
Clownesk, Clownesker, Ma-Kalambay
Buiten de “Old Firm” kent Schotland eigenlijk maar een derby die ook echt serieus te nemen is en dat is de “Edinburgh Derby”. Goed, je hebt ook in Dundee een derby, maar die is een stuk minder beladen. De harde kernen van beide clubs kunnen zelfs heel goed met elkaar opschieten en helpen elkaar zelfs als er indringers uit Edinburgh, Glasgow of Aberdeen de stad betreden. Ik zou graag eens een Dundee FC v Dundee United bijwonen, maar als ik een voorkeur moet opgeven is het toch de Edinburgh Derby die ik liever zie. Op het moment dat de fixtures uitkwamen ging ik dan meteen op zoek naar Hibernian v Hearts. Doordat ik al eerder bij Hearts was geweest, ging mijn voorkeur uit om de derby op Easter Road te zien. Het bleek dat de Goden me gunstig gezind waren, want 19 oktober was een ideale dag. De dag ervoor speelde Celtic namelijk bij Inverness en dat leek me ook een mooie wedstrijd om te bezoeken.
In juli al werden de vluchten bij Ryanair vastgelegd. Twee maanden van tevoren ging ik contact zoeken met Hibernian voor tickets, maar ik kreeg nul op rekest. Dat was toch wel balen, want ik had verwacht dat het niet moeilijk zou zijn om aan kaartjes te komen. Gelukkig had ik bij Motherwell v Celtic Andy ontmoet en die kende wel iemand bij Hearts die een seizoenskaart had. Die persoon regelde vier tickets voor ons in het uitvak. Liever had ik bij de Hi-Bees gezeten, want dat is toch meer Celtic in het klein, terwijl de bijnaam Mini-Huns genoeg zegt over Hearts. Maar ja, liever in het vak bij Hearts dan helemaal niet naar binnen en pim-pam-petten in de hotelkamer. Zolang we de “Billy Boys” maar niet mee hoefden te zingen was het allang goed.
De zin in de wedstrijd werd steeds groter naarmate de dag dichterbij kwam. Een leuk vooraf in Inverness zorgde er al helemaal voor dat ik in de stemming was voor deze wedstrijd. Die zondag vertrokken Satyr, Chocovla en ik al vroeg met de benenwagen vanuit de achtertuin van Hearts (we zaten maar een kilometer bij het stadion van Hearts vandaan) naar Easter Road. Na een tijdje lanterfanten in de Starbucks, kon de tocht beginnen. In het centrum kwamen we een leuk meisje tegen die we een tijdje gingen stalken, waardoor de tocht goed opschoot. Voordat we het wisten liepen we Leith binnen. Dit Leith was vroeger een aparte stad, maar is vorige eeuw opgeslokt door Edinburgh. Het was een beetje een verpauperd gebied met veel vage winkels. We voelden ons alledrie meteen thuis.
Op een gegeven moment dachten we dat we de weg kwijt waren en de TomTom wist het ook niet meer. Gelukkig keek ik even om me heen en aan het eind van de straat zag ik al een tribune. Een beetje provinciaals was dit wel, maar we waren bij het stadion. Het was nog tweeëneenhalf uur voor de wedstrijd en aangezien Andy pas een uurtje voor wedstrijd zou aankomen hadden we alle tijd om even merchandise te kopen en wat foto’s te maken. Ineens zag ik vier lichtmasten. Dat moest natuurlijk het Meadowbank Stadium zijn van het ter ziele gegane Meadowbank Thistle. Een helse voettocht door dubieuze bosjes met meer gebruikte condooms dan bomen volgde en eenmaal bij het stadion aangekomen bleek het toch wat tegen te vallen. Het stadion was afschuwelijk lelijk en op slot. Met een mopperende Chocovla liepen we maar weer terug naar Easter Road.
Terwijl ik bezig was met een sms te sturen naar Andy hoorde ik ineens mijn naam in Schots accent. Aan de overkant van de weg liepen Andy en Ray en die hadden mij al gezien. Na een zoektocht langs diverse pub rondom het stadion naar de man van Hearts die de kaartjes had geregeld gingen we naar binnen bij “The Albion”. Dat was een pub op de hoek van het stadion die binnenin een en al Hibsgeschiedenis uitademde. Op de tv-schermen werden overwinningen uit het verleden van Hibs op Hearts getoond, er hingen allerlei relikwieën van de club en er werden ook gezellige Hibernianliederen gezongen. Veel van die liedjes heb ik ook al eerder bij Celtic gehoord, dus ik kon ze goed meezingen. Dit was een aangename pub om te verblijven, maar helaas moesten we op een gegeven moment toch richting stadion.
