Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 SPL

 Scotland

 Eire & Cymru

 Special Matches

 Other Grounds

 Groundlist

 Links

 
 
 

Merthyr

Merthyr Tydfil FC

The World of the Wonderful Welshmen

 

Merthyr Tydfil, een schitterende naam. Het zou een naam van een held kunnen zijn of van een kasteel uit de Middeleeuwen. Het is echter geen van beide, Merthyr Tydfil is een plaatsje in Wales. De Romeinen waren de eerste die wel inzagen dat de plek waar Merthyr Tydfil nu ligt wel een heel mooie plek is. Je hebt er een goed uitzicht over de omgeving en bent dicht bij de rivier de Taff. Cardiff ligt zo’n veertig kilometer zuidelijker, dus dat is ook nog wel te doen. De Romeinen besloten daarom om een fort te bouwen bij Merthyr Tydfil. Restanten van dat fort liggen onder het stadion van Merthyr Tydfil, Pennydarren Park, waardoor er een eerste link is tussen Italië en de voetbalclub. Er zijn er echter nog een aantal, zoals John Charles en Atalanta Bergamo, maar daarover later meer.

 

Een paar jaar geleden stortte het Romeinse Rijk in en de Romeinen vertrokken uit hun fort bij Merthyr Tydfil. De oorspronkelijke bewoners hadden weer rust, maar dat duurde niet lang. Het gebied rondom Merthyr Tydfil werd daarna namelijk vaak aangevallen door Ierse piraten, die zich er op een gegeven moment ook gingen vestigen. Veel huidige inwoners van het plaatsje hebben dan ook Iers bloed door de aderen stromen. Later kwamen er ook Ierse monniken, die ervoor zorgden dat de stammen werden bekeerd tot het christendom. Het was ook rond die tijd dat Merthyr Tydfil zijn naam kreeg. De legende gaat dat de dochter van een stamhoofd door een groep Saksen werd gevangen genomen en daarna werd gemarteld, verkracht en vermoord. Dit meisje, Tydfil genaamd, stond bekend als erg vroom. Ze werd voor de stam een martelaar, Martyr in het Engels. Aangezien de mensen in dit deel van het land niet zo geweldig Engels spraken, werd het verbasterd tot “Merthyr”. De legende werd van generatie tot generatie overgedragen en toen de nederzetting uitgroeide tot een stadje en er een naam nodig was werd de naam ‘Merthyr Tydfil’ gekozen, ter ere van de stamhoofddochter. Tegenwoordig is de vrome Tydfil prominent terug te vinden in het logo van de lokale voetbalclub.

 

In de late Middeleeuwen gebeurde er weinig rondom Merthyr Tydil, er waren geen piraten, monniken of Saksen die zin hadden om langs te komen. De inwoners waren wel echte clichémannetjes, want zowat iedereen was er schaapsherder. Iets wat volgens de Engelsen vandaag de dag nog steeds is en de naam ‘sheepshaggers;’is dan ook hoorbaar bij iedere voetbalconfrontatie tussen een club uit Wales en eentje uit Engeland. Maar terug naar de herders. Die schrokken zich ineens kapot, toen er eind 18e eeuw ineens kolen, ijzererts en leisteen werden gevonden in Merthyr Tydfil en omgeving. Dit in combinatie met een brede rivier maakte Merthyr Tydfil ideaal voor een productie van staal. De rust was gedaan en er werden mijnenschachten gegraven, spoorwegen aangelegd en fabrieken gebouwd. Ieren, Engelsen en zelfs Spanjaarden en Italianen (daar zijn ze weer) trokken naar Merthyr Tydfil, dat groeide als kool en waar dag en nacht de hoogovens rook uitbraakten.

