Barry Fry in a Swimming pool
Met een zwaar slaaptekort en compleet uitgedroogd werd ik om zes uur wakker. In totaal had ik twee uurtjes geslapen. De combinatie van geweldige voetbalwedstrijden zien, sjanzen met de vrouwen en alcohol (ik drink eigenlijk amper iets normaal) had zijn tol geëist. Gaarheid kreeg voor mij een nieuwe betekenis. Ik ging maar wat kijken naar Skysports, want Poldertje lag nog in coma. Rond een uur of elf vertrokken we uit het hotel, richting Grays. Southend bleek een stuk langgerekter dan gedacht, maar uiteindelijk kwamen we toch op een grote weg terecht. We zagen Canvey Island liggen en Tilbury was bijna aan te raken. Ik was echter te brak om er enthousiast over te raken en was blij dat we in Grays waren. Het doel was nu om een pub te zoeken waar ze eten serveerden. Dat zou nog een hele opgave blijken op zondagochtend in bruisend Grays.
We kwamen eerst drie pubs tegen die dicht waren en toen we er eindelijk een hadden gevonden die open was bleek dat ze daar geen eten hadden. Het was sowieso een dubieuze pub. Het leek wel of er een bomaanslag op was gepleegd, zo vervallen en aftands. Ze kenden daar echter wel een pub die eten serveerde, The Wharf (wij verstonden overigens The Wolf, maar dit terzijde). De richting werd aan ons uitgelegd en we moesten via een van de meest enge steegjes van Engeland richting de pub lopen. De muren waren er wel een meter of vijf en ze zaten vol met racistische graffiti. Hier waren sinds 1990 al minstens 157 mensen omgebracht en 482 vrouwen verkracht. De mishandelingen en berovingen noem ik dan nog niet eens op.
Uiteindelijk kwamen we via dat steegje uit in een woonwijk. Waren we gedist door de uitbaatster van de andere pub of waren we verkeerd gelopen? Beide bleek niet het geval, want door een mannetje met een enge hond werden we de goede kant opgestuurd. Daar kwamen we er ook achter dat de pub "The Wharf" heette. Logisch, want hij lag midden tussen de scheepswerven. Apart was dat de pub tientallen jaren ouder was dan de huizen in de buurt. Dit was vroeger echt een zeemanskroeg geweest, terwijl op de plek van de huizen destijds pakhuizen en kranen hadden gestaan. Er bleek zelfs een strandje te liggen, maar daar moet je alleen gaan liggen als je levensmoe bent. Het is namelijk drijfzand en er ligt volop gif. Erg gezellig dus allemaal.
In de pub werd ik ontgroend. Voor het eerst in mijn leven nam ik een "Sunday Roast". Echt veel honger had ik niet door mijn gaarheid, maar wat eten kon geen kwaad. De Sunday Roast bleek helemaal iets anders te zijn dan een "Full English Breakfast". Dit was namelijk helemaal een warme maaltijd, compleet met drie soorten groenten (broccoli, wortels, erwten), twee pasteitjes, gekookte aardappels, gebakken aardappels, jus en kleine reepjes biefstuk. Het was zoveel, dat ik het amper opkreeg. Poldertje had blijkbaar de grotere maag en die werkte het makkelijk weg. De uitbaatster van de pub, een vrouw van een jaar of negentig, was dan ook zeer tevreden over hem. Ik kreeg een standje dat ik mijn bord niet op had gegeten. Een zeer terecht standje dus.
De terugweg hoefden we niet door het dodensteegje, want er was een veel snellere route terug naar de auto. Het stadion was ook zo gevonden, zodat we de vink konden gaan zetten. Ik heb zelden een stadion gezien dat zo omringd is door de huizen. Daardoor was er aan de buitenkant weinig te zien, op een schitterend inkijkje na. In de clubshop kocht ik een wedstrijdshirt van vorig seizoen, zodat mijn verzameling voetbalshirts van de 116 nu op 71 staat. De vrouw van de clubshop vond het maar gek, maar was blij dat ze weer een shirtje had verkocht. We besloten eens door de poort te gaan richting de turnstiles, maar het bleek dat je alleen kaartjes kon kopen bij de ticketoffice. Achteraf was het geen zinloze actie, want we kwamen Barry Fry tegen. Ik zwaaide even naar hem en hij zwaaide terug. Zo doen wij celebs dat tegen elkaar.
Buiten Fry bleek er nog iemand te zijn die onze aandacht trok. Het was een Nederlandse vriend van Fabian Wilnis (de ex-speler van Ipswich Town). Hij was op uitnodiging van hem op stage bij Grays Athletic. Er lag in principe contract voor hem klaar, maar een blessure verhinderde hem om definitief te tekenen. Hij zou daarom nog een keertje gaan meetrainen als hij weer fit was en als het opnieuw zou bevallen kon hij het gaan tekenen. We hoorden wat interessante verhalen over de in's en out's van Grays Athletic en het Engelse voetbal in het algemeen. Het was ondertussen al bijna tijd voor kick-off. We kochten snel wat kaartjes en gingen naar binnen. Onze maat vond dat te koud en koos ervoor om de wedstrijd vanuit de social club te volgen. Die gaat het nog zwaar krijgen in de wintermaanden in Engeland, want nu viel de kou zeker nog wel mee.
