Clash of the Founder Members
Het is eigenlijk al vijf jaar een traditie om in het prille begin van het seizoen naar Engeland te gaan. Waar het de eerste twee jaren om weekendjes ging zijn het daarna hele weken geworden in Engeland. Het leverde ondermeer het allereerste doelpunt van het afgelopen seizoen op in Scunthorpe, maar ook een leuke derby tussen Rotherham en Sheffield Wednesday, een nooit geziene comeback in Hyde en een bezoekje aan de Teletoeterground van Atherton Colleries. Dit jaar dus opnieuw een weekje Engeland, maar in tegenstelling tot de jaren ervoor ditmaal niet in de eerste week van het seizoen, maar de tweede. Dit omdat er een midweeks competitieprogramma was en dat is nét iets aantrekkelijker dan de League Cup. Bij die Cup draait het namelijk allemaal om geluk bij de loting en dat geluk was er dit jaar niet, met veel saaie wedstrijden. In deze tweede week konden we een mooi programma samenstellen met – voor het eerst – alle dagen voetbalwedstrijden. Het beloofde een mooie week te worden. Te beginnen in Stoke-on-Trent.
Sommige affiches zijn klinken zo mooi dat je alleen al daarom er al naartoe wilt. Stoke City v Burnley is er eentje in die categorie. Niet alleen komen beide clubs uit door-en-door Engelse steden, ze behoren ook bij de elf nog bestaande founder members van de Football League. Dit zelfde affiche stond dus ook al op het programma tijdens de allereerste editie van de Engelse competitie. Op 20 oktober 1888 werd het 4-3 voor Stoke City in de Victoria Ground. Aan het eind van het seizoen zou Stoke twaalde en laatste worden, terwijl Burnley het iets beter deed met een negende plek. Beide clubs hebben hun sporen in de jaren erna nog verdiend in het Engelse voetbal. Stoke City won in 1972 de League Cup, één jaar later de Watney Cup en schonk Engeland Sir Stanley Matthews. Burnley was een stuk succesvoller en won tweemaal de landstitel, éénmaal de FA Cup en haalde de kwartfinale van de Europa Cup I. Tel daarbij op dat beide supportersgroeperingen tot de meest fanatieke van Engeland horen en je hebt een van de leukste wedstrijden in de Premier League van dit seizoen. Een goede begin van ons weekje Engeland dus.
De rit naar Stoke-on-Trent werd echter een hel. Het is even goed gegaan (dankzij de creditcrunch), maar nu stapt iedereen weer lekker in de auto. Het gevolg laat zich raden: files, files en nog eens files. Het was een ware horrorshow en stiekem begonnen we al aan alternatieven te denken. De oorspronkelijke tweede keuze – Burton Albion v Morecambe – viel af, doordat het naar Burton-on-Trent ongeveer even lang rijden was dan naar ons oorspronkelijke doel aan de Trent. Walsall v Southend United schoof daardoor naar voren als nieuw alternatief. Het Bescott Stadium is misschien wel het stadion dat ik het vaakste heb gezien in Engeland (als je over Birmingham rijdt zie je het duidelijk liggen), maar ik heb er nog nooit een wedstrijd gezien. Het leek een aardig alternatief, maar doordat we al kaartjes hadden besteld bij Stoke besloten we het er toch maar op te wagen om die nog te halen. Het begon er ook steeds postiever uit te zien, mede dankzij de rijkunsten van SJ Schumacher. Helaas bleek het rondom het stadion muurvast te staan en was het nog eerder mogelijk om goud te vinden, dan een parkeerplek. We hadden nog een kwartiertje tot kick-off, dus de spanning begon toe te nemen.
Tijd voor Plan B, ik stapte de auto uit om alvast de tickets te halen, terwijl SJ iets verderop een plekje ging zoeken voor de auto. Bij het ticketoffice stond een enorme rij. Veel mensen kwamen namelijk hun seizoenkaart ophalen en besloten dat vlak voor de wedstrijd te gaan doen. Horror. Het duurde en het duurde maar en toen ik eenmaal aan de beurt was kon het fossiel onze kaartjes niet vinden. Volgens hem waren ze al opgestuurd naar Nederland. Dat leek me sterk, want de dag ervoor had ik nog niets ontvangen. Uiteindelijk bleken de kaartjes onder de “V” van “Van de Wier” te liggen, in plaats van “W” waar het oude mannetje dacht ze te vinden. Nog vijf minuten en het was racen naar de ingang geblazen. We konden nog net de minuut applaus meepakken voor Sir Bobby Robson en een keihard Delilah horen. Het was gelukt, maar ontspannen is anders.