 

De hoogtijdagen van de stad lagen ook in die jaren. Zelfs de beroemde zeeheld Lord Nelson kwam naar Merthyr Tydfil om te kijken hoe in Wales de kanonnen voor zijn schepen werden gebouwd. Ook de eerste stoomlocomotief ter wereld, The Iron Horse, zette zijn eerste bewegingen in Merthyr Tydfil. Het was echter niet alleen pais en vree, want de arbeiders hadden het erg slecht. Iedere keer als de ijzerprijzen daalden gingen de lonen omlaag. Het vreemde was dat de lonen amper omhoog gingen als de ijzerprijzen stegen. Ook betaalden de eigenaren van de ijzerfabrieken de arbeiders in zogenaamde “trucks”, dat was geen geld maar een soort waardebon die geld vertegenwoordigde. Deze bonnen konden alleen worden ingewisseld bij een aantal winkels, die zeer toevallig ook nog eens in handen waren van de eigenaren van de fabrieken waar de arbeiders werkten. Uiteraard waren de prijzen in die winkels ook nog eens erg hoog, zodat de koopkracht ieder jaar afnam en er veel armoede heerste in en rond Merthyr Tydfil.

 

Dit zorgden voor veel onrust en leidde uiteindelijk tot de ‘Merthyr Rising’ in 1831, waar later nog een roman over is geschreven. Een arbeidersopstand was toen nog een totaal onbekend fenomeen, evenals vakbonden. Het establishment was dan ook helemaal in schok toen de arbeiders voor hun rechten opkwamen.  Voor het eerst was in Groot-Brittannië ook de rode vlag (die de arbeiders bij zich hadden) te zien, in het buitenland een teken van revolutie. De staking verliep redelijk vriendelijk en de stakers legde hun eisen neer bij de bazen van de stad en de mijn. De eisen waren simpel, een verhoging van de lonen en een korting op het kopen van brood. Redelijke eisen, maar de kapitalisten wilden natuurlijk nog meer verdienen en verzonnen een list. De smerige lafbekken haalden het leger erbij en toen durfden ze pas de eisen te verwerpen. De stakers werd opgedragen om naar huis te gaan, maar toen deze dit weigerden te doen opende het leger het vuur op de stakers, die geen wapen hadden. Veel arbeiders stierven tijdens de laffe executies. Daarna werden de leiders opgepakt en in de gevangenis gestopt of naar Australië (destijds een strafkolonie) verscheept.

 

Om een voorbeeld te stellen werd ook een van de stakers opgehangen. Deze werd onterecht beschuldigd van het steken van een mes in een been van een soldaat. De ware dader bekende meer dan 40 jaar later op zijn sterfbed in de VS dat hij het was geweest die de soldaat had gestoken. Voor de 23-jarige Dic Penderyn, een mijnwerker, was dat te laat. Ondanks diverse ontlastende verklaringen en een petitie voor zijn vrijlating, ondertekend door 11.000 mensen, werd hij opgehangen in Cardiff. Vandaag de dag is er een plakkaat op de ‘Cardiff Market’ waar hij werd opgehangen ter herinnering aan Penderyn. Doordat er duidelijk een spelletje was gespeeld groeide Penderyn in de jaren daarop uit tot een martelaar en een held onder de lokale bevolking. Over Dic Penderyn zijn later liedjes en boeken geschreven. In Zuid-Wales heeft hij nog steeds een mythische status. En staat hij symbool voor het verzet tegen de, voornamelijk Engelse, overheersers.

 

De bazen hadden deze strijd dan wel gewonnen, maar de kloof tussen beide groepen was definitief geslagen. Na de opstand werden er vakbonden opgericht en de ‘Merthyr Rising’ was een voorbeeld voor vele arbeiders in Zuid-Wales. Acht jaar later vond in Newport opnieuw een grote opstand plaats. Deze keer hadden de arbeiders zich beter voorbereid en hadden ze zelf wapens gemaakt. Deze zogenaamde ‘Newport Rising’ is tot op de dag van vandaag de grootste gewapende opstand die Groot-Brittannië ooit heeft gekend, waarbij veel doden vielen. Rondom de herdenkingsdag van deze opstand worden ook van allerlei feesten georganiseerd in Zuid-Wales, maar iedereen weet dat de kiem voor deze opstand is gelegd in het plaatsje Merthyr Tydfil waar voor het eerst de arbeiders durfden op te komen voor hun belangen.

