
The Blue Brazil plays Sambafootball
Stenhousemuir. Het is een onoogelijk dorpje bij Falkirk, maar ik vond mezelf er ineens terug op een zaterdagmiddag. Stenhousemuir is een van de plekken waarvan ik had gedacht mezelf nooit terug te vinden. Ik kende de club wel (de naam is best mooi en typisch Schots), maar het niveau is toch wel erg laag. Maar zoals vaker lopen dingen anders dan je van te voren verwacht. Eigenlijk wilde ik naar Motherwell gaan, maar Andy moest naar een bruiloft. Airdrie United werd daarop het alternatief. Ik was wel benieuwd hoe nazistisch die fans eigenlijk waren, maar die wedstrijd werd ineens verzet naar zondag. Inverness v Falkirk was dé degradatiekraker, maar treinkaartjes naar Inverness waren nét iets te duur. St. Mirren was in de buurt, maar die rukground wil ik niet vincken zonder Celtic. Daardoor bleef er nog een affiche over dat me wel aardig leek: Stenhousemuir v Cowdenbeath. Schotser kan een wedstrijd bijna niet klinken. Er stond ook wel wat op het programma, want het was de play-off final voor de promotie naar de Second Division.
De lokale voetbalclub is – zoals de Schotten zeggen – shite. Opgericht in 1884 duurde het 111 jaar voordat er een prijs werd gewonnen. Dundee United werd naar penalty’s verslagen in de strijd om de Scottish Challenge cup, een prijsje voor club onder de SPL. Bizar eigenlijk, want er werd zelfs nooit een kampioenschap gevierd in de lagere divisies. Een tweede plek in 1999 in de Third Division is het hoogste dat de club bereikt heeft. Fans van Stenny zijn dus allesbehalve gloryhunters, eerder miseryhunters. Voordeel daarvan is dat successen extra zoet smaken. Hét hoogtepunt van de club is dan ook niet die beker uit 1995, maar een stuntoverwinning in 1972. Op Ibrox werd Rangers – destijds houders van de Europa Cup II - namelijk met 1-2 verslagen in de strijd om de League Cup. Het is dan ook begrijpelijk dat de fans van de Rangers nog altijd alles vol pissen en vernielen als ze ergens komen, want dit soort nederlagen leveren decennia frustratie op.
Stenhousemuir is echt een plaatsje van niets. Er wonen net 10.000 mensen en heeft niet eens een station. Ik ben blij dat ik er niet geboren ben, want na tien minuten door dat centrum slenteren overviel me een gevoel van depressiviteit. Amper winkels, veel afval dat door de wind door de straten werd geblazen en dichtgespijkerde pubs. Troosteloos kreeg voor mij een nieuwe betekenis. Doordat we niets konden vinden waar je wat kon eten of drinken vertrokken Milco en ik maar weer richting het stadion. Daar was een zogenaamde social club, waar we wat gingen drinken. Het gekke was dat de rariteiten die daar zaten ons niet opmerkte. Ze dachten waarschijnlijk dat we lid waren van de Noorse fanclub van Stenhousemuir of waren op dat moment al in een andere wereld door overmatig alcoholgebruik. Dat laatste is ook de enige manier om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit daar.
Doordat de ongezelligheid van die social club afdroop gingen we maar eens kijken of er ondertussen iets open was in de “stad”. Er bleek zowaar een pub open te zijn waar ze ook nog eens Inverness v Falkirk uitzonden, dé degradatiekraker van het weekend. Het was een mooie pub, met veel oude mannetje die onverstaanbare klanken produceerden. Ik had verwacht dat ze voor Inverness zouden zijn, omdat Falkirk toch de lokale rivaal is. Dat was echter niet het geval, want iedereen was er voor Falkirk. Zelf vond ik het een moeilijke keuze: Inverness heb ik al een keer gevinkt met Celtic en Falkirk nog niet. Daarnaast heeft Celtic het altijd lastiger tegen de Nessies dan tegen Falkirk. Redenen om dus voor Bairns te zijn. Toch spreekt Inverness me als club meer aan. Conclusie, het kon me eigenlijk niets schelen.
