
Genieten in het ovaaltje
Belfast. De hoofdstad van Noord-Ierland is een van de leukste steden waar ik ooit ben geweest. De mensen zijn er heel sympathiek, de gebouwen leuk en de geschiedenis is natuurlijk erg interessant. De Britse of Ierse vlaggen en stoepranden in de buitenwijken geven je altijd een apart gevoel. Toch vind ik het er prettig toeven. Het doet me wat denken aan Glasgow. Het was dus een lekker toetje dat we na Shamrock Rovers v Bohemians ook nog een wedstrijdje in Belfast konden meepikken. Ons oorspronkelijke doel was Linfield v Derry City in het kader van de Setanta Cup. Het lukte echter niet om daarvoor tickets te krijgen. SJ kreeg de meest onbeschofte vrouw van de UK aan de lijn. Het beeld van Linfield als onsympathieke club werd weer een bevestigd. Ik probeerde het nog bij Derry, maar die mochten ons geen tickets verkopen. Restricties van Linfield zorgden ervoor dat ze alleen maar kaartjes mochten verkopen als die bij het stadion met legitimatie werden opgehaald. Linfield staat bij ons voortaan op de zwarte lijst en als we ze ooit gaan bezoeken is dat vanuit het uitvak. Wankers.
Een alternatief was snel gevonden in Glentoran v Lisburn Distillery. Niet omdat die wedstrijd zo aantrekkelijk was, maar omdat The Oval een van de allermooiste stadions in de UK is. Glentoran is samen met Linfield een van de Big Two uit Belfast. Sinds het verdwijnen van Belfast Celtic (dankzij datzelfde Linfield) zijn het deze twee clubs die de dienst uitmaken in Noord-Ierland. Afgelopen seizoen slaagde Glentoran er in om weer eens kampioen te worden na vier jaar. Uiteraard was het Linfield dat de kampioenschaal mocht optillen. In al die jaren werd Glentoran tweede. Het is al sinds 2004 geleden dat er een ander team de hegemonie van de Big Two wist te breken (Portadown werd toen tweede). Wat dat betreft zijn de twee clubs nog dominanter dan Celtic en Rangers in Schotland. Stiekem hoopten we ook dat de wedstrijd tegen Lisburn een doelpunten festival zou worden. Het zat erin, want de drankstokers stonden met één schamel puntje stijf onderaan.
Vandaag de dag is deze wedstrijd niets bijzonders, maar tot 1980 was dit een derby. Lisburn Distillery was vroeger namelijk gewoon een club uit het westen van Belfast opgericht door werknemers van Royal Irish Distillery in 1879. De club was katholiek en had veel problemen tijdens de Troubles. Loyalisten pleegden in 1971 een aanslag op de club, wat als gevolg had dat het oude stadion afbrandde en de club tot 1980 moest groundsharen bij andere clubs in Belfast. In 1980 vond de verhuizing naar Lisburn plaats en 1999 veranderde de club haar naam van Distillery FC in Lisburn Distillery. De club was vooral rond de eeuwwisseling (de vorige) erg groot en behaalde toen vijf van haar zes landstitels en negen van haar twaalf bekers. Tegenwoordig is de club niet meer dan een meeloper en de kans dat ze ooit nog een titel gaan pakken is erg klein. Zelfs in Lisburn zijn meer seizoenkaarthouders van Glentoran en Linfield te vinden dan van de drankstokers, terwijl de oude fans nu voornamelijk naar Cliftonville en Donegal Celtic gaan. De club heeft tegenwoordig geen katholieke signatuur meer, maar ook daarmee krijgen ze de lokale bevolking niet achter zich. Voor meer over het verleden van Glentoran hier een oude link.
Glentoran dus. De kick-off was al om 15:00 uur dus vroeg op de ochtend vertrokken we richting de bussen die ons naar Belfast zouden brengen. Onderweg vlakke landschappen, maar ook ruige heuvels. Ook het shopwalhalla Newry deden we aan. Op mijn verlanglijstje staat nog steeds een keer een rondreis door (Noord)-Ierland en deze tocht deed me weer eens beseffen dat ik dat toch eens moet gaan doen. Tot nu toe ken ik eigenlijk alleen Dublin, Bray en Belfast goed op het Groene Eiland. Aangekomen in Belfast stonden we als ware provincialen met een grote kaart te kijken waar alles was. Besloten werd om niet eerst naar ons hotel te gaan (dat in Cliftonville in het noorden lag), maar even te vegeteren in de stad en daarna richting Oost-Belfast te vertrekken. Het viel ons meteen op hoeveel prijsverschil er is tussen Dublin en Belfast is. Dublin is stervensduur, terwijl we in Belfast voor 5 euro ons helemaal vol bunkerden. Ook struikelden we niet over de toeristen, iets dat we ook als positief vonden.
De bus was snel gevonden. Alle lijnen vertrekken vanaf de City Hall en alleen als je heel diep uit de provincie komt kun je in de verkeerde bus terecht komen. Wij hadden echter geluk en kwamen in de goede terecht. Het blijft apart om uit het centrum van Belfast te rijden. Op het moment dat je over de Lagan rijdt kom je in een andere wereld terecht. Overal zijn murals te zijn van organisaties zoals de UDA, UFF en UVF. Allemaal gezellige verenigingen voor jong en oud. De rode hand is ook niet uit het straatbeeld te krijgen. Nog iets verderop kom je de wijk van Glentoran binnen en zijn er ook muurtekeningen over de club en de Titanic te vinden. Vroeger werkte bijna iedereen in deze arbeidersbuurt bij Harland & Wolff. De scheepsrederij die de Titanic en tal van andere boten hebben opgeleverd. Grappen over de zinkende Titanic worden hier dan ook niet gewaardeerd, want men is nog steeds trots dat Oost-Belfast ooit het grootste schip heeft opgeleverd. Er is zelfs een speciale winkel met allerlei spullen over de boot.
