk zou hij 105 interlands spelen (Wright was de eerste speler die de kaap van honderd slechte) en het team 90 keer aanvoeren, tot op de dag van vandaag een record. Wright sloot in 1959 zijn carrière af met het kampioenschap. Een mooiere afscheid had hem niet ten deel kunnen vallen. Later zou Wright het management in gaan bij Arsenal, maar dat bleek niet echt zijn ding. Billy Wright keerde terug naar de Wolves om er plaats te nemen in het bestuur. De Wolves hebben de in 1994 overleden speler geëerd door een tribune naar hem te vernoemen en voor die tribune staat een standbeeld van de speler.

 

Wat nog meer opvalt aan de lijst is dat zowat alle Leagueclubs uit Birmingham en omgeving op het hoogste niveau uitkomen. Alleen Walsall ontbreekt, maar West Brom met zijn vijfde plaats en Birmingham City met zijn negende plaats draaien goed mee. Alleen Aston Villa, tegenwoordig toch dé club uit die contreien, valt uit de toon. De chique club zou verrassend degraderen, maar het seizoen erop zag het er allemaal beter uit op Villa Park, want de club pakte in 1960 het kampioenschap. De andere degradant Portsmouth werd precies tien jaar eerder nog kampioen van Engeland, een feit dat ze het jaar erna zouden herhalen. Dat zouden achteraf dus de gloriejaren van de club blijken te zijn. Na de degradatie trad er stilte in die pas in 1988 werd doorbroken met een jaartje op het hoogste niveau. Uiteindelijk was het geld van Mandaric nodig om echt een rol te gaan spelen in de Premier League. Dit jaar was er dan eindelijk weer succes met het winnen van de FA Cup.

 

Zelf viel het me op dat de Spurs, toch een groot team in de jaren vijftig, zo laag was eindigde. De club was de twee jaar ervoor respectievelijk tweede en derde geworden. In 1958 had de club een verschrikkelijke start en die negatieve spiraal werd gekeerd door de legendarische Bill Nicholson. Zijn eerste wedstrijd was meteen een van de beste die ooit onder zijn leiding werd gespeeld. Een andere club uit de 'Big 5', Everton, moest het die dag opnemen tegen de Noord-Londenaren. Nicholson gaf zijn team de opdracht mee zich te houden aan het clubmotto Audere est Facere (To Dare is To Do) en dat deden zijn spelers ook. De fans konden hun ogen niet geloven toen het uiteindelijk 10-4 werd. Zelden hadden ze zo'n aanvallend voetbal gezien op White Hart Lane. Het zou het begin zijn van de hoogtijdagen van de Spurs, die twee jaar later als eerste Engelse club de dubbel zouden winnen en in 1963 zelfs als eerste Engelse club een Europa Cup.

 

De nummer twee van dat jaar was qua naam geen verrassing, maar als je bedenkt dat ze een paar maanden voor het begin van dit seizoen veel spelers verloren bij de vliegramp in München mag je spreken van een wonder dat Manchester United tweede werd. Matt Busby kreeg het onmogelijke voor elkaar door weer een topteam te boetseren zonder toppers als Duncan Edwards, Tommy Taylor en Eddie Colman. Negen jaar later zou Busby beloond worden voor zijn doorzettingsvermogen en mocht Man United als eerste Engelse club de EC I omhoog houden. De eerste titel na het ongeluk zou de club al in 1965 kunnen vieren, met ondermeer een geniale George Best en Bobby Charlton, een van de overlevenden van de ramp. Minpunt was wel dat de club, netjes gezegd, zeer onbeschoft is omgegaan met de weduwen en kinderen van de spelers die omkwamen. Een smetje op de nasleep van de vliegtuigramp, want dat had beter opgelost moeten worden.



Second Division

   

Second Division 1958/1959

 

1. Sheffield Wednesday    

2. Fulham                  

3. Sheffield United        

4. Liverpool               

5. Stoke City              

6. Bristol Rovers          

7. Derby County            

8. Charlton Athletic       

9. Cardiff City            

10. Bristol City             

11. Swansea City            

12. Brighton & Hove Albion  

13. Middlesbrough           

14. Huddersfield Town       

15. Sunderland              

16. Ipswich Town            

17. Leyton Orient           

18. Scunthorpe United       

19. Lincoln City            

20. Rotherham United        

21. Grimsby Town

22. Barnsley     

 

 