Voor Stoke heb ik altijd wel een zwak gehad. De naam deed me denken aan kolenmijnen (onterecht, want het zijn pottenbakkers daar) en Sir Stanley Matthews is natuurlijk een held. Als ik een lijstje moet maken met mijn vijf favoriete clubs in Engeland, dan staat Stoke City daar zeker bij. Ik was dus benieuwd hoe het zou zijn om ze een keer in het eigen stadion te zien. Bij QPR had ik al een kennis mogen maken met de travelling army van de Potters, maar hoe zou het zijn in eigen huis? Tegenstander Burnley heeft in principe ook veel dingen die me aanspreken, maar door de nazistische fans daar is het niet echt mijn favoriete club. Ik vind het mooi dat ze nu in de Premier League spelen – verandering van spijs doet eten – maar ook niet meer dan dat. Voor het eerst sinds 1976 komen ze weer uit op het hoogste niveau en de verwachting is dat ze er meteen weer uitdonderen. Echt een ramp zal dat niet zijn voor de wat oudere fans. In 1987 stond de club namelijk op het punt om uit de Fourth Division te degraderen naar de amateurs. Dát was pas een ramp geweest. Nu is het vooral genieten voor de fans en dat zouden ze later in week ook zeker gaan doen met overwinningen tegen Manchester United en Everton.
Qua plek zaten we erg goed in The Brit. Ik zat echt net naast de afscheiding tussen het thuis- en uitvak. De meest fanatieke fans van Stoke zaten dan wel aan de overkant op de Boothen End, maar hier kreeg ik perfect de banter en het geprovoceer mee tussen beide groepen fans. De fans van Burnley werden uitgemaakt voor Dingles (een serie over een familie waarin inteelt de normaalste zaak van de wereld was), terwijl er vanuit het Burnleyvak vooral wankergebaren werden gemaakt. Het punt van de Potters over het inteeltgehalte bij de Clarets klopt ook wel. Burnley is niet echt een grote stad (70.000 inwoners) en is er in zichzelf gekeerd. Een beetje zoals Volendam, waar veel mensen een oogafwijking hebben doordat er veel familie met elkaar is getrouwd in het verleden. Toch is het ironisch dat juist de Stoke-fans hier over zongen, want veel vreemde invloeden zullen er ook niet zijn in Stoke-on-Trent gezien de koppen daar. Een kaalgeschoren hoofd en flink wat sproeten, zo ziet de gemiddelde Potter er uit. Helaas geldt dat ook voor de vrouwen.
Het was genieten dat Stoke City net zo speelde, zoals ik had verwacht. Achterin stonden met Faye en Shawcross twee enorme boomstammen die alles naar voren pompten. Daar stonden met Beattie en Fuller ook weer twee lange spitsen die met hun lengte terreur veroorzaakten in de verdediging van Burnley. Het gevaarlijkste waren echter de inworpen van Rory Delap. Iedere inworp van hem leverde gevaar op (vorig jaar scoorde Stoke maar liefst elf keer uit een inworp van hem). Sowieso was Stoke levensgevaarlijk uit stilstaande situaties. Shawcross kopte de 1-0 binnen uit een vrije trap en na weer een inworp van Delap schoot Stephen Jordan hem uit totale paniek maar in het eigen doel. 2-0 en de wedstrijd was eigenlijk wel gespeeld. Burnley probeerde via de passing game Stoke te ontregelen, maar was eigenlijk gewoon te zwak om écht gevaarlijk te worden.
In de rust maakte ik de fout om even een plasje te gaan plegen. De wc's bleken echter veranderd in een rookruimte en mijn longen werden binnen twee minuten geasfalteerd. Zelfs 's avonds rook ik nog naar de shag. In de tweede helft hetzelfde patroon en dus niet erg spannend meer. Hoogtepunten waren de keren dat het Delilah massaal werd ingezet. Wat is dat toch een kippenvelmoment iedere keer. In de tweede helft raakte ik aan de praat met een fan van Stoke die voor me zat. Hij vond het geweldig dat ik helemaal uit Nederland kwam om naar zijn club te komen kijken. Uiteraard was hij eens in Amsterdam geweest voor een stagnight. Port Vale blijkt nog altijd – ondanks dat ze slechts op het vierde niveau spelen – een scheldwoord te zijn en hij adviseerde om eens in Stoke te komen stappen. Normaal zat hij op de Boothen End bij de harde kern, maar doordat hij zijn twee kinderen vandaag mee had genomen koos hij voor onze tribune. Mooi om te zijn dat hij wel gewoon het V-sign maakte naar de uitfans en ze voor alles uitschold. Ik vraag me dan ook af wat er allemaal op de Boothen End gezegd wordt als hij zijn kinderen niet daar durft te laten zitten. Ik kreeg ook om de minuut een hand van hem. De Mexicaanse griep had ik in ieder geval al opgelopen, dus daar hoefde ik niet meer bang voor te zijn in de rest van de week.
Op het veld gebeurde er ondertussen niet veel meer. Burnley had het beste van het spel, maar in de buurt van het vijandelijke doel leken ze wel te choken. Jammer, want alleen al door hun inzet verdienden ze een doelpunt. Het mannetje voor mij was wel erg tevreden, want volgens hem zou het ook dit jaar 'thuis' moeten gebeuren. 'Uit' is Stoke namelijk erg zwak en het mannetje had de verwachting dat het dit jaar hetzelfde zou zijn. Op het moment dat de scheidsrechter affloot schalde weer een keer het Delilah door het stadion. Mijn oren tuuterden ervan. Ik kreeg nog een hand van het mannetje voor me en daarna was het tijd om te gaan. Nog even maakte ik wat foto's van het lege stadion en – uiteraard – van het standbeeld van Sir Stanley Matthews. Het was een mooie start geweest in Stoke-on-Trent.