We hadden nog een ticket over van SJ, maar er was veel politie dus het touten werd niet echt een succes. Eenmaal binnen gingen we meteen geld inzetten bij het gokkantoor. De oude indektruc werd weer uit de kast gehaald. Dat is dat je inzet op een 0-0, want als het 0-0 wordt heb je geen goals gezien maar wel geld. Andersom win je geen geld, maar zie je wel goals. Een win-win situatie dus. Satyr besloot op een 2-2 in te zetten, de naïeveling. Uiteraard besloten onze Schotse vrienden ook te gokken, want dat zit ze in het bloed heb ik wel gemerkt toen ik bij de hondenraces op Shawfield was. Er kan tegenwoordig zelfs gegokt worden op wanneer er buitenaards leven wordt gevonden, dus ik sta nergens meer van te kijken.
Eenmaal binnen bleek Easter Road een stuk leuker dan ik me had voorgesteld. Goed, er waren drie nieuwe tribunes, maar die waren best wel leuk en de oude East Stand zorgde ervoor dat het echt een heel speciaal stadion was. Tynecastle vind ik nog net iets mooier, doordat het daar een stuk steiler is en door die oude Main Stand, maar Easter Road is ook niet verkeerd. Het was jammer dat de berg Arthur’s Seat net achter ons lag, want anders hadden we helemaal een mooi uitzicht gehad. Ook leuk was dat we vanaf het moment dat we binnenkwamen uitgescholden werden door de Hi-Bees vanuit de East Stand. Vandaag behoorden wij namelijk ook bij de “vijand”.
We werden trouwens al vrij snel geconfronteerd met de voorkeur voor rechts in ons vak. Vlak achter ons stonden een paar figuren de Hitlergroet te brengen, terwijl ze de Britse vlag vasthielden. Erg vreemd, want Adolf was niet echt fan van de Britten. Ik hoopte maar dat ze niet het Horst Wessellied gingen inzetten en wij door de mand vielen als niet-Hearts fans. Als tegenaanval liet de harde kern van Hibernian bankbiljetten zien met daarop de afbeelding van Heartseigenaar Vladimir Romanov, de man die mede verantwoordelijk is voor de 30 miljoen pond schuld van Hearts. Ook lieten beide clubs blijken waar hun roots lagen, want we waren omringd door Union Jacks. Bij Hibernian waren er veel Ierse vlaggen te zien. De term kleine Old Firm was dus wel degelijk van toepassing vandaag.
De teams kwamen ondertussen het veld op, waarbij ik vooral veel verwachtte van de zogenaamde “Holy Trinity”. Dat zijn de drie aanvallers van Hibernian, Riordan, Fletcher en Nish, die bovengemiddelde kwaliteiten hebben en toch wel iedere wedstrijd worden geacht om minstens een goaltje te maken. Hearts had vooral veel onbekende buitenlanders, hoewel de beste spelers (Christophe Berra) wel een Schot is. Het is toch best jammer dat Romanov alle Schotten heeft weggejaagd, doordat ze teveel praats hadden. Het team met Gordon, Pressley en Hartley was een stuk herkenbaarder. Op doel stonden vandaag aan allebei de kanten twee mannen met een slechte reputatie. Bij Hearts was dat de Slowaak Kello, die gehaald was van feederclub Kaunas omdat de Schotse keeper Banks iets teveel praatjes had volgens Romanov. Bij Hibernian stond Ma-Kalamaby in het doel. Ooit nog keeper bij Chelsea, maar tegenwoordig wekelijks blunderend in het doel bij Hibs.
Al voor de wedstrijd was de sfeer op de tribunes uitstekend en die werd nog beter toen er eindelijk werd afgetrapt. We waren amper een minuut onderweg of Hibernian stond al voor met 1-0. Steven Fletcher, die vorig jaar nog gevolgd werd door Real Madrid, was de maker van het doelpunt. De Hi-Bees werden gek en de fans op de East Stand haalden hun Romanov bankbiljetten weer tevoorschijn. De frustratie in ons vak nam toe en om die weg te krijgen bulderde het walgelijke lied de Billy Boys van onze tribune. Dat was wel wat minder, maar sfeertechnisch natuurlijk erg goed, want het lokte weer een reactie uit van de Hi-Bees.