De wedstrijd was niet veel en toen cultheld Ross Tokely rood kreeg begonnen ze het wat benauwd te krijgen daar aan het meer van Loch Ness. 0-0 zou genoeg zijn, maar met tien man lastig vast te houden. De pub werd gek toen het daadwerkelijk 0-1 werd voor Falkirk en er barstte een klein feestje los. Het werd echt een gekkenhuis toen de dorpsgek binnen kwam wandelen met zijn looprekje. Hij had wat ranzige praat bij zich, maar voordat hij daarmee klaar was, was zijn looprekje al afgepakt. De poten daarvan werden gebruikt als keu op de pooltafel. We waren in een mooie pub terecht gekomen. Ik begon wat licht in mijn hoofd te worden door het weinige eten (2 eierkoeken) en de Bulmers Pear. Nadat er werd afgefloten en Falkirk zich zeker wist van nog een jaartje SPL, gingen we op zoek naar wat eten.
In Stenhousemuir is niets te doen, dus ook geen eten te vinden. Daarvoor moesten we in het stadion zijn. Uiteraard geen tickets, maar als vervanger kocht ik een 50/50 lot waardoor ik toch nog wel iets had dat op een ticket leek. De programmaboekjes zagen er zwaar beroerd uit, maar voor 1 pond kon ik ze niet laten liggen. Achteraf gezien had ik er veel meer moeten kopen, want dan was ik binnen geweest voor de rest van mijn leven. Daarover later meer. Milco, geen groot fan van de Schotse keuken had ik de vorige keer gemerkt, durfde het toch aan om iets bij de catering te kopen. Een dubieuze hamburger met een pakje plastic erop. Gastronomische verwennerij daar in Stnehousemuir. Ik ging voor de Scottish Pie, toch wel mijn favoriete stadionvoer. Hij smaakte naar hond, dus dat was nog wel te doen.
Het stadion zelf stelt echt geen reet voor. De Norway Stand, gedeeltelijk gefinancierd door de Noorse fanclub van Stenny – zie http://www.stenhousemuir.com/ - is best indrukwekkend voor dit niveau en de terrace achter het doel (voor de uitfans) mocht er ook wel wezen, maar het ontbreken van andere tribunes is toch wel een gemis. De club had echter behoefte aan parkeerplaatsen en dus werden de tribunes gesloopt en vervangen door asfalt. Mede door dit gebrek aan tribunes was er eigenlijk te weinig plek vandaag. Wij konden bijvoorbeeld niet meer de tribune op en met ons nog zo’n mannetje of 100. Dan maar achter het doel gaan staan, waar ik hoopte dat de keeper van The Blue Brazil wat blunders zou gaan maken. Milco verdenk ik ervan wel wat sympathie voor Cowdenbeath te hebben. Waarschijnlijk omdat hij dacht dat The Blue Brazil de bijnaam was omdat de club zo’n mooi voetbal speelt.
De Schottish Third Division is geen plek waar je goed voetbal verwacht en gelukkig zijn er nog zekerheden in het leven. Het niveau was namelijk Kilo Utrecht Tango. Het lukte niet om een bal van twee meter recht in de ander zijn voeten te spelen en dat terwijl er kunstgras lag! De enige speler die nog wel wat niveau had was de spits van Stenhousemuir, Scott Dalziel. Dat was ook de enige speler die we kenden, omdat die altijd voorbij komt op Sky Sports als ze de topscoorders van de Third Division laten zien. Ik vond zelf de keeper van Cowdenbeath ook nog wel aardig. Een imposante verschijning en hij had een goede trap. Eerder dit jaar zag ik een andere wedstrijd op dit niveau, Albion Rovers v Dumbarton, maar dat Dumbarton was echt stukken beter dan deze twee teams. Opvallend dat Dumbarton niet ruimer kampioen is geworden, want deze twee teams hadden ze op die dag makkelijk opgerold.
In de rust, uiteraard was het 0-0, begonnen Milco en ik over de 0-0 jinx te praten. We waren een keer eerder samen naar een wedstrijd gegaan en die werd 0-0. Vandaag moesten er wonderen gebeuren mocht de brilstand niet opnieuw verschijnen. We keken al een beetje bang naar de dag van morgen, want Celtic mocht toch echt geen 0-0 spelen tegen Hearts. Het enige voordeel dat we vandaag hadden was dat de heenwedstrijd Cowdenbeath v Stenhousemuir ook al 0-0 was geworden. Stel dat beide teams vandaag niet zouden scoren, dan hadden we nog altijd penalty’s, ook leuk. In de tweede helft bleef Stenny beter, maar buiten een kopbal op de lat van –uiteraard – Dalziel kregen ze niet echt grote kansen. We vermaakten ons ondertussen met in de rij staan om nog een pie te halen. Die waren helaas op, waardoor ik met voor het eerst ging wagen aan een sausage roll. Het smaakte best redelijk Voor Britse begrippen.