 

Na de opstand in Merthyr besloten veel mensen naar Amerika te vertrekken. Met name in Pittsburgh, de ijzerhoofdstad van de VS, kun je veel mensen vinden wier voorouders afkomstig waren uit Merthyr Tydfil. Met het plaatsje zelf ging het in de loop van de twintigste eeuw een stuk minder. Kool en ijzer werd steeds minder populair, aangezien het in andere landen goedkoper kon worden geproduceerd. Hoge werkloosheid was het gevolg. Het enige wapenfeit wat Merthyr Tydfil sindsdien nog produceerde was een medicijn. Dat medicijn was eigenlijk bedoeld voor het behandelen van Agina, maar de testpersonen bleken er ineens allemaal erg potent van te worden. Uiteindelijk is dat medicijn de basis geworden voor Viagra. Het is toch iets waar de mensen uit Merthyr Tydfil trots op kunnen zijn.

 

Iets waar ze meestal niet zo trots op zijn is de voetbalclub. Die speelt ergens in de donkere schachten van het Engelse voetbal. Toch zorgt de voetbalclub zo nu en dan voor een eruptie van vreugde in het stadje door goede resultaten en met name die ene wedstrijd in de Europa Cup II is iets waar ze het nog graag over hebben in Merthyr Tydfil. Toch is het stadje meer rugby- en boksminded dan voetbalminded. Merthyr Tydfil heeft ontzettend veel bokslegendes voortgebracht en van de grootste van allemaal, voormalige Commomwealth kampioen Eddie Thomas, heeft zelfs een eigen standbeeld in de stad. Hij is zelfs een tijdje burgemeester geweest van zijn geboortestad, maar toen hij persoonlijk failliet werd verklaard moest hij die positie opgeven. Drie jaar later overleed hij, helemaal berooid. Toch staat hij nog hoog in aanzien bij de mensen, die zich herkennen in hem. Merthyr Tydfil is sinds de ‘Merthyr Rising’ een stad waar de underdog hoog in aanzien staat en men niets moet hebben van de machthebbers en het kapitaal. Het is niet voor niets dat de Tories er nooit stemmen halen en alleen het woord “Tory” al kan rekenen op gespuug op de grond.

 

Even weer terug naar het voetbal, dat in 1909 wortel schoot in Merthyr Tydfil. In dat jaar besloten enkele mannen Merthyr Town op te richten. Door de stoere mijnwerkers werden ze natuurlijk belachelijk gemaakt, want voetbal was een vrouwensport volgens hen. Echte mannen deden aan rugby. Toch lieten ze zich niet uit het veld slaan en sloten zich aan bij de Southern League in Engeland waar alle Welshe clubs in speelden. In 1920 besloot de professionele League in Engeland uit te breiden De gehele Southern League werd voortaan Division Three en Merthyr had ineens een profclub in zijn gelederen. Ze deden het zelfs verbazend goed met een achtste plek in het eerste jaar en tot op de dag van vandaag is dat het hoogste waar een club uit Merthyr Tydfil ooit heeft gestaan. Vooral op Pennydarren Park, de thuishaven van Merthyr Town, werden enkele knappe resultaten geboekt.

 

Het jaar erop werd het helemaal een Welsh onderonsje in de Third Division, want lokale rivaal Aberdare Athletic kwam erbij. Buiten die club zaten ook Swansea en Newport in deze divisie. De bestuurders van Gillingham en Norwich zullen gevloekt hebben, iedere keer dat ze de lange trip naar Wales moesten maken. Merthyr Town eindigde overigens elfde en de jaren erop ging het steeds slechter. Zo slecht zelfs dat de club in 1925 als laatste eindigde en in de hoge hoed moest voor de herverkiezing. Het werd de meest eenzijdige verkiezing ooit, want alle 44 stemgerechtigde clubs kozen voor de Leagueclubs Merthyr Town en Brentford. De derde club die meedeed, Mid-Rhondda (ook uit Wales), kreeg geen enkele stem en ik heb ook nooit meer iets van de club gehoord of gelezen. Twee jaar lang ging het iets beter, maar in 1928 was het weer helemaal niets en ditmaal werd Merthyr iets minder enthousiast herkozen. In 1930 eindigden de Welshmen strak onderaan en de andere Leagueclubs hadden het wat gehad met dat reizen naar dat staalplaatsje waar je amper kon ademen door de rook. Gillingham werd wel herkozen, maar Merthyr Town vloog eruit ten kostte van Thames Association, een club die nu ook verdwenen is maar destijds een stadion voor 120.000 man had. Leaguevoetbal in Merthyr Tydfil was verleden tijd en is tot de dag van vandaag niet meer teruggekeerd.

