Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

Linfield2

Het verslag

 

The Old Firm of Belfast

De Noord-Ierse competitie is de een-na-oudste van de wereld. Alleen die van Engeland is nog ouder. Tot in de jaren vijftig werd de competitie ook gezien als een van de betere in Europa. Minstens top vijf. Tegenwoordig is het allemaal wat minder. Op de laatste ranglijst van de UEFA staat de Noord-Ierse op plek 49, net een plekje boven Luxemburg. Vrij matig als je bedenkt dat er maar 53 zijn. De teletoetercompetities van de Faeröer, Azerbeidzjan en – extra pijnlijk - Wales als sterker gezien. De zuiderburen zijn al helemaal uit zicht geraakt, want die staan op plek 29. Even chargeren, maar de hoofdschuldige voor de teloorgaan is de voetbalclub Linfield en laten we die nu net gaan bezoeken in Noord-Ierland.

Ik heb ooit wat geschreven hoe de fans van Linfield het legendarische Belfast Celtic vernietigden en sindsdien is er eigenlijk geen ruk meer aan in Noord-Ierland. Een strijd tussen twee clubs is nog wel aardig maar als er maar eentje is, is de lol er snel vanaf. Goed, Glentoran heeft later het gat wat Belfast Celtic heeft gelaten wel wat opgevuld, maar het blijft een surrogaat. Beide clubs zijn protestantse clubs en dat haalt de jus er wel een beetje vanaf. Qua katholieke clubs werd het helemaal karig, toen Derry City in jaren 70 uit de competitie verdween. Het waren de hoogtijdagen van de Troubles en het was letterlijk levensgevaarlijk om als Linfield-fan naar Derry te gaan en omgekeerd. Tegenwoordig is dat wel mogelijk en sinds dit jaar spelen er zelfs drie katholieke clubs op het hoogste niveau in Noord-Ierland: Newry City, Donegal Celtic en Cliftonville.

Die eerste twee club stellen niet veel voor. Sportief zijn ze al blij als ze erin blijven en qua fans is het ook niet veel soeps. Wat dat betreft doet Cliftonville het beter. Die strijden de laatste jaren mee om de bovenste plekken en een eerste titel sinds 1998 zit er aan te komen. De geschiedenis van Cliftonville is overigens een vreemde. De club werd opgericht in 1879 door een zakenman uit Belfast die zo enthousiast was geworden na een voetbalwedstrijd gezien te hebben in Engeland, dat hij besloot dat ook zijn stad een voetbalclub moest hebben. Na het plaatsen van een advertentie was de boel rap geregeld en was de eerste voetbalclub van het hele eiland een feit. Vanaf 1890 speelt de club al op Solitude, waar ik ooit een fotoreportage over maakte. Titels werden er behaald in 1906, 1910 en 1998. Een hele prestatie, want de club was tot 1970 een amateurclub met protestantse signatuur.

Cliftonville en protestants? Gek genoeg wel en tot in de jaren tachtig werd iedere bestuursvergadering afgesloten met een God Save the Queen. Cliftonville was echter niet zo extreem als de rest van de clubs in Belfast. Ze waren de club van de middenklasse en iedereen was welkom. Het publiek van Linfield vonden ze meer een stel sektarische paupers en daar werd minderwaardig op neergekeken. Hoe werd Cliftonville dan een “katholieke” club? Heel simpel, door de strijd tussen beide groepen kwam er een hele volksverhuizing op gang in Belfast. Katholieken gingen bij katholieken wonen en protestanten bij protestanten. De wijk Cliftonville, van oorsprong een protestantse middenklassewijk, werd ineens een bastion van Iersgezinde katholieken en ook die zien graag voetbal. Zo werd de club geleidelijk aan steeds meer katholiek en verscheen de Ierse vlag ineens op de tribunes in de jaren 70. De Linfield-fans hadden ineens een nieuwe vijand gevonden, nu ook Derry City was verdwenen.

