Bijna alle oude stadions in de UK mag ik graag bezoeken, helaas verdwijnen er steeds meer. Afgelopen zomer viel het laatste slachtoffer en zeker een die in mijn all-time top vijf staat: Ninian Park van Cardiff City. Na 99 jaar is het doek gevallen voor deze geweldige ground. De club verhuist namelijk van de ene kant van Sloper Road naar de andere. Ironisch genoeg de plek waar de club 99 jaar geleden oorspronkelijk Ninian Park wilde bouwen. Wat rest zijn herinneringen. Herinneringen aan legendarische wedstrijden van Cardiff City in de competitie en Europa, het nationale elftal van Wales, bokswedstrijden en optredens van artiesten als Bob Marley. Zelfs Paus Johannes Paulus II heeft ooit een bezoek gebracht aan het stadion. Tijd voor een korte terugblik op 99 jaar Ninian Park.
Clwb Pêl-droed Dinas Caerdydd oftewel Cardiff City in het Engels werd in 1899 opgericht en doordat de club langzaamaan succesvol begin te worden – en als gevolg daarvan steeds meer mensen trok – was het nodig om een nieuw stadion te bouwen. De locatie was snel gevonden, want aan Sloper Road was nog wel wat ruimte voor een stadion. Er was alleen een probleem met de bankgarantie, die kon de club niet overleggen en het idee om een nieuw stadion te bouwen leek een luchtkasteel te worden. Welshmen zijn niet echt voetbalminded. Rugby is dé sport in Cymru, maar ene Lord Ninian Edward Crichton-Stuart had toch wel te doen met de club. Hij stelde zich garant en werd daarvoor beloond door de club. Het stadion zou 99 jaar lang zijn naam dragen.
Cardiff City was in 1910 nog lang geen League club. Tien jaar later pas zouden de Welshmen worden gekozen in de profdivisies. Toch slaagden ze erin om een aantrekkelijk tegenstander te regelen voor de openingswedstrijd: Aston Villa. De club was in 1910 al voor de zesde maal landskampioen geworden en daarnaast hadden ze ook nog vier FA Cups gewonnen. Het is niet gek om te zeggen dat Aston Villa in die dagen kon worden aangemerkt als grootste club te wereld. Op 1 september 1910 was het dan zover, de eerste wedstrijd ooit op Ninian Park. Er kwamen 7000 mensen op de wedstrijd af en die zagen Aston Villa met 1-2 winnen. Een goed resultaat voor Cardiff City en met de opkomst waren ze ook erg tevreden. Voetbal leek daadwerkelijk wortel te gaan schieten in de rugbystad.
Steeds meer mensen kwamen kijken naar de club en in 1920 deden ze mee aan de verkiezing voor de League. Samen met Leeds United werden ze gekozen in de Second Division. De eerste wedstrijd was Clapton Orient (het huidige Leyton Orient) en maar liefst 25000 mensen wilden dat wel zien. Het leven in het profvoetbal was een doorslaand succes. Cardiff City werd tweede en promoveerde meteen naar het hoogste niveau. Daarnaast haalde de club de halve finale in de FA Cup (destijds nog English Cup geheten). Regelmatig liep Ninian Park vol en voor de kwartfinale tegen Chelsea kon er zelfs geen kip meer in. De spelers van Chelsea waren enorm geïntimideerd door het ruige volk op de tribunes, die niet alleen een hekel hadden aan Engelsen, maar helemaal aan Londenaren. Overbodig om te zeggen dat Cardiff City won en naar de halve finale ging. Pas na een replay moesten de Welshmen hun meerdere erkennen in Wolverhampton Wanderers.
Op het hoogste niveau bleek Cardiff ook meteen een hoogvlieger, want in het debuutjaar werd de club meteen vierde. Twee jaar later haalde Cardiff zelfs evenveel punten als kampioen Huddersfield (dat zijn eerste van drie opeenvolgende titels won) en ook qua doelsaldo stonden ze gelijk. Cardiff City had echter één doelpunt meer gemaakt en er ook één meer had tegen gekregen. Vandaag de dag zouden de Welshmen kampioen zijn geworden, maar destijds ging het om doelpuntengemiddelde. Het was dus beter om er weinig tegen te krijgen. Geen titel voor Cardiff City dus en tot vandaag de dag zou die er ook nooit komen.