Het eerste wat ons opviel was dat er overal huizen om het stadion heen stonden. Heel veel mensen konden gratis een kijkje nemen en er waren er ook veel die dat deden. Het tweede dat opviel was het blauw. Overal was het blauw geschilderd, tot aan de stenen toe. Ik had een beetje een zwembadgevoel, toen we in het stadion stonden. Echt mooi was het stadion niet, maar wel erg apart. Ik was toch wel blij dat we hier even een kijkje kwamen nemen, want het stadion kan ieder moment worden verlaten. Tegenstander Kidderminster is zowat de minst interessante club in de Conference en maakte die naam waar door amper veertig fans mee te nemen. De shirts waren wel erg leuk van ze en ik hoopte dat ze dit keer meer spektakel zouden verzorgen dan de laatste keer dat ik ze zag. Tegen St. Albans werd het namelijk 0-0, maar dat kon bijna niet in dit doelpuntrijke weekend.
Als echte bobo's gingen we op de hoofdtribune zitten (je kon kiezen of je wilde zitten of staan zonder extra kosten), bij de reservespelers van Kidderminster en in de buurt van Barry Fry. Kidderminster trapte af en het schaakspel begon. Ik begon langzaamaan wat in slaap te dommelen door het slaapgebrek en het saaie voetbal. We hadden gisteren veertien doelpunten gezien in twee wedstrijden, maar ik verwachtte niet dat daar nog veel bij zou komen. Goed, veertien doelpunten in drie wedstrijden is ook niet verkeerd, maar het zou toch wel een sof zijn om hier een 0-0 te zien. Ik baalde even dat ik geen geld had ingezet op een 0-0, want als je eens goed naar het affiche van de dag keek zou er een 0-0 ook het beste bij staan. Grays v Kidderminster, saaiheid in het kwadraat. Ineens schrok ik wakker, want de scheidsrechter had voor de rust gefloten.
Helemaal gaar sleepten we ons naar de social club van Grays Athletic. Wat cola's deden wonderen, want we waren ineens weer een stuk fitter. We besloten ook om op de terrace achter het doel te blijven staan, om zo niet in slaap te sussen. Het spel leek ook ineens een stuk beter en vooral Grays ging helemaal vol op de aanval spelen. Een kwikzilveren linksbuiten, in de rust ingevallen, sneed keer op keer door de verdediging en een voorzet van hem leverde de 1-0 voor Grays op. Gelukkig, het 0-0 spook was verjaagd. Het doelpunt had het effect van een wespensteek op Kidderminster. Ineens bleken die gasten ook te kunnen voetballen en twee erg goede spitsen te hebben. Dat resulteerde in de gelijkmaker vijf minuten na het openingsdoelpunt. Ik was ineens klaarwakker, want dit kon nog wel eens een leuk potje gaan worden.
Ik vond het onbegrijpelijk dat Kiddy na dat doelpunt niet doordrukte, want ze leken er de kwaliteiten voor te hebben. In plaats daarvan zakten ze weer helemaal in en mocht de linksbuiten van Grays weer gevaarlijk worden. Ondanks de mindere kwaliteit drukten ze Kiddy weg, die zich als ware lafbekken presenteerden. Twee uitstekende aanvallen in de 68e en 72e minuut zorgden voor de 2-1 en 3-1. Het laffe voetbal was afgestraft en ons doelpuntenlijstje voor dit doelpunt mocht worden aangevuld met doelpunt 17 en 18. Het leek gewoon maar niet op te houden met de goals. In twee dagen had ik nu al meer doelpunten gezien dan tijdens een hele week voetbal in augustus.
Kidderminster begreep dat je met een 3-1 achterstand beter niet laf kunt blijven voetballen en ging nu va-banque spelen. Hun spitsen waren goed, maar geen afmakers. Technisch en qua snelheid stonden er geen betere spelers op het veld, maar die bal in de touwen leggen was een ander verhaal. Bij Grays was het nu peentjes zweten geblazen. Een hooliganachtige figuur op de tribune kon het niet meer verkroppen en begin wartaal uit te schreeuwen. Hij viel bijna op zijn bek en begon de stewards uit te dagen. Een vreemd mannetje, vooral omdat hij dit alleen deed. Toen Kidderminster de 3-2 scoorden werd hij helemaal gek en probeerde hij het veld op te komen. Dit werd echter snel de kop ingedrukt en de spannende laatste minuten mocht de hooligan niet meer zien, want hij werd afgevoerd.
Kidderminster kreeg ondertussen nog een paar kansen, maar het lukte ze niet meer om te scoren. Terecht, want die laffe houding van ze in de eerste 72 minuten verdiende ook geen punt. Na het fluitsignaal gingen we snel naar de auto, zodat we op tijd bij de tunnel zouden zijn. Zonder enige problemen kwamen we weg bij Grays. Het was toch leuk, ondanks dat het niet echt mooi was, om het stadion cq. zwembad van Grays te zien. De tweede helft was voetballende erg leuk geweest en alles bij elkaar was dit toch echt een topweekend. Zelden is er zoveel op en naast het veld gebeurd dan dit keer. Alles zat op de terugweg ook nog eens mee, zodat Poldertje me om tien uur weer afzette in Tilburg. Negentien doelpunten, zoenen met Stephanie in Southend, Fenland Park zien, Barry Fry ontmoeten, etc, etc.. ik kon de slaap maar moeilijk vatten die avond en was de volgende dag zo gaar als een bos uien op mijn werk.
Geschreven: Sir Stanley Matthews