Sportief was het niet veel met Cliftonville, want ze waren jarenlang het Ierse equivalent geweest van het Schotse Queen's Park. Een nette club, die principieel amateur bleef en daardoor weinig successen behaalde. Vaak eindigde Cliftonville dan ook op de laatste plek (tussen 1957 en 1977 maar liefst 16 keer), maar doordat er geen degradatie mogelijk was, maakte dat niet veel uit. Er werd in die jaren ook geen enkele hoofdprijs gepakt. Tussen het kampioenschap in 1910 en de Noord-Ierse beker in 1979 zat maar liefst 69 jaar en dat terwijl ze al die jaren op het hoogste niveau speelden. Pas toen begin jaren zeventig het amateurstatuut werd losgelaten, begon de club een beetje te presteren en werd ook op sportief vlak de rivaliteit tussen Cliftonville en Linfield interessant.

In de jaren 70 waren The Troubles op hun hoogtepunt. Dagelijks vielen er doden en waren er veel sektarische knokpartijen in de straat. Dat gold natuurlijk ook rondom voetbalwedstrijden. Aangezien Cliftonville v Linfield dé meeste beladen wedstrijd was in Noord-Ierland, liep het daar altijd uit de hand. Op een bepaald moment werd het wel erg gevaarlijk om als uitsupporter om naar een ontmoeting tussen beide clubs te gaan. De IFA hielp, net zoals in het verleden, Linfield weer eens. Er werd besloten dat wedstrijden tussen beide clubs alleen op Windsor Park mochten worden gespeeld. Ieder seizoen moest Cliftonville dus tweemaal afreizen naar de vijand. Als verklaring gaf de IFA dat rondom Windsor Park beide supportersgroepen beter uit elkaar konden worden gehouden en dat was in de nauwe straatjes rondom Solitude niet mogelijk. Vooral voor de gehate politie was het te onveilig om rond te lopen in de republikeinse wijk.

Deze oneerlijke situatie duurde van 1970 tot en met 1998. Hoewel Windsor Park als “veilig” werd beschouwd, was het voor de Cliftonville-fans soms erg gevaarlijk. In 1991 bijvoorbeeld. Een paar dagen eerder was er een aanslag geweest op Britse militairen en dat moest natuurlijk vergolden worden. Terwijl de wedstrijd bezig was, gooide iemand van de UDA van buiten een handgranaat over de muur in het Cliftonville-vak. Er vielen enkele gewonden en maakte meteen duidelijk dat het wel meeviel met de veiligheid op Windsor Park. De IFA deed uiteraard net of haar neus bloedde en Cliftonville moest haar thuiswedstrijden tegen Linfield op Windsor Park blijven spelen. Pas na het Goede Vrijdag akkoord in 1998 was het volgens de IFA veilig genoeg voor Linfield om naar Solitude te komen en er zijn sindsdien ook geen grote rellen geweest. Op de tribune is er natuurlijk genoeg banter, maar daar blijft het ook bij.

Alles bij elkaar dus een wedstrijd om naar uit te kijken, hoewel het beladen sfeertje er wel wat af is sinds het de laatste jaren gelukkig wat rustiger is. Voor deze trip zouden we weer in de wijk Cliftonville zitten. Dat leek ons veiliger, aangezien we een huurauto hadden met een Iers kenteken. Toch is Cliftonville in het verleden juist erg gevaarlijk geweest voor katholieken. Doordat de paramilitaire organisaties van de loyalisten wisten dat in Cliftonville zowat iedereen katholiek was, werd het erg aantrekkelijk om juist daar aanslagen te plegen en mensen te ontvoeren. De wijk Cliftonville kreeg daardoor tijdens de hoogtijdagen van The Troubles de bijnaam “The Murder Mile”. Dit omdat er nergens in Noord-Ierland zoveel mensen zijn vermoord als in Cliftonville. Je liep ook de kans om gekidnapt te worden als je daar liep, waarna de mannetjes van de UDA, UFF of UVF je gingen martelen en uiteindelijk doodschoten. En daarvoor hoefde je echt geen IRA-lid te zijn, maar alleen katholiek.