De jaren twintig bleken wel erg succesvol voor Cardiff. In 1925 werd de finale van de English Cup gehaald, maar Sheffield United was met 1-0 te sterk op Wembley. Twee jaar later was het wel raak. Na diverse grote namen te hebben uitgeschakeld, zoals Aston Villa, Bolton Wanderers en Chelsea (een wedstrijd waarbij 47.854 mensen naar Ninian Park kwamen). De finale tegen Arsenal was de eerste die live op de radio werd uitgezonden. Een doelpunt van de Schot Hughie Ferguson was genoeg voor de Bluebirds om de Cup te winnen. Het is de enige keer dat een niet-Engelse club die beker won, ondanks finaleplekken voor het Schotse Queen's Park en vorig jaar voor Cardiff zelf. De naam English Cup sloeg ook nergens meer op en werd door Cardiff City vervangen in FA Cup. Ferguson zelf was op slag een held, maar kon de roem die dit doelpunt hem zou opleveren niet aan. In 1930 – Ferguson was met veel verwachtingen door Dundee overgenomen van Cardiff - werd de druk hem te groot en belande hij in een depressie. Op 31-jarige leeftijd kon hij er niet meer tegen en vergaste hij zichzelf, een vrouw en twee kinderen achterlatend.
De dood van één van de beste spitsen die de fans op Ninian Park ooit zagen liep parallel aan de ineenstorting van de club. Twee degradaties in drie jaar en de club vond zichzelf terug in de Third Division, destijds het laagste niveau. In 1934 werd het dieptepunt bereikt; de club eindigde als allerlaatste en moest meedoen aan de herverkiezing. De club had echter een goede reputatie opgebouwd en werd herkozen. Ninian Park was ondertussen leger en leger geworden. De tijden dat er meer dan 30.000 mensen kwamen leken voorbij. Pas na WO II begon de zon wat voor te breken en in 1947 promoveerde de club weer terug naar de Second Division. In 1952 keerden de Welshmen zelfs terug naar het hoogste niveau, maar echt potten werden daar niet gebroken. Wat wel werd gebroken was het toeschouwersrecord. Voor een wedstrijd tegen Arsenal – dat voor de titel speelde en die ook zou halen - kwamen er op 22 april 1953 maar liefst 57.893 mensen naar Ninian Park. Het bleef 0-0 en de titelaspiraties van de Londenaren kregen een knauw. Weer een grote naam die niet kon winnen op Ninian Park. Voor geen enkele club een uitwedstrijd naar Cardiff een pretje. In Ninian Park werden de tribunes bevolkt door Engelandhatende mijnwerkers. Ook voor uitfans was het geen leuke verplaatsing, want regelmatig werden die getrakteerd op een pak slaag door de Bluebirds. De term “intimiderend” is eigenlijk nog te zwak uitgedrukt voor een dagje Ninian Park.
Diezelfde sfeer hing er ook als het nationale elftal zijn wedstrijden op Ninian Park speelde. Vooral de geliefde Engelse buren hadden het zwaar daar. In 1961 zagen 62.634 mensen – het eeuwige toeschouwersrecord – hoe Wales met 1-0 de Engelsen versloeg. Drie jaar eerder vond het mooiste moment in het Welshe voetbal op dezelfde plek plaats. Een 2-0 overwinning op Israël was genoeg voor plaatsing voor het WK 1958 in Zweden. Het is de eerste en enige keer dat Wales zich voor een eindtoernooi heeft geplaatst. De spelers speelden ook liever op Ninian Park dan op Arms Park. Dat laatste was namelijk meer een rugbystadion in tegenstelling tot Ninian Park. Er zijn wel een paar rugbywedstrijden op Ninian Park gespeeld, maar dat was slechts als een club lichtmasten nodig had. Voor de rest was het een en al voetbal wat de klok sloeg. In het nieuwe stadion zal er overigens wel een vaste rugbyclub komen, namelijk de Cardiff Blues.