Met Harland & Wolff is ook meteen de grootste reden genoemd van de teloorgang van de buurt. In Azië kon men namelijk veel goedkoper boten opleveren en H&W moest steeds meer mensen ontslaan. Het zorgde ervoor dat de werkloosheid steeds meer groeide. Tel daarbij op dat de Troubles diverse doden eiste in het gebied en Oost-Belfast was jarenlang een van de gevaarlijkste buurten in West-Europa. Tegenwoordig is het er een stuk beter toeven. Er wordt flink wat geld in het gebied gepompt, waardoor er flink wat nieuwbouw rondom het stadion is neergezet. Drie jaar eerder waren dat nog onbewoonbare panden. Ook het gebied waar de schepen werden gebouwd gaat flink onder handen genomen worden. Er komt een miljoenenproject met de naam Titanic Quarter, waar decadente hotels worden gebouwd. Goed voor de buurt, maar jammer voor de historie die verloren zal gaan. Ik vraag me ook af wat de oorspronkelijke bewoners daar van vinden.
Na een tijdje rondlopen in de buurt (met name om de twee gele kranen Samson en Goliath eens van dichtbij te bekijken) was het tijd om naar het stadion te gaan. Helaas kregen we geen ticket bij de turnstiles, maar voor tien pond mochten we gaan zitten en staan waar we wilden. Uitstekend om eens een rondje in het stadion te maken. Doordat ik geen kaartje had besloot ik een ticket voor de 50/50 draw te kopen. Dan had ik tenminste nog iets voor het plakboek. De man hoorde meteen dat ik geen Noord-Ier was en vroeg me waar ik vandaan kwam. Hij vond het geweldig dat ik helemaal uit Nederland kwam voor zijn club, maar begreep er niets van. Volgens hem was The Oval een bouwval en hij vertelde met trots dat hij uitkeek naar de verhuis binnen drie jaar. Ik legde hem uit dat het stadion juist een van de belangrijkste redenen van het bezoek was. Dat vond hij wat raar, maar hij wenste me een leuke wedstrijd toe.
Doordat het hard waaide gingen wij – als ware juffershondjes – hoog op de Main Stand zitten. Nadeel was dat er ook veel kinderen zaten met hoge piepstemmen. De spelers kwamen ondertussen het veld op en ik was vooral benieuwd wat Keith Gillespie er nog van kon. De Noord-Iers international (86 interlands) heeft bij o.a. Man United, Newcastle, Blackburn en Sheffield United gespeeld. Bij die laatste club vertrok hij transfervrij. Met zijn 34 jaar lagen de contracten niet voor het oprapen en toen Glentoran bij hem aanklopte om voor hen te spelen was hij wel enthousiast. Met name door die 1500/2000 pond per week die hij daar zou krijgen. Glentoran zelf kan dat natuurlijk nooit betalen (dat is zowat het hele salarisbudget), maar sponsor Fona Cab legde het graag neer voor deze stunt. Tot nu toe heeft hij echter nog niet echt kunnen overtuigen en lijkt hij vooral zijn zakken te vullen. Vandaag had hij de kans om de fans het tegendeel te bewijzen.
Uiteraard liet hij dat na. Hij was zelfs een van de slechtste spelers van het veld. Langzaam schokte hij over het veld en zelfs de vrije trappen en corners nam hij niet. De fans waren dan ook terecht aan het mopperen op hem. De rest was niet veel beter en tot aan de 90ste minuut gebeurde er amper iets. Ondertussen was Gillespie gewisseld begeleid door een fluitconcert. Wat een drama was die man toch. Het wisselen van de gewezen vedette leverde meteen wat kansen op voor de Glens. Die hadden echter pech dat keeper Matthews van Lisburn een goede dag had. In de blessuretijd was hij kansloos op een kopbal van Michael Halliday. 1-0 voor Glentoran, maar tevreden waren de fans maar even. Vlak na het doelpunt werd er afgefloten en de spelers kregen een fluitconcert als dank. Het was dan ook erg slecht geweest deze middag.
Toch tevreden een doelpunt te hebben gezien vertrokken we weer naar de stad en na een hapje te hebben gegeten bij onze favoriete keten Franky & Benny gingen we eens op zoek naar ons hotel. Op het moment dat we aankwamen zagen we de lichtmasten van Solitude nog branden. De wedstrijd van Cliftonville tegen de Sligo Rovers was namelijk ook pas om 17:30 begonnen en was net afgelopen. Wel mooi om vlak bij een stadion te slapen. Na een korte opfrissing gingen we eens op stap. Standplaats was de pub Cassidy's, vlakbij het stadion. Daar raakten we aan de praat met enkele Noord-Ieren en het werd erg gezellig. SJ probeerde de hele avond een roodharige vrouw te versieren en werd voor het eerst sinds jaren dronken. Ik had helaas geen vrouw op de korrel, maar kon wel lekker praten met enkele kenners van het Noord-Ierse voetbal. Hoewel het volgens mij op een gegeven moment vooral slap gelul werd. Rond een uur of laat werden we door de kastelein vriendelijk verzocht om toch maar eens naar huis te gaan. Het was eens enorm gezellige avond geweest en we spraken met ons gezelschap af dat we zeker eens langs Cliftonville zouden komen. Belfast blijft hoog op mijn lijst van favoriete steden staan.