 

Na de degradatie van Merthyr Town was de club ten dode opgeschreven. Er kwam geen hond meer kijken en in 1934 was het definitief over voor de club, wat bij de rugbyfans voor veel leedvermaak zorgde. In 1945 durfde een groep dapperen het toch weer aan om een voetbalclub op te richten in het stadje. De naam was vrij simpel: Merthyr Tydfil FC. Deze oprichters hadden dus wel het fatsoen om mevrouw Tydfil te benoemen in de clubnaam. Tydfil werd ook meteen geadopteerd in het logo en daarmee wordt haar de eer bewezen die ze verdiend. Dat de mensen in de stad hunkerden naar voetbal bewees de FA Cup wedstrijd tegen Reading. Maar liefst 21.000 mensen kwamen af op deze wedstrijd in 1946. Er kon werkelijk geen kip meer bij op Pennydarren Park en tot op de dag van vandaag is dat een record. Sowieso kunnen er, vanwege de veiligheid, nog maar 12.000 mensen naar binnen.

 

De club begon in de Southern League en heerste daar. In het eerste seizoen werden er maar liefst 187 doelpunten gescoord en in 1948, 1950, 1951, 1952 en 1954 werd de club kampioen van de divisie die net onder de League zat. Je zou dus denken dat ze een kans verdienden in de League, maar de andere clubs hadden Merthyr Tydfil er liever niet bij. Tegen de lange reis keken de andere clubs erg op en de club was gewoon erg goed en verloor op het eigen Pennydarren Park amper punten. Die konden ze er dus beter niet bijhebben en de club werd keer op keer niet gekozen voor een plekje in de League. Uiteindelijk werd de club voetballend ook minder en uiteindelijk besloten ze zich niet meer verkiesbaar te stellen en zich tevreden te stellen met een plekje in het Non-League voetbal. Jammer, want zeker begin jaren 50 verdiende de club een plekje in de League.

 

De club suste wat in slaap, totdat ze in 1972 ineens met een enorm klap wakker werden gemaakt. Daar stond hij ineens voor de deur te bonzen: Il Gigante Buono alias The Gentle Giant alias John Charles. De man die in de jaren 50 voor Leeds de netten had laten trillen en daarna bij Juventus zowat de enige Brit was die succesvol was in Italië. Charles werd door de fans van Juventus bij de Millenniumwisseling dan ook uitgeroepen tot ‘Beste Buitenlandse Ooit’. Ook is John Charles uitgeroepen tot beste speler die Wales ooit heeft gehad, dus nog voor Ian Rush en Ryan Giggs. In 1966 was Charles player-manager geworden van Hereford en in 1972 (hij was toen al 41) kwam hij dat zelfde kunstje bij Merthyr Tydfil doen. Wat een schok bracht dat teweeg in Merthyr Tydfil. Mede dankzij hem bereikte Wales in 1958 zijn enige eindtoernooi, het WK in Zweden. Merthyr had John Charles op een vreemde manier verleid, Charles had namelijk in zijn contract staan dat hij de teambus mocht rijden, iets dat hij erg leuk vond. Ook had Charles in zijn contract laten opnemen dat hij de nummers tijdens de bingoavonden mocht omroepen. Markante man, die John Charles, maar bij de club maalde ze er niet om, die waren allang blij dat Charles bij hen kwamen trainen en spelen.