In 1962 degradeerde Cardiff City naar de Second Division en nog steeds wachten ze in de hoofdstad van Wales op een terugkeer naar het hoogste niveau. Pijnlijk voor de fans is dat het voor aartsrivaal Swansea in 1982 en 1983 daar nog in uitkwam. In de jaren zestig hadden ze er nog geen benul van dat het verblijf in de lagere divisies niet tijdelijk zou zijn. Daarnaast waren er leuke Europese wedstrijden. De winnaar van de Welsh Cup mocht namelijk ook meedoen aan de Europa Cup II, ook al was dat één van de clubs die in de Engelse competitie speelde. Cardiff was in die jaren de sterkste club uit Wales en mocht dan ook vaak Europa in. Van 1964 tot aan 1978 was dat maar liefst elf keer en Cardiff deed het daarin erg goed. Enkele van de mooiste wedstrijden gespeeld op Ninian Park vonden plaats in datzelfde Europa Cup II toernooi.
Het debuut in 1964 was er meteen een om nooit te vergeten. Eerst werd de Deense bekerhouder Esberg verslagen, waarna er een dubbel tegen titelverdediger Sporting Lissabon op het programma stond. De Portugezen deden wat minderwaardig vooraf, maar vlogen eruit. Pas in de kwartfinale kon Real Zaragoza – dat de beker ook zou winnen – de Welshmen een halt toeroepen. Vier jaar later kwam de eerste Nederlandse club op bezoek in Wales. Nac mag dan graag pochen over zijn “Avondje Nac”, maar een Avondje “Ninian Park” is toch iets heel anders. Met een 4-1 nederlaag eindigde de aspiraties van de Bredanaars. Pas in de halve finale was het over voor Cardiff City. HSV was namelijk nét iets te sterk.
Buiten de Europese wedstrijden waren het de burenruzies met Swansea die voor een kolkend Ninian Park zorgden. Twee derby's tegen Swansea in de jaren zestig zullen Cardiff-fans altijd bij blijven. De eerste was op 6 april 1965 in de toenmalige Second Division. Cardiff was wat aan het uitbollen, want ze stonden veilig in de middenmoot. Voor Swansea stond er echter nog veel op het spel. Ze streden namelijk voor lijfsbehoud. Welshmen onder elkaar, die gunnen elkaar wel wat. Dat klopt ook wel, maar niet als het tussen Cardiff en Swansea gaat. Cardiff ziet zichzelf als door-en-door Welsh, terwijl Swansea wordt gezien als een Engelse stad. De vreugde was dan ook groot toen Cardiff met 5-0 won en daarmee het lot van Swansea bezegelde. Iets minder dan een jaar later kwam er wraak. Na een uurtje spelen stond het 3-0 voor Cardiff City in een wedstrijd om de Welsh Cup. Een herhaling van de 5-0 leek aanstaande, maar de moeder alle comebacks vond daarna plaats. Swansea tikte de thuisploeg helemaal gek en uiteindelijk stond er 3-5 op het scorebord. Een van de pijnlijkste nederlagen ooit op Ninian Park voor de Bluebirds.
In de jaren zeventig bleef Cardiff City het goed doen in Europa. De meest legendarische wedstrijd die Cardiff City ooit zou spelen vond plaats op 10 maart 1971 in de kwartfinale van de EC II. Real Madrid kwam namelijk op bezoek. Het grote Real Madrid in Cardiff, veel gekker moest het niet worden. Cardiff City speelde op dat moment in de Second Division en er werd een makkelijke overwinning verwacht. Het was echter “one of those Ninian nights” en Cardiff won met 1-0. Uiteindelijk ging Real wel door na een 2-0 overwinning in de return, maar mensen die er die dag bij waren zullen het nooit meer vergeten: Cardiff City v Real Madrid 1-0. Een uitslag die overal in Europa insloeg als een bom. Het was het laatste grote wapenfeit van de Bluebirds in Europa, want daarna kwamen ze nog maar één keer voorbij de eerste ronde. Sowieso waren de jaren tachtig donkere jaren voor Cardiff City en zijn fans.
Sportief ging het minder en minder met Cardiff, terwijl een aantal kilometer verderop voormalig Cardiffspits John Toshack Swansea City omvormde tot een dé club van Wales. In vier jaar promoveerde de club van de Fourth Division naar de First, terwijl Cardiff City maar bleef aanmodderen in de Second en Third Division. Het enige waarmee Cardiff zijn landgenoten in aftroefde was hooliganisme. De beruchte Soul Crew kwam op en Ninian Park veranderde langzaamaan in een Sodom en Gomorra, waar fatsoenlijke mensen niets te zoeken hadden. De keren dat het niet uit de hand liep waren op één hand te tellen en vooral de wedstrijden tegen geboefte als Leeds United, Birmingham City en Sheffield United bracht veel tuig op de been. Maar als Swansea City op bezoek kwam ging het helemaal los en was de mens op zijn laagst te zien. “Als we het op het veld niet kunnen, dan maar op de tribunes.”, was de gedachtegang van de hooligans.