Gelukkig ligt die tijd nu achter ons, hoewel ik de vrijdagnacht van onze aankomst nog op Ceefax las dat er in de naastgelegen wijk Ardoyne twee mannen in sektarisch geweld waren neergeschoten. Toch wel gek als het zo dichtbij gebeurd, maar eigenlijk moet je daar niet te veel over nadenken. Het is gewoon een kwestie van op de verkeerde plaats op de verkeerde tijd zijn. De B&B waar wij verbleven werd gerund door een typisch Cliftonville-stel. De man volgde de lokale voetbalclub en was vaak gaan kijken in het verleden. Hij vond het geweldig dat we die middag in het uitvak gingen zitten op Windsor Park. Zijn echte liefde was echter Celtic, waar hij ook met enige regelmaat naatoe ging. Zijn vriendin, van wie het huis was, had weinig met voetbal, maar des te meer met politiek. We zagen onder andere een krantje van Sinn Féin liggen. Dat soort dingen passen natuurlijk wel in mijn straatje.

Na een erg goed ontbijt, besloten we al vroeg richting het stadion te gaan. Eerst gingen we nog even de stad in om wat spullen te halen en daarna richting het stadion. Ik wilde graag het Belfast Celtic Museum bezoeken, dat sinds een paar maanden in het Centre Park Shopping Centre is gevestigd. Op de plek waar dat winkelcentrum nu staat, stond tot 1985 Celtic Park, het stadion van deze club. De mall zelf was er eentje van deprimerende schoonheid. Wat een saaie winkels en architectuur daar. Het felle TL-licht maakte het geheel af. Zet het lied “Mooie Dag” van Bløf op en je gaat je verhangen. Helaas bleek het museumpje gesloten te zijn. Rouwmoment voor mij. Gelukkig vond ik wel het gedenkteken ter nagedachtenis aan het stadion. Het was overigens bizar om te zien hoe dicht Celtic Park bij Windsor Park ligt. We zagen de floodlights al aan de overkant van de snelweg liggen. Voordeel was dat we tenminste niet ver meer hoefden te lopen.

Terwijl we de rotonde overstaken van de republikeinse wijk Falls naar het unionistische Windsor, veranderde meteen de sfeer meteen. Waar we rondom Celtic Park weinig tot geen murals en Ierse vlaggen zagen, was dat aan de andere kant wel het geval. Je zag precies waar de scheiding lag, want ineens hingen er Noord-Ierse vlaggen en de Union Jack. Ook waren er straten vol gehangen met rood-wit-blauwe vlaggetjes. SJ zei nog cynisch dat het hier wel feest leek. Feest was het allerminst. Het gaf een heel apart gevoel om door die wijk te lopen. Nergens zagen we mensen op straat, maar we hadden continue het gevoel van achter de gordijnen in de gaten te worden gehouden. Windsor is ook een enorme grauwe wijk. Waar je rondom het stadion van Glentoran nog pubs en winkels hebt, zie je hier alleen maar kleine, grauwe huizen. We voelden ons niet echt gemakkelijk en besloten om maar even de wijk uit te gaan en verderop langs de grote weg een Marks & Spencer te gaan vincken.

Op zich vind ik het niet erg om tussen het thuispubliek te zitten, ook al heb ik weinig met de thuisclub. Liever niet natuurlijk, maar soms kan het niet anders zoals bij uitwedstrijden van Celtic. Er zijn echter een paar uitzonderingen en dat zijn Rangers en Linfield. Daar voel ik me te ongemakkelijk bij. Vandaar dat we vandaag ook besloten om bij de Cliftonville-fans te gaan zitten. Sowieso mijn favoriete club van heel het eiland en bij deze wedstrijd was het een aanrader om bij hen te gaan zitten. Ik had Cliftonville gemaild met de vraag of de wedstrijd all ticket was, maar dat was gelukkig niet het geval. We konden dus gewoon kaartjes kopen op de dag van de wedstrijd, alleen moesten we dan niet de wijk in gaan, maar bij de grote weg blijven. Daar had je een soort sluis, waardoor je het uitvak kon bereiken.