Het was het jaar van de Steel City clubs in de Second Division. Beide streden lang om promotie en het kampioenschap. Wednesday bleek uiteindelijk de langste adem te hebben en greep de titel. Voor de Blades eindigde het jaar dramatisch want ze grepen ook naast plek twee, de andere plek die recht gaf op promotie. Die ging uiteindelijk vrij overtuigend naar Fulham met een ongrijpbare Johny Haynes in hun midden. Het zou de laatste promotie naar de hoogste afdeling zijn voor de Londenaren, totdat ene Al Fayad de club overnam eind jaren negentig. Opvallend is dat alle ploegen in deze divisie momenteel nog steeds in de League spelen. Slechts een van deze ploegen, Lincoln City, maakte ook een kort uitstapje naar de Conference. Het was de eerste ploeg die degradeerde nadat de FA de promotie-degradatieregeling invoerde vanuit de Fourth Division. Het amateurvoetbal bleef beperkt tot een jaartje, want Lincoln werd het jaar erop kampioen van de Conference en mocht weer terugkeren in de League.

 

Als je als leek naar de clubs kijkt die uitkomen in deze Second Division valt er een club meteen op, want Liverpool op het tweede niveau is iets wat tegenwoordig onvoorstelbaar is. De club werd in het eerste naoorlogse jaar nog kampioen van Engeland, maar daarna ging het snel bergafwaarts. In 1954 degradeerde de club en ze zouden in totaal maar liefst acht jaar uitkomen in de Second Division. De ommekeer was het jaar 1959, toen de club Bill Shankly aanstelde als manager. De markante man was al tien jaar bezig in het management en leek de persoon die Liverpool weer succes kon brengen. Toch keerde Liverpool pas in 1962 terug op het hoogste niveau, maar twee jaar later was de club alweer kampioen van Engeland. Het zou het begin zijn van een erg succesvolle reeks, waarin Liverpool dertien titels vierde in 25 jaar. Nog imponerender is het feit dat Liverpool vanaf 1972 twintig jaar lang op plaats een of twee eindigde (enige uitzondering was 1981). Vijftig jaar geleden waren die successen nog ver weg. Buiten een vierde plek in de competitie zou Liverpool ook al in de derde ronde van de FA Cup strandden. Tegenstander was een Worcester City, een amateurclub…

 

Mooi is dat de Second Division van 58/59 bol staat van der derby’s. Buiten de standaardderby’s in Londen, waren er twee watertandende wedstrijden in Sheffield en Bristol. Of dat niet genoeg was had je verder dat jaar de South Wales derby. Ook enkele kleinere derby’s vonden er dat jaar plaats tussen Grimsby en Lincoln, Middlesbrough en Sunderland, Barnsley en Rotherham tegen de Sheffield clubs. Als liefhebber was het een prachtig jaar op dat gebied. De mooiste dat jaar was natuurlijk de Steel City Derby, doordat beide clubs om promotie streden. De wedstrijden eindigden dat jaar in 2-1 op Hillsborough en 1-0 op Bramall Lane, de punten werden dus netjes verdeeld. Opvallend is overigens dat Wednesdayer tot op de dag van vandaag al sinds 1914 er niet meer in is geslaagd om twee keer in een seizoen te winnen van de Blades. Extra opmerkelijk is het als je bedenkt dat beide clubs elkaar regelmatig ontmoetten in de diverse competities.

 

Voor kampioen Sheffield Wednesday was de titel in 58/59 de vierde promotie van de jaren vijftig. De club mocht met recht de heen-en-weer van Engeland worden genoemd, want buiten die promoties waren er natuurlijk ook degradaties. Dat deed de club drie keer in dit decennium. De club zou overigens na deze laatste promotie uitgroeien tot een vaste club op het hoogste niveau. In 1961 zouden de Owls tweede worden in de First Division, de beste positie van de club na WO II. In de jaren zestig haalde de club ook enkele malen Europees voetbal. Achteraf gezien was dit seizoen het startschot van een glorieuze periode voor Wednesday. Veel oudere fans kijken met weemoed terug naar deze tijd, want de laatste jaren is het helemaal niets meer in het blauwe gedeelte van Sheffield. De wacht al sinds 2000 op een terugkeer op het hoogste niveau. 