 

John Charles bleef uiteindelijk twee jaar bij Merthyr Tydfil. Daarna besloot hij dat het genoeg was geweest met zijn voetbal- en managercarrière. Charles had genoten, maar het management trok hem niet en hij vertrok naar zijn jeugdliefde Swansea om daar jeugdtrainer te worden. Sportief was het avontuur met John Charles niet echt het succes geworden wat sommige ervan verwacht hadden, maar de club stond wel weer op de kaart en alleen al de aanwezigheid van de ‘Gentle Giant’ leverde extra fans op. Charles liet zien dat hij het scoren nog niet verleerd was, maar was eigenlijk te zachtaardig om manager te zijn. Hij had erg veel moeite om mensen er naast te zetten en dat deed hem uiteindelijk de das om. Toch was er wel een succesje in zijn laatste jaar, toen haalde Merthyr Tydfil voor derde keer de tweede ronde van de FA Cup (het verste waar Merthyr ooit gekomen is in die beker)., maar daarna trad er weer een stilte in op het sportieve vlak.

 

In 1987 ontwaakte de club weer. Ditmaal weer door een geweldige speler die ineens voor de club wilde spelen en ze naar grote hoogte stuwde. Tot 1995 mochten ook de zes Welshe clubs die in Engeland speelden namelijk meedoen aan de FA Cup van Wales. Vandaar dat Cardiff (o.a. tegen NAC), Swansea, Wrexham en Newport regelmatig op de Europese velden te vinden waren. Helaas is dit nu afgeschaft, maar destijds nog niet. In de topjaren, net na de oprichting, kwam Merthyr Tydfil dan erg vaak ver in de Welsh Cup. In 1949 werd Swansea City in de finale met 2-0 te kijken gezet en in 1951 was Cardiff City het haasje na een 3-1 nederlaag. In 1947 en 1952 werd de finale verloren, maar het tekent wel de sterkte van de club in die tijd met al die finaleplaatsen. Daarna trad sportief het verval in en ook in de Welsh Cup werd er weinig meer gepresteerd (overigens mochten ook Engelse clubs uit de buurt van Wales meedoen, zoals Shrewsbury, Chester, Hereford, Crewe en Tranmere Rovers om maar eens wat winnaars van de beker te nomen) tot 1987, toen er sprak was van een nieuwe ‘Merthyr Rising’.

 

Er werd in 1986 met weinig vertrouwen begonnen aan het bekeravontuur. Merthyr had een replay nodig om het kleine clubje Cardiff Corinthians te verslaan. Ook in de volgende ronde had Merthyr veel geluk, ze mochten tegen de nobody’s van Maesteg Park en wonnen makkelijk, terwijl zowat alle sterke ploegen tegen elkaar had geloot. Hierdoor was het al einde oefening voor Kidderminster Harriers, Hereford United en topfavoriet Swansea City. Hierna had Merthyr weer geluk want opnieuw mochten ze tegen een waardeloze club, namelijk Caernarfon Town, terwijl de Leagueclubs Wrexham en Cardiff het samen uit moesten vechten. Er werd gewonnen en in de kwartfinales was Barry Town de tegenstander. Pennydarren Park zat vol en dankzij de 4-2 zat Merthyr in de koker voor de halve finale. Opnieuw kwam de factor geluk langs, want Leagueclubs Wrexham en Newport County moesten tegen elkaar, terwijl Merthyr Tydfil en Bangor City het samen uitmochten vechten in een dubbele confrontatie. De bekerfinale lag voor het grijpen.

 

Bangor City was ongeveer van hetzelfde niveau als Merthyr en beide clubs wonnen hun thuiswedstrijd met 1-0. Penalty’s moesten de beslissing brengen en volgens mij speelden er Nederlanders bij Bangor, want Merthyr Tydfil won makkelijk. Wrexham en Newport County hadden elkaar ondertussen op leven en dood bestreden met als uiteindelijk resultaat dat Newport County ook naar Ninian Park in Cardiff mocht voor de finale. Merthyr Tydfil had ondertussen weer een legendarische voetballer onder contract staan, namelijk de voormalige Engels international Bob Latchford. Deze legende van Birmingham City en Everton stond onder contract bij Lincoln City, maar met zijn 36 jaar leek het beste er wel af (twee jaar eerder scoorde hij nog 13 goals in 15 wedstrijden voor NAC en stampte ze daarmee de eredivisie in, ook daar is hij onder de oudere fans nog steeds een held). Lincoln besloot hem daarom te verhuren aan Merthyr Tydfil in de tweede helft van het jaar, nadat hij eerder uitgeleend was aan… Newport County. Daar had hij het met vijf doelpunten in twintig wedstrijden aardig gedaan, maar niet aardig genoeg om te blijven. Latchford wilde dus wraak en dat kon hij krijgen in de finale van de Welsh Cup. De oude vos had erin zin an.