Terwijl we niet eens naar groeiend gras konden kijken door dat vermaledijde kunstgras, werd ik aangesproken door iemand. Hij zag dat ik een programme had en wilde het graag overkopen. Het bleek een vincker te zijn die eerder op de dag naar St. Mirren v Hamilton was geweest en daardoor te laat binnen was. Hij spaarde programmaboekjes en was bereid veel ervoor te betalen. Ik spaar ze echter ook, dus ik verkocht hem niet. Daarna kwam ik wat in gesprek met hem. Het bleek een Evertonfan te zijn die in het verleden vaak naar Nederland was geweest. Ik vroeg hem meteen of hij bij die wedstrijd was geweest tegen Fortuna Sittard en of hij wist dat die club zou gaan verdwijnen. Uiteraard was hij er geweest en begon ineens over iemand die hij daar had ontmoet. Dat bleek John van Zweden te zijn, een van de huidige directors van Swansea City. Zijn mond viel op de grond van verbazing, want hij kenden Van Zweden nog als een beruchte hooligan. Hij besloot om hem meteen te schrijven als hij weer thuis zou zijn.
Daarna gingen we nog even over stadions en wedstrijden praten. Hij was al helemaal zenuwachtig voor de FA Cup Final die een week later gespeeld zou worden. Zijn broer was voor Liverpool en die kon hij nu mooi in de zeik zetten. Daarna ging hij richting de prestribune om daar nog een programmaboekje te scoren. Op het veld was ondertussen nog steeds niets gebeurd en er kwamen verleningen. Terwijl we stonden te wachten kwam er wéér een mannetje op me af die mijn programme wilde hebben. Opnieuw een Engelsman en die had een heel zielig verhaal dat hij 500 miles had moeten rijden (ik dacht meteen aan de Proclaimers) en nu had hij geen boekje. Ook deze wilde flink over de prijs betalen, maar ik hield hem zelf. Met een bokkenpruik op liep hij verder. In de verleningen gebeurde er ondertussen niet veel, al was The Blue Brazil wel iets beter tot groot genoegen van Milco. Het moest niet veel langer duren en hij was gestopt met het supporteren van Celtic en overgestapt op Cowdenbeath.
Penalty’s dus. De lokale SS’er was bang dat er mensen het veld op zouden komen en zette meteen een cordon stewards voor ons neer. Deze SS’er was al de hele wedstrijd bezig met mensen bedreigen en wegsturen. Nu had hij nog meer macht dan normaal en we zagen een enorme bobbel in zijn broek. In het echte leven heeft hij niets te vertellen. Op zijn werk is hij het piepeltje dat iedere keer de koffie moet gaan halen en de telefoon op moet nemen als er een lastige klant belt. Thuis bij zijn vrouw moet hij de hele dag in een luier lopen, met een tuut in en een kroonmutsje op. Zelfs zijn hond luistert niet naar hem en pist in zijn bek als hij ligt te slapen. Maar nu, op deze dag, heeft hij macht en hij geniet er dan ook met volle teugen van. Hij zal nog vaak met plezier aan deze dag terugdenken als hij weer eens met zijn tandenborstel de wc moet schoonmaken op zijn werk.
De penaltyserie werd geen klassieker. Alleen de keeper van Stenny keerde een bal, terwijl de andere negen ballen erin vlogen. Stenhousemuir dus terug op het derde niveau en een pitch-invasion als gevolg. Dit was echter buiten de SS’er gerekend die eigenhandig iedereen tegenhield. De vriendin van de keeper kreeg een stomp (de keeper zal hem nog wel terugpakken op een later tijdstip), een kind kreeg een schop en voor de rest wees hij veel mensen aan bij de politie. Deze SS’er had niet misstaan als Jodenjager in WO II, een walgelijk figuur. Na de huldiging te hebben afgekeken vertrokken we weer richting het station naar ons hostel in Glasgow. Dit was al het tweede jaar op rij dat ik een club had zien promoveren. Vorig jaar Hamilton, nu Stenhousemuir. Een mooie traditie die ik nog een tijdje hoop voort te zetten.