 

De nummer zeventien van dat seizoen, Leyton Orient, draaide een ogenschijnlijk rustig jaar, maar stond aan de vooravond van haar “finest moment”. De club, die al sinds 1982 bivakkeert in de onderste twee divisies, was namelijk in 1958 bezig met het bouwen aan een elftal dat mee kon strijden voor promotie. Bizar eigenlijk, want de club had niet zo’n grote fanbase en met clubs als Arsenal. Tottenham en West Ham relatief dicht in de buurt was het ook niet waarschijnlijk dat die er zou komen. Toch lukte het de club om in 1962 tweede te worden en te promoveren naar het hoogste niveau.. Het jaar op het hoogste niveau was gewoon genieten voor de club, want resultaten waren er niet. Slechts zesmaal werd er gewonnen, waaronder tweemaal van West Ham United (de Leagueclub die het dichtste bij Leyton ligt), een resultaat wat de oudere fans nog steeds er trots maakt.



Third Division

 

Third Division 1958/1959

 

1. Plymouth Argyle      

2. Hull City          

3. Brentford               

4. Norwich City            

5. Colchester United       

6. Reading                  

7. Tranmere Rovers         

8. Southend United         

9. Halifax Town            

10. Bury                    

11. Bradford City           

12. Bournemouth             

13. Queens Park Rangers    

14. Southampton             

15. Swindon Town            

16. Chesterfield            

17. Newport County          

18. Wrexham                 

19. Accrington Stanley      

20. Mansfield Town          

21. Stockport County     

22. Doncaster Rovers

23. Notts County         

24. Rochdale          

 

 

De Third Division was, is en blijft de saaiste divisie. Je kunt wel promoveren, maar dan zit je nog niet op het hoogste niveau. Je kunt wel degraderen, maar dan ben je nog steeds een Leagueclub. In 1958/1959 was deze divisie er voor het eerst en zonder het te weten creëerde de FA een wel erg saaie divisie. In de oude regionale Third Divisions kon je tenminste nog in de hoge hoed der herverkiezing belanden, maar dat was nu ook verdwenen. Stockport, Doncaster, Rochdale en Notts County konden dus met een gerust hart degraderen, ze bleven toch in de League. Het zou een aantal jaren duren voordat clubs degradatie echt erg begonnen te vinden, maar tot op de dag van vandaag is degradatie van niveau drie naar niveau vier de minst dramatische van allemaal.

 

Voor beide promovendi Hull en Plymouth veranderde er weinig met vroeger, want toen ging je ook gewoon van drie naar twee. Wel zullen ze bij Hull gevloekt hebben dat juist Plymouth meekwam naar de Second Division, want die busreis van een halve dag konden ze missen als kiespijn. Lange tijd deden Norwich en Brentford ook mee om die twee promotieplekken en dat zijn clubs die veel centraler liggen. Ook in de Second Divison zal gevloekt zijn om de promotie van de mannen uit Devon. Vooral in Middlesbrough en Sunderland zal er menig servieswerk zijn gesneuveld, want vanaf die hoek rekenden ze niet in uren maar in dagen als het over de reis naar Plymouth ging. Opvallend trouwens dat Hull en Plymouth een mooie overeenkomst hebben. Tot aan dit seizoen was Hull de grootste stad waar nog nooit voetbal op het hoogste niveau was te zien, vanaf komend seizoen is dat  Plymouth.

 

Colchester United had in 58/59 een superseizoen. De club werd vijfde en dat bleef, tot aan 2006, de hoogste positie die de club ooit heeft bekleed. De oude garde van de aanhang van de legerclub had het dan ook graag over dat ene seizoen van vijftig jaar terug. Toen stonden er nog eens mannen op het veld. Die praat werd dus pas in 2006 de mond gesnoerd, met een tweede plek. De afgelopen twee seizoenen waren de enige twee van de club op het een-na-hoogste niveau en dat was genieten voor de mensen die ook de slechte jaren hebben meegemaakt. In 1990 vloog de club namelijk voor het eerst in zijn bestaan uit de League. Het duurde twee jaar voordat de club weer terugkwam. De twee seizoenen Conference deden de club echter goed, gezien de resultaten van de laatste jaren. Afgelopen seizoen vloog de club, waarvoor het tweede niveau eigenlijk veel te hoog is, dan wel uit de Championship, maar met het nieuwe stadion wat komend seizoen in gebruikt gaat worden genomen ziet de toekomst er rooskleurig uit.