 

Veel van de spelers van Merthyr Tydfil waren geïmponeerd toen ze de volle tribunes van Ninian Park zagen. De meeste hadden hun hele leven voor een paar honderd man gespeeld en dit was wel andere koek, maar Latchford zorgde ervoor dat de jongens rustig werden en sleurde, vocht en werkte zichzelf kapot. Newport County kwam voor, maar Latchford knokte door en het had succes. Latchford zelf pompte de bal langs de keeper, waardoor het 1-1 werd. Later kwam Newport opnieuw voor, maar onder aanvoering van Latchford werd het 2-2 en een replay was afgedwongen. Newport speelde dat seizoen in de Third Division en had niet zo’n tegenstand verwacht van een stelletje semi-profs. Nog groter werd de verbazing toen Merthyr na vier minuten op 1-0 kwam in de replay. De spelers van Merthyr Tydfil wisten niet wat ze met de voorsprong aanmoesten, maar Latchford gaf opnieuw het voorbeeld door als een leeuw mee te helpen te verdedigen. Newport kwam er niet doorheen en als dat wel was gebeurd had Latchford geen moment getwijfeld om die speler op te eten. De Welsh Cup moest hoe dan ook naar Merthyr Tydfil en na 90 minuten was dat ook het geval, want Newport County slaagde er niet in te scoren. Latchford had zijn Welsh Cup en besloot meteen te stoppen met voetbal. ‘Mission Revange’ was geslaagd. Wat baalde ze op dat moment bij Newport dat ze hem hadden laten lopen in de winterstop.

 

Consequentie van de Cup winst was dat Merthyr Tydfil Europa in mocht. In de eerste ronde van de Europa Cup II mocht Merthyr het meteen opnemen tegen zowat de sterkst mogelijke tegenstander, namelijk Atalanta Bergamo. Italië had op dat moment de sterkste competitie ter wereld en op papier leek alleen Ajax, die het jaar ervoor de EC II hadden gewonnen, sterker. Er was natuurlijk ook wel wat paniek, want voldeed Pennydarren Park wel aan de veiligheidsvoorschriften en waar moesten de Italiaanse fans worden opgevangen. De clubleiding wilde perse in Merthyr Tydfil spelen en er werd een nieuwe terrace aangelegd en er kwam ook een nieuwe tribune. Uiteindelijk kwam het daardoor allemaal goed en op een mooie nazomer dag in 1987 kon Merthyr Tydfil aftrappen voor hun eerste Europa Cup wedstrijd ooit. Officieel konden er 8.000 man in het stadion, maar ooggetuigen uit die tijd zijn er van overtuigd dat het er zeker meer dan 10.000 waren, want je kon amper bewegen. Het zou een hete avond die zestiende september.

 

Merthyr Tydfil kwam op 1-0 en de verbaasde Italianen moesten keihard werken om op de 1-1 te komen. Met die stand gingen beide ploegen rusten. De wedstrijd, de eerste tussen een Italiaanse en Britse ploeg na het Heizeldrama, werd live uitgezonden in Italië en de televisiekijkers daar wisten niet wat hen overkwam. Atalanta moest toch makkelijk deze amateurs weg kunnen blazen? De verbazing was dan ook groot toen een het paar minuten voor tijd nog steeds 1-1 stond. Merthyr Tydfil kreeg zelfs een vrije trap in de buurt van het Atalanta. Een lokale speler, Ceri Williams in het normale leven asfalteerder, ging achter de bal staan. Wiliams had die dag vrij gekregen zodat zijn longen ’s avonds niet helemaal vol met teer zouden zitten. Williams nam een lange aanloop en snoeide de bal vanaf twintig meter strak in het doel.