Het was dan ook ironisch om te zien dat Paus Johannes Paulus de Tweede in 1982 ervoor koos om juist in Ninian Park zijn grote toespraak te houden, tijdens zijn bezoek aan Wales. Waar de zaterdag ervoor nog schedels waren ingeslagen, sprak de paus een paar dagen later over vrede op aarde. Er waren wel vaker opvallende gasten in Ninian Park. Bob Marley gaf er in 1976 bijvoorbeeld een grootst optreden. Opvallend overigens dat beide mannen wel iets met voetbal hadden. Bob Marley trapte graag een balletje, terwijl Karol Wojtyla in zijn jeugd een begenadigd keeper scheen te zijn geweest. De keuze voor Ninian Park kan daarom bijna geen toeval zijn geweest.
Met Cardiff City ging het ondertussen van kwaad naar erger. In 1986 degradeerde de club voor het eerst naar de Fourth Division. De hoogstgeplaatste club in Wales werd daardoor Newport County, een team dat amper serieus werd genomen in Wales. De vernedering was compleet. Maar het kon nog erger, want in de Fourth Division eindigde Cardiff achter Wrexham en Swansea. De Bluebirds waren nu officieel de slechtste ploeg van de vier Leagueclubs uit Wales. Daarna was het continue promoveren en degraderen tussen de twee laagste divisies. In 1996 eindigde de club zelfs als 90ste van de 92 clubs in de League. Het voetbal in Cardiff leek dood en de mensen óntweken Ninian Park alsof het een melaatse was. Liever gingen ze naar rugby toe, dat was tenminste een echte mannensport en daar hoefde je niet bang te zijn om zomaar in elkaar geslagen te worden.
Pas na de Millenniumwisseling werd er weer wat leven in de club geblazen. Sam Hamman – die net zijn aandelen in Wimbledon had verkocht aan een stel Noren – nam de club over in 2000. Twee promoties in drie jaar bracht de club terug op het tweede niveau, eigenlijk daar waar de club historisch gezien thuishoort. Peter Ridsdale – ex-voorzitter van Leeds United – nam daarna de club over om ze het laatste zetje naar de Premier League te geven. In 2008 resulteerde het in een nieuwe FA Cup finale (helaas met 1-0 verloren van Portsmouth) en afgelopen seizoen leek het er lang op dat Cardiff minstens playoffs ging halen. Een bizar slechte reeks – met slechts één puntje uit vier duels – zorgde ervoor dat Cardiff City op doelsaldo zevende werd en net naast het playoffticket greep. De promotie moet dan dit jaar maar worden gehaald, in het nieuwe stadion. Dat is tenminste het plan van Ridsdale, de drijvende kracht achter het nieuwe stadion. Hij zag in dat, hoe jammer ook, het behoud van Ninian Park de club niet verder zou helpen. Helaas betekent de progressie van de club dus ook het afscheid van een monument.
Zelf ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik Ninian Park tweemaal tijdens een wedstrijd heb kunnen bezoeken. Zowel tegen Derby County als Q.P.R. was de wedstrijd prut, maar het stadion maakte echt alles goed. Dat verveelt namelijk nooit. Ik had nog het snode plan om Cardiff tijdens de playoffs te gaan bezoeken en zo de laatste wedstrijd ooit mee te maken, maar door de totale ineenstorting blijkt achteraf dat de 0-3 thuisnederlaag tegen Ipswich Town de laatste wedstrijd is geweest. Een onwaardig afscheid, want op dat moment leek het er nog op dat Cardiff het toetje zou halen. Gelukkig heb ik tijdens de trip in Pasen naar Merthyr Tydfil nog éénmaal Ninian Park bezocht. In een oogopslag kon je het oude en nieuwe stadion zien. Via een openstaande poort kwamen we nog binnen in het oude stadion. Het was leeg op wat vogels na, maar toch voelde je die typische sfeer. Ik heb al foto's gezien van bulldozers die al bezig zijn bij het stadion. Met het verdwijnen van Ninian Park wordt het Engelse voetballandschap weer een stuk kaler.