Die sluis zag er overigens nogal intimiderend uit. Het was een soort kooi, zoals ik die ook bij Glentoran had gezien. Op die kooi was prikkeldraad gespannen en er staken pinnen uit. Dat het toch niet helemaal veilig was, bleek wel aan de grote hoeveelheid flessen en stenen die op de sluis lagen. Eenmaal door de sluis heen, kwamen we uit bij de achterkant van de West Stand. We bleken de eersten Cliftonville-fans te zijn. Het was wel mooi geweest als er voor de rest niemand was gekomen, dan hadden we die gigantische North Stand voor ons alleen gehad. Dat zou niet het geval zijn, want zo'n 600 man van The Reds maakten de trip van Noord- naar Zuid-Belfast. Best een aardig aantal, want zoveel komen er vaak ook naar de mindere thuiswedstrijden. Deze pot was natuurlijk ook een belangrijke, want beide teams moesten eigenlijk winnen om in de buurt te blijven van koploper Glentoran.

Doordat we zo vroeg waren, hadden we geen programmaboekje. Ik liep nog even naar beneden, maar ook daar hadden ze de boekjes nog niet. Er stond wel een steward van Cliftonville met wie ik een praatje maakte. Hij was – zoals bijna ieder Cliftonville-fan – fan van het Ierse nationale elftal en was een week eerder nog mee naar Armenië geweest en een paar dagen hiervoor naar Dublin. Het verbouwde Lansdowne Road was hem wel bevallen en hij had goede hoop dat Ierland (in een poule met Rusland en Slowakije) bij de eerste twee zou komen. Met het Noord-Ierse team had hij niets, want daar hielden ze niet van katholieken en hij haalde het verhaal over Neil Lennon aan. Ook het feit dat Linfield 5% van de inkomsten van Noord-Ierse wedstrijden krijgt, was een reden voor hem om Noord-Ierland niet te steunen.

Na de staat van het Nederlandse voetbal te hebben doorgenomen (hij kende Willem II nog van de Champions League), was het tijd om weer richting SJ te gaan. Ik had ondertussen twee programmaboekjes en het was nog een half uurtje tot de aftrap. We wensten elkaar succes voor de wedstrijd en de steward sloeg nog even een kruisje. Waar ik vond dat er redelijk wat Cliftonville-fans waren, viel de opkomst van de Linfield-fans me tegen. Er kwamen er amper 3000 opdagen en dat voor de grootste club van Noord-Ierland. Tsja, voetbal lijkt daar echt op sterven na dood. De meeste mensen geven de voorkeur aan de Engelse topclubs of de Old Firm. Jammer, want het zorgt ervoor dat het lokale voetbal zo ver is afgezakt. Ik ben erg benieuwd hoe dat er had voorgestaan als Belfast Celtic er nog was geweest, maar helaas zullen we dat nooit weten.

In het programmaboekje viel onder meer te lezen dat Cliftonville-spits Liam Boyce (19) - waar Celtic een tijdje interesse in had – naar Werder Bremen was vertrokken. Een gekke transfer, want scouten die Duitsers soms in de Noord-Ierse competitie? Ik ben in ieder geval benieuwd hoe hij het gaat doen. Wel jammer dat hij weg is, want Boyce had wel eens het verschil kunnen maken in de titelstrijd. Voor de rest stonden er bij Linfield voor mij twee bekende spelers in de verdediging. Het bejaardenduo Noel Bailie (39) en William Murphy (36), die vorig jaar nog in het nieuws kwam vanwege het betalen met vervalste bankbiljetten. Het is natuurlijk geweldig dat zo'n Bailie nog speelt en al meer dan duizend wedstrijden op de teller heeft, maar het zegt ook wel wat over de Noord-Ierse competitie dat een duo van gezamenlijk 75 jaar zich kan handhaven bij dé topclub.