 

Na de wedstrijd stonden er elf verbouwereerde Italianen te kijken alsof ze water zagen branden. Het was namelijk 2-1 gebleven voor Merthyr Tydfil, een van de grootste stunts ooit in het Europese voetbal. Ceri Williams werd held voor een dag en mocht in allerlei programma’s komen opdraven. Merthyr Tydfil FC was nog nooit zo vaak genoemd in de media als in die weken. Uiteindelijk maakten de Italianen het goed in Bergamo door thuis met slechts 2-0 te winnen, maar voor Merthyr Tydfil kon het al niet meer kapot. Ze hadden eigenlijk twee keer gestunt, want 2-0 was een kleinere nederlaag dan ze hadden verwacht. Atalanta Bergamo haalde uiteindelijk de halve finale, waarin de latere winnaar KV Mechelen te sterk was.

 

Na dit ongelooflijke avontuur ging het steeds beter met Merthyr Tydfil. In 1989 werd de club weer kampioen van de Southern League waardoor de club promoveerde naar de Conference. Het was lang geleden dat de club slechts een divisie onder de profs had gespeeld. Het eerste seizoen draaide de club meteen goed mee met een negende plek. Er volgde weer een negende plek en in 1992 werd de club zelfs vierde. Tegenwoordig was dat genoeg geweest voor een plekje in de playoffs, maar destijds promoveerde alleen de kampioen. Ondertussen begonnen wat mensen te dromen over een terugkeer in de League van een ploeg uit Merthyr, maar dat was ‘wishfull thinking’, want de jaren erop ging het ineens bergafwaarts met Merthyr Tydfil. De club werd 16e, 20e (slechts een plek boven de degradatiestreep) en het jaar erop was het definitief over voor de Marthyrs.

 

Sindsdien hangen ze wat rond in de lagere divisies van de Engelse piramide. Zo nu en dan zijn er wilde plannen, zo had de stad het idee om een enorm project uit de grond te stampen, ‘Merthyr Village’. Dit project zou 100 miljoen pond kosten en er zou onder andere een stadion voor Merthyr Tydfil worden neergezet met 12.000 zitplaatsen. Uiteraard ging het hele ‘Merthyr Village’ niet door. Toch zijn er helaas nog steeds plannen om Pennydarren Park te verlaten, sinds 1909 het spirituele thuis van voetbal in Merthyr Tydfil met eerst Merthyr Town als bespeler en nu Merthyr Tydfil als eigenaar. Sportief doet de club het redelijk de laatste jaren. Ze spelen nu in de Southern Premier League (twee divisies onder de Conference) waar de club afgelopen jaren respectievelijk als negende, twaalfde, en dit seizoen, als dertiende eindigde. Het niveau is dan wel prut, maar voor komend seizoen staat wel weer de derby Merthyr Tydfil tegen Glouchester City op het programma. Met zijn meer dan 120 ontmoetingen de vaakst gespeelde wedstrijd tussen een club uit Wales en Engeland.

Geschreven door: Sir Stanley Matthews



Pictorial Tribute to Merthyr Tydfil FC

De eerste teamfoto van Merthyr Town uit 1909

Merthyr Tydfil wint de Welsh Cup voor het eerst in haar bestaan

Pennydarren Park in 1960 vanuit de lucht gezien

Bob Latchford maakt de 1-1 in de finale van de Welsh Cup

De finale werd uiteindelijk gewonnen. Hier beelden van het feest

Merthyr Tydfil v Atalanta Bergamo op Pennydarren Park...

... en een fot van de uitwedstrijd in Bergamo

Merthyr Tydfil promoveert naar de Conference. Feest in Merthyr tot de late uurtjes

Pennydarren Park, de thuishaven van Merthyr Tydfil met een schitterende tribune

En hier de overkant van die geweldige tribune

 

Bovenstaande foto’s zijn allemaal afkomstig van http://www.themartyrs.com, http://www.merthyrfootball.co.uk en http://www.footballmediagroup.co.uk


 

 

© 2005 All Rights Reserved.