Ondanks het doelpunt ging Hearts niet echt drukken. De wedstrijd bleef erg gelijkwaardig, maar van goed voetbal was geen sprake. Het was allemaal erg rommelig en er kwam amper een pass aan. Het was dus echt voetbal dat je verwacht bij een derby. Ondertussen begon een iemand zich te onderscheiden en dat was Ma-Kalambay. Die greep zowat iedere keer mis, gleed uit en stond continue verkeerd opgesteld. Het was dat geen speler van Hearts de bal op doel kreeg, want anders had het best 1-5 kunnen staan bij rust. Ma-Kalambay leek de weg helemaal kwijt te zijn. Dat bleek ook bij het eerst het beste schot op doel, van Bruno Aguiar. Als eerste Heartsspeler lukte het hem om de bal tussen de palen te krijgen en meteen was het een doelpunt. In ons vak werd iedereen gek en ik werd omhelst door volslagen onbekenden. Tot aan de rust was het een groot feest in ons vak en ik verloor bijna mijn gehoor.
In de rust was het even bijkomen van de adrenaline en het geschreeuw op de tribune. Goed voetbal ontbrak dan wel, maar voor de rest was dit alles wat voetbal leuk maakte. Ik begon zelfs wat Heartsvrienden te krijgen, die Nederland een erg leuk land vonden (ik vroeg maar niet of dat iets met Willem III a.k.a. King Billy te maken had) en bizar genoeg kenden ze Eindhoven erg goed. Ik hoorde het geklaag over Romanov aan en ze vonden allemaal dat Hearts eigenlijk voor had moeten staan. Vooral door de prutser in de goal van Hibernian, want Hearts zelf had zeker geen overwicht. De man die de kaartjes had geregeld nodigde me meteen uit om op 3 januari Hearts v Hibs te komen bezoeken. Uiteraard had ik daar wel oren naar, maar helaas bleek thuis dat de vluchten van Ryanair wel erg prijzig zijn en dat ik daarom deze uitnodiging met pijn in mijn hart moet afslaan.
In de tweede helft werd het foutenfestival zelfs nog groter, maar aan de positieve kant stond dat de sfeer ook nog beter werd. Er werden door beide partijen allerlei verboden liedjes gezongen, maar doordat geen echte Old Firm wedstrijd was mocht het wel. Ik hoopte dat een van de clubs nog zou scoren, want zo’n authentieke “Roar” is toch wel erg mooi om mee te maken. Eigenlijk maakte het me niet meer uit wie er zou scoren. Die Heartsfans om me heen vond ik wel sympathiek, terwijl bij Hibernian meer mijn hart ligt. Het vreemde was dat alleen de manager van Hearts had besloten om zijn prutsende keeper te vervangen, terwijl Ma-Kalambay toch een stuk slechter was. Overigens werd Ma-Kalambay twee weken geleden wel gewisseld in de rust na weer een drama optreden. Sindsdien is deze clown ook niet meer teruggekeerd in het doel van de Hi-Bees.
Op het veld stond trouwens een speler die probeerde Ma-Kalambay naar de kroon te steken met blunders: Kingston van Hearts. Ondanks zijn haarbanden en witte schoentjes bakte hij er werkelijk niets van. Zowat drie keer stond hij vrij om op doel te schieten, maar hij maaide er overheen of hij schoot ver naast. Toen hij werd gewisseld kreeg hij ook een oorverdovend fluitconcert van zijn eigen fans. Beide teams kregen vlak voor einde nog een grote kans, maar allebei die kansen gingen er niet in. Uiteindelijk dus 1-1 en van mijn nieuwe vrienden kreeg ik nog enkele handen als afscheid. Dit was alles bij elkaar toch wel heel erg leuk geweest. Qua sfeer en beleving was alleen mijn eerste Old Firm beter geweest. Daar waren er iets meer belangen en was de haat nog meer voelbaar. Toch komt dit toch wel erg in de buurt en ik kan niet wachten om deze Edinburgh Derby een keertje op Tynecastle te zien.
Na de wedstrijd liepen we afscheiden van de Hibsfans richting de stad, maar eenmaal op Leith Walk aangekomen liepen we allemaal door elkaar. Over en weer werden er wel wat opmerkingen gemaakt, maar een vechtpartij heb ik niet gezien. We namen afscheid van Adny en Ray en zochten een restaurantje op. Na een lekker maaltijd en een avondje pub (met saai Spaans voetbal op tv) in de buurt van ons hotel was het tijd om naar het mandje te gaan. Chocovla en Satyr vertrokken de volgende ochtend al heel vroeg richting vliegveld, terwijl voor mij een reis naar Newcastle op het programma stond. Het Schotse deel van mijn trip was in ieder geval erg geslaagd geweest.
Geschreven door: Sir Stanley Matthews