Vlak voordat de wedstrijd begon, werd de link van beide teams met de Old Firm erg duidelijk. Niet alleen zaten er in ons vak veel mensen met een Celtic-shirt en zaten ze bij Linfield met de variant van de Rangers, het werd ook duidelijk toen de spelers van Cliftonville de Huddle deden en de fans van Linfield vlak voor de aftrap “God Save the Queen” zongen. Het was overigens maar een groepje van een man of vijftig (voornamelijk chavs) die dat deden. Dat waren ook de enige waar wat geluid uit kwam, want van Linfield-zijde was het allemaal erg tam op een keertje “Rule Britannia” na. In ons vak was het feest, ondanks dat we met 600 man op een tribune zaten waar er een stuk of 5000 op zouden kunnen. Tegen AA Gent vond ik de supporters van Cliftonville al leuk en degene die we vorig jaar hadden ontmoet waren ook erg oké. Nu was het opnieuw erg leuk en we namen ons voor om ze – ondanks die nieuwe tribune en het kunstgrasveld – toch maar eens te gaan bezoeken op Solitude. Tegen Linfield natuurlijk.

De wedstrijd zelf was het aankijken overigens meer dan waard. Vooral Cliftonville speelde bij tijd en wijle erg goed. Ze hadden alleen de pech niet echt een afmaker voorin te hebben staan en als ze dan een keer op doel schoten stond Linfield-keeper Alan Blayney in de weg. Die kreeg de volgende dag dan ook alle lof toegezwaaid. Terecht, want zonder hem was het een nulletje of vier, vijf geworden voor Cliftonville. Toch mogen de spitsen van Cliftonville zich wel een achter de oren krabben, want van de drie reuzekansen die ze in de laatste minuten kregen, had er minstens eentje in gemogen. Balen voor ons, want dat was een geweldige climax geweest. Drie keer stonden we mee te springen omdat we dachten dat Cliftonville ging scoren, maar helaas mocht het niet zo zijn. Mijn eerste 0-0 in de UK sinds zowat anderhalf jaar. Gelukkig was deze pot wel erg leuk, in tegenstelling tot de gemiddelde brilstand.

Na de wedstrijd moesten we weer richting de sluis lopen. Linfield-fans zagen we niet, maar we hoorden ze wel tegen de poorten schoppen. We waren blijkbaar “Fenian Bastards”. Ach ja, dat is tenminste een van de zekerheden in het leven. Eenmaal buiten liepen wij de andere kant op, dan de Cliftonville-fans die met de bus en auto waren gekomen. De politie zag er vrij indrukwekkend uit, met hun zware wapens. Doordat we geen sjaal of iets dergelijks aan hadden, konden we vrij onopgemerkt via Sandy Row (de wijk aartsloyalistische grenzend aan Windsor en tevens geboorteplek van Linfield) naar het stadscentrum gaan. Sandy Row blijft een apart gebied. Veel murals en vlaggen en dat terwijl je het neutrale stadscentrum bijna kunt ruiken. Uiteraard kwamen we weer langs de supportersclub van Rangers, waar ik in 2006 zowat naast sliep, maar het was er allemaal vrij rustig.