 

Een club waar het helemaal niet rooskleurig voor uitziet is Halifax Town. De club is een paar weken geleden failliet verklaard en moet ergens onderin de piramide een doorstart maken. Dan was het in 58/59 toch allemaal anders. De Shaymen eindigden netjes op de negende plek. In de regionale derde divisie was Halifax altijd een van de zwakke broeders geweest, maar juist net toen het erom ging om in de Third of Fouth terecht te komen eindigde de club in het linkerrijtje. Het eerste jaar in de landelijk derde divisie leverde de club opnieuw een knappe prestatie. Achteraf gezien was het ook een van de hoogtepunten, want slechts eenmaal deed de club het beter. In 1993 vloog de club voor de eerste maal uit de League. In 1999 kwamen ze terug ten koste van Doncaster, maar in 2002 was het definitief over en werd Halifax de eerste club die tweemaal degradeerde uit de League, niet echt een feit om trots op te zijn. Of de club nog ooit terug zal keren in de League is de vraag.

 

Halifax is niet de enige uit de Third Division van dat jaar die failliet zijn gegaan. Ook Newport County en Accrington Stanley ondergingen dat lot. Voor Accrington was het in 1962 al zover. Tijdens het seizoen werd de club failliet verklaard en pas in 2006 kwam de club terug in de League via het kampioenschap van de Conference. Voor Newport County is een terugkeer nog niet aan de orde. Na een back-to-back degradatie in 1987 en 1988 verdween de club op natuurlijk wijze uit de League. In de Conference bleek de club echter enorme schulden te hebben en uiteindelijk lukte het de club niet om het seizoen uit te spelen. Een herstart van de club begon laag op de piramide, maar komt tegenwoordig uit in de Conference South, zo’n twee divisies onder de League. Ik hoop dat ze ooit weer terugkeren in de League, want ik heb wel een zwak voor de clubs uit Wales.



Fourth Division

Fourth Division 1958/1959

 

1. Port Vale          

2. Coventry City   

3. York City             

4. Shrewsbury Town 

5. Exeter City             

6. Walsall                 

7. Crystal Palace           

8. Northampton             

9. Millwall                

10. Carlisle United         

11. Gillingham              

12. Torquay United          

13. Chester City            

14. Bradford Park Avenue   

15. Watford                 

16. Darlington              

17. Workington              

18. Crewe Alexandra         

19. Hartlepool United       

20. Gateshead               

21. Oldham Athletic         

22. Aldershot                 

23. Barrow                  

24. Southport                

 

De Fourth Division is misschien wel de meest interessantste divisie van de vier uit 1958. Sowieso omdat die League er dat jaar voor het eerst was, maar ook omdat er met veel ploegen “iets” is gebeurd in de vijftig jaar die daarop volgden. Opvallendste promovendus is Coventry City. Ik heb eigenlijk nooit geweten dat die club ooit zo laag heeft gespeeld. Ik kende wel het verhaal van dat ze nooit degradeerden, dus was het verrassend om te zien dat de Sky Blues ooit in de bodemdivisie hebben gespeeld. Overigens is dat sindsdien ook nooit meer gebeurd. De club had na deze tweede plek de weg omhoog ingezet en kwam in 1967 uit op het hoogste niveau. Daar bleef de club tot 2001, een gigantische prestatie. De afgelopen zeven jaar speelde Coventry weer op het tweede niveau en daarin gaat het slecht. Het is vooral vechten tegen degradatie geblazen voor de mannen uit de autostad.

 

In deze divisie zitten trouwens veel clubs die nu niet meer in de League spelen. Voor de meeste valt de ondergang wel mee en die spelen een divisie lager in de Conference. Clubs die dat is overkomen zijn York City, Torquay United en Barrow. Ook de Conference North is een plek waar veel clubs terecht zijn gekomen: Southport, Workington en Gateshead. Slechts Bradford Park Avenue is helemaal weg gedegradeerd, hoewel ze na de promotie van vorig jaar weer wat lucht hebben daar. Ze spelen nu in de Northern Premier League, een niveautje onder de Conference North. Maar over Bradford PA later meer. Het slechtste is het afgelopen met Aldershot. Die club hield in 1992 op met bestaan. Gelukkig voor de fans van de Shots is de herrezen feniks dit seizoen weer terug in de League na het kampioenschap in de Conference van vorig jaar. Maar op papier is dit Aldershot Town een andere club, waardoor het Aldershot FC uit 1958 de enige club uit dit rijtje is die is verdwenen.