Na een hapje te hebben gegeten en nog even flink te hebben geboozd in onze lokale boozer Cassidy's (waar opnieuw de rode vrouw zat, die SJ vorig jaar wilde afpakken van haar man die toen dronken naast haar zat) gingen we totaal P-P terug naar onze B&B. Het was een zware, maar leuke dag geweest. Zo'n wedstrijd bijwonen vanuit het uitvak heeft wel wat. Het voelt apart om in de minderheid te zijn en vooral als je eerst door een of andere sluis met prikkeldraad, glas en stenen moet. Belfast blijft een leuke stad en heeft nog altijd mijn voorkeur op Dublin door de historie, stadions en mensen. Een ruige stad misschien, maar wel eentje met een geheel eigen gezicht. Gelukkig heb ik clubs als Crusaders, Donegal Celtic en natuurlijk Cliftonville nog nooit met een wedstrijdbezoekje vereerd. De kans dat ik nog eens terugkom in Belfast is dus levensgroot en daar kijk ik nu al naar uit.



Het rapport

Het stadion:

Met de club Linfield heb ik niet veel, maar Windsor Park vind ik een leuk stadion. Het was een tegenvaller dat de Railway End een paar dagen eerder was gesloopt, want dat was een leuke, oude stand. Het zorgt ervoor dat het stadion minder leuk is geworden. De North Stand waar wij met The Reds opzaten, is maar een saai dingetje. Ook de Alex Russell Stand is niet geweldig. Lijkt een beetje op die tribunes van Millwall. Gelukkig is er nog de door Archibald Leitch ontworpen South Stand. Die alleen maakt het bezoeken van Windsor Park al de moeite waard. Helaas is onder druk van de UEFA de terracing in ongebruik geraakt, maar het blijft een mooi bouwwerk. Helaas zal ook deze tribune verdwijnen binnen een aantal jaar.

De wedstrijd:

Meestal zijn 0-0's een verschrikking, maar deze was meer dan de moeite waard. Het was dat Alan Blaney een superdag in het doel van Linfield had, anders was het minstens een nulletje of vier geworden. Cliftonville viel me erg mee; ze speelden leuk, kregen veel kansen en hadden een paar leuke voetballers. Ik was daarentegen verbaasd over Linfield, want dat was echt helemaal niets. Ze hadden een vervelend schoppertje op het middenveld lopen en dat was het wel zo'n beetje.

De omgeving:

Windsor is een wijk waar je op slag depressief wordt. Het is er erg grauw en kil. Wij liepen er rond, maar het leek er wel uitgestorven. Nergens zag je iemand op straat en we hadden het gevoel dat we van achter de gordijnen bespied werden. In tegenstelling tot de wijk rondom Glentoran, waren hier ook amper murals te zien. Opvallend was ook dat we geen pub of winkel vonden. Het gaf een heel gek gevoel om daar rond te lopen. Nee, naar Windsor ga je alleen voor het voetbal en daarna zo snel mogelijk weer weg.

De sfeer:

We zaten bij de Cliftonville-fans en dat was een goede keuze. Er was zo'n mannetje of 500 meegekomen en ze lieten zich continue horen. Opvallend was dat er geen rebel songs werden gezongen, iets dat ik wel had verwacht. Bij Linfield werden wel de klassiekers van stal gehaald. Bij de aftrap zongen een stuk of veertig chavs het God Save the Queen en die werden daardoor uitgelachen door de Cliftonville-fans. Uiteraard kwam ook het Rule Britannia langs, maar voor de rest waren The Blues erg rustig, uitgezonderd een knulletje dat continue op zijn trom aan het slaan was. Overigens merkte ik geen blinde haat, iets dat je wel merkt bij de Old Firm.

Overall:

Doelpunten maken ze niet veel in Noord-Ierland. De vorige keer was het 1-0 en nu bleef het bij 0-0. Waar de wedstrijd van Glentoran destijds matig was, was deze pot erg vermakelijk. We waren ook echt aan het meeleven met Cliftonville. Bij uitfans zitten van een club waarmee je wat hebt, is toch wel erg leuk. Opnieuw bleek dat weer erg sympathiek volk te zijn. Jammer dat Cliftonville er niet in slaagde om in de blessuretijd nog de winnende treffer te maken, want dan was het mental geworden. Volgend jaar maar eens de omgekeerde versie van deze pot gaan bekijken op Solitude, want dit was toch wel erg leuk.