 

Van bovenstaande clubs wil ik Bradford Park Avenue eruit lichten. Een club met een prachtige naam, maar helaas ver afgezakt. De club begon met Leaguevoetbal in 1908, zo'n vijf jaar nadat Bradford City in de League begon, en verdween in 1970 uit diezelfde League. De topjaren voor eht voetbal in Bradford waren rondom WO I. In die jaren speelden allebei de clubs op het hoogste niveau. In 1921 verdween Bradford PA daaruit om nooit meer terug te keren. Opvallend genoeg was het een jaar later voor Bradford City ook over en die keerden pas in 1999 weer terug voor twee seizoenen. Een topvoetbalstad is het dan ook niet, mede doordat de gemiddelde inwoner meer met rugby heeft. In 1958 werd Bradford PA best knap veertiende en waren ze bezig met een aardige opmars die in 1961 zou leiden tot de laatste promotie van de club. Daarna was het snel over, want drie opeenvolgende laatste plaatsen in de Fourth Divison zorgden ervoor dat Bradford PA in 1970 uit de League verdween na de election zonder ooit terug te keren.

 

Bradford PA verdween in 1970 door de middel van de jaarlijkse verkiezing. In 1958 had je die verkiezing ook al en, zoals zo vaak, werden de Leagueclubs die meededen herkozen. Toch was het nog best spannend voor drie van de vier Leagueclubs. Waar Oldham met de vingers in de neus herkozen werd was het voor Southport, Barrow en Aldershot nog best spannend. Vanuit de Non League was er namelijk een sterke kandidaat in de vorm van Peterborough United. Uiteindelijk haalden de drie Leagueclub het net. Ironisch om nu te zien dat Peterborough United de enige is die op dit moment in de League speelt. Voor Barrow was het in 1972 over, voor Southport in 1978 en bij het al eerder genoemde Aldershot ging in 1992 de stekker er helemaal uit. Andere opvallende deelnemers aan de election waren een aantal huidige Leagueclub die destijds amper een stem kregen. De meest opvallende is Wigan Athletic die nu in de Premier League spelen, maar ook Hereford, Morecambe en Yeovil (die kregen alledrie nul stemmen) zijn tegenwoordig op het profniveau te bewonderen. Er kan veel gebeuren in vijftig jaar. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe de League er over vijftig jaar uitziet.



Legends in 1958/1959

 

Stanley Matthews

 

Opvallend was dat de grote namen van die tijd allemaal bij relatief kleinere clubs voetbalden, zoals Tom Finney, Nat Lofthouse en Sir Stanley Matthews. Stanley Matthews speelde veertien jaar bij de Seasiders in Blackpool (en negentien seizoenen bij het destijds nog kleinere Stoke City) en won geen enkele landstitel in die periode. Matthews hield echter van de club en voelde daardoor geen enkele noodzaak om te vertrekken. In 1953 kreeg hij de beloning door met Blackpool de FA Cup te winnen, zijn eerste prijs ooit. Matthews was ten tijde van die finale al 38 jaar en het zag er lang naar uit dat ook ditmaal de prijs aan zijn neus voorbij zou gaan, aangezien Bolton op een 1-3 voorsprong stond. Het zou zijn derde nederlaag zijn in de Cup Final. Matthews rechtte daarom zijn oude botten nog eens en speelde, samen met Stanley Mortensen, Bolton helemaal zoek in het laatste deel van de wedstrijd. Blackpool won met 4-3 en Matthews pakte zijn eerste en enige grote prijs met zijn club. Zelfs in 1958 was Matthews nog een van de sterren van het team. De held zou tot zijn vijftigste doorgaan op het hoogste niveau.

 

 

 

Tom Finney

 

Een andere legende uit die jaren was Sir Tom Finney. Hij speelde bij Preston North End, een club die geen enkele prijs op het hoogste niveau won in de jaren dat Finney er voetbalde. Een titel op het tweede niveau is de enige prijs op het palmares van Finney. Op het hoogste niveau waren een verloren FA Cup Final in 1954 en een tweede plek in 1958 de hoogtepunten. Toch bleef de ‘Preston Plumber’ zijn club altijd trouw. Na zijn carrière is hij de club altijd trouw gebleven en tegenwoordig is hij president van PNE. De kwieke tachtiger schrijft nog altijd een column over de club en laat vaak zijn mening horen over de club. Finney wordt geëerd met een van de mooiste standbeelden van Engeland, “The Splash”, een beeld dat op het water ligt en een actie van Finney uitbeeld op een extreem nat veld. Ook is een van de tribunes op Deepdale naar hem genoemd en de stoeltjes vormen een patroon dat zijn gezicht uitbeeld.

 

 

 

 

Jimmy Greaves

 

In het rijtje van legends mag de topscorer van de First Division natuurlijk niet ontbreken. Dat was namelijk ook een echte grootheid in het Engelse voetbal. Jimmy Greaves maakte er 33 voor Chelsea dat seizoen. Chelsea eindigde pas als veertiende, maar Greavsie behoorde tot de uitblinkers in de competitie. Hij was pas achttien jaar in het seizoen 1958/1959, maar wat goed is komt snel. In dat seizoen werd hij ook voor het eerst opgeroepen voor het Engelse elftal waar hij 44 goals voor zou maken, waarmee hij achter Lineker en Charlton derde staat op de lijst van topscoorders voor de ‘Three Lions”. Greaves zou drie van de vier grote Londense clubs dienen (alleen Arsenal niet) en was eigenlijk de beoogde eerste spits van het Engels elftal in 1966. In tegenstelling tot de andere twee is Greaves nooit “Sir” geworden en er wordt gezegd dat dat komt omdat Greavsie nogal graag van een borreltje hield. Toch blijft het een geniale voetballer met zijn 366 goals in 530 wedstrijden.

 

 

 

Brian Clough

 

De topscorer in de Second Division dit jaar werd Brian Clough met 42 doelpunten. Old Big ‘Ead is vooral bekend om zijn successen als manager, maar was ook een uitstekende voetballer. Clough was een dodelijke spits en maakte in zijn carrière bij Middlesbrough 197 goals in 213 wedstrijden. Een gigantisch aantal en ook bij Sunderland bleef hij maar scoren, 54 goals in 61 wedstrijden. Dat doet geen enkele huidige speler hem na. In 1958 was Clough pas drie jaar profvoetballer. Hij begon in de jeugd van zijn lokale club Middlesbrough en zou die club op zijn 26e verlaten voor het ambitieuzere Sunderland. Daar legde hij ze er in het begin ook erg makkelijk in, maar na een jaar raakte Clough zo geblesseerd dat hij in de twee jaren daarop nog slechts drie wedstrijden speelde. Op zijn dertigste hing Cloughie zijn schoenen definitief aan de haak en zou uitgroeien tot een van de allerbeste managers die Engeland ooit heeft gekend. Hij maakte zowel Derby County als Nottingham Forest voor het eerst in hun geschiedenis kampioen van Engeland en Forest schonk hij zelfs twee keer de Europa Cup I.

 

 

 

Johnny Haynes

 

Waar Clough opviel door zijn vele doelpunten was iedereen het er wel over eens dat hij niet de beste voetballer van de Second Division was. Die speelde namelijk op Craven Cottage en had de bijnaam Mr. Brylcreem, vernoemd naar het haarsmeersel waarvan je haar goed gaat zitten en enorm gaat glanzen. Haynes maakte ook jarenlang reclame voor het merk en stond mede daardoor bekend als de mooie jongen. Hij paste dus uitstekend bij het wat chique Fulham. Brylcreem had wel wat met voetballers, want later werd ook David Beckham, een overschatte voetballer die niet eens die veters van Haynes mocht strikken, gevraagd om reclame te maken voor het product. Haynes werd in zijn tijd gezien als de beste passer van zijn generatie. Zelfs Pelé verzuchtte ooit dat hij zo kon passen als Haynes. Mr. Brylcreem bleef Fulham 18 jaar trouw en zou in 1960 zelfs aanvoerder van Engeland worden, totdat een verkeersongeluk ervoor zorgde dat hij wat van zijn genialiteit verloor. Uiteindelijk bleef Haynes staan op 56 interlands, waarin hij 18 maal scoorde. Het bekendste wat Haynes ooit heeft gedaan vond plaats naast het voetbalveld. Tot aan 1961 was er een maximum salaris van £20 per week voor voetballer. Haynes kon bij AC Milan een veelvoud daarvan verdienen, waardoor de voorzitter van Fulham besloot Haynes een zelfde contract aan te bieden. £100 mocht Haynes voortaan bijschrijven op zijn rekening en dit was meteen het einde van een maximum salaris voor voetballers.


 

 

Clicky Web Analytics

© 2005 All Rights Reserved.