De statistieken

Linfield v Cliftonville 0-0 (11/09/2010)

Ground: Windsor Park, Belfast

Visits: 1

Season: 2010-2011

Competition: Irish Premier League

Position Linfield: 4

Position Cliftonville: 3

Gate: 3800

Match Number in Northern Ireland: 2

Goals: 1

Line up Linfield:

Blaney, Murphy, Curran, Thompson (75. Munster), Carvill, Bailie, Allen, Tomelty (46. Lowry), R. Garrett, Ervin, Mulgrew 

Line up Cliftonville:

Connolly, Fleming, R. Scandell, Hutton (46. McVeigh), Holland, Donaghy, McMullan, C. Scandell, S. Garrett, Caldwell, Jones (67. Smyth)



De foto's

Tegenover onze B&B lag het park waar ook Solitude deel van uitmaakt

Kijk je naar de andere kant dan zie je Samson en Goliath al liggen

Lopend door onze wijk zag je zo nu en dan murals

En natuurlijk de flat met de namen van de hongerstakers en de Ierse vlag

Willem II, Britse vlaggen, 1690 en de Orange Hall. Yep, nu zitten we in een loyalistisch deel

Daarna kwam het stadscentrum, met o.a. het gigantische Keltische kruis

De grote City Hall

Het Grand Opera House, dat een beetje kitscherig is

Het Europa Hotel, waar in totaal 33 bommen in zijn ontploft

Vanuit het centrum liepen we via de wijk Falls naar Linfield. De politie is nog altijd niet populair

Helaas, het Belfast Celtic Museum was gesloten

Het herdenkingsdenken vond ik wel

Het lelijke Park Centre, waar ooit Celtic Park stond

Met je rug naar het winekelcentrum zie je aan de overkant van de rotonde al de loyalistische vlaggen

Gezelligheid kent geen tijd in Windsor

Jaja, een groot feest daar in Zuid-Belfast

Windsor Park. Klik hier voor de foto's uit 2006

Ruige turnstiles daar

Vanaf de treinbrug konden we meteen zien dat de Railway End P-P was

Sinds 2007 hangen deze houten borden voor de ingang

Best leuk gedaan

Een gezellig kooi naar het stadion voor de uitfans

De Railway End zag er van binnen vrij troosteloos uit

Zo zag hij er vier jaar geleden uit, maar helaas is een maand geleden besloten hem te slopen

De North Stand waar wij zouden zitten. Een saaie tribune

De West Stand, waar de harde kern van Linfield zat

De South Stand blijft toch het hoogtepunt van het stadion

...

De ingang

Onze stand zag er van buiten erg Oostblokkerig uit

Cliftonville is hier vaker geweest

Ineens begon het flink te hozen voor de wedstrijd

Het maakte de ruimte waar de Railway End stond nog triester

Gelukkig hadden ze n og wel leuke lichtmastjes daar

Beide teams komen het veld op...

... en wisselen de gebruikelijke formaliteiten uit

Ook bij Cliftonville houden ze van The Huddle

En we zijn los

En hier zijn ze dan, de boefjes die "God Save the Queen" zongen

Ons vak, met bovenin veel zingende mannetjes

Een van de vele kansen voor Cliftonville die er niet in zou gaan

Helaas bleef het 0-0...

... en liepen we enigzins teleurgesteld weer weg

Altijd gezellig om door een kooi te lopen waar ze zelfs geen beesten in stoppen

De politie hier ziet er niet flauw uit

Wat is er leuker dan door Sandy Row lopen?

Met al die gezellige rood-wit-blauwe stoepranden...

... de kleiduifschutters van Sandy Row worden geëerd

Evenals deze mannetjes in hun SM-maskers

 


 

 

© 2005 All Rights Reserved.