Doing the 116

Doing the 116

 

 

Een bedevaart langs 116 grounds in Engeland

Site Navigation    


 Home

 Premier League

 The Championship

 League One

 League Two

 The Conference

 Lower League

 Scotland

 Éire

 Stories & History

 Derby Fever

 Celtic FC

 Belgium

 Germany

 The Netherlands

 Other Grounds

 Groundlist

 Me, Myself and I

 Links

 Guestbook

 
 
 

Willie Angus

Willie Angus

"The bravest deed done in the history of the British Army."

Vandaag precies 91 jaar geleden (op 11/11/1918) werd de wapenstilstand getekend in een treinwagon in het “Forêt de Compiègne”. Aan WO I was een einde gekomen. Een oorlog die veel dood en verderf bracht. Uiteindelijk stierven er zo'n 20 miljoen mensen tijdens dit conflict. Symbool voor deze oorlog stond de klaproos oftewel poppie. Dit omdat het plantje ongeveer het enige was dat groeide in het Niemandsland tussen beide loopgraven, waar rottende lijken lagen. In 1922 werd ervoor gekozen om voortaan plastic poppies te verkopen, waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan de weduwen en kinderen van de slachtoffers. Je ziet ze dan ook vooral rondom Remembrance Day (de elfde november) overal opduiken in de UK. Zet de BBC aan en zowat iedereen draagt ze. Het hoogtepunt van de herdenkingen ligt op de zondag die het dichtste bij Remembrance Day valt, dit jaar dus 8 november. Precies op de dag dat Falkirk v Celtic viel. Vooraf las ik al veel artikelen waarin veel Celtic-fans vreesden over hoe de Green Brigade zich zou gedragen. Celtic had zelfs aan Falkirk gevraagd om in plaats van een minuut stilte een minuut applaus te doen, aangezien de verhalen rond gingen dat de GB de minuut stilte zou willen verstoren. Zij vinden namelijk Remembrance Day iets fascistisch en weigeren er dus aan mee te doen. Mede ook door het gedrag van het Britse leger tijdens de Troubles in Noord-Ierland.

Een korte uitleg over de Green Brigade. Dit is een groep fans – veelal tieners - die voetbal en politiek wil mengen. Ze vinden dat Celtic niet meer het socialistische gedachtegoed uitdraagt van Brother Walfrid (de oprichter van Celtic) en willen dat eigenlijk weer terughebben bij de club. Ze vallen vooral op door veel vlagvertoon (met name die van Baskenland en Palestina) en vocale aanwezigheid. Het is tijdens de kleinere wedstrijden vaak de enige groep die continue zingt in het stadion. Op zich niets mis mee, want het zorgt tenminste voor wat sfeer en gezien de historie van Celtic is de mengeling van politiek en voetbal niet eens zo gek. Het alles in het politieke trekken irriteert overigens wel veel mensen, want diverse Celtic-fans die ik heb gesproken hebben een uitgesproken hekel aan de Green Brigade. Dat zal er na zondag niet beter op zijn geworden, want terwijl er werd afgeblazen voor de minuut stilte stonden zij buiten het stadion keihard Ierse liederen te zingen. Nu ben ik zelf best een liefhebber van die liedjes, maar tijdens deze minuut stilte hou je gewoon je kop. Zelfs de Celtic-minded kranten spraken er de volgende dag schande over. De beste reactie las ik van iemand die, meer dan de jonge knulletjes van de GB, recht van spreken heeft, aangezien die de mindere kant van het Britse leger zelf heeft mogen ondervinden: “Wouldn't it have been reasonable to expect the people who did not want to observe the silence to go about their business outside the ground until the silence was over. I agree with their right not to take part in a ceremony they have an issue with. However I feel that all other supporters of Celtic and Falkirk should have had their right to observe the minutes silence, without the display of attention seeking that went on outside. I do speak as a person whose family were caught up in the troubles.”

Een van de bekendste Celtic-liederen is het If you know your history. Deze blagen blijken echter niet goed te zijn in de geschiedenis, want in WO I zijn er ook een aantal Celtic-spelers gestorven. Het ironische is dat er meer Hoops zijn gestorven dan Rangers. Bij die laatste club wisten ze namelijk niet hoe snel ze zich moesten laten inschrijven als werknemer van de scheepswerf Harland & Wolff. Dit bedrijf lag in Govan (de wijk waar Ibrox in ligt) en was erg Rangers-minded en zorgde er ook voor dat je niet naar het front hoefde. Mensen die werkzaam waren in de mijn- en oorlogsindustrie werden namelijk als onmisbaar gezien en werden niet geacht om naar het front te gaan. Wil je fans van de Rangers graag achter een steen zien duiken rakel dan deze geschiedenis maar eens op. De bijnaam Huns heeft ook mede zijn oorsprong in deze geschiedenis. De Duitsers werden namelijk gezien als “Hunnen”, dus door niet te vechten werden de Rangers gezien als een soort veredelde Duitsers. Komt nog eens bij dat een van de twee eigenaren van de rederij Gustav Wilhelm Wolff was. Zoals zijn naam al duidelijk maakt een Duitser. Pluspunten hebben de Rangers dus niet gescoord met hun gedrag in de oorlog en dat voor een club die zich zo erg afficheert als Brits.

In totaal zouden er zeven spelers van Celtic sterven in de modderige hel van Frankrijk. Een van deze spelers was Peter Johnstone, een van de beste vooroorlogse Bhoys. Hij was een belangrijke speler van het team dat zes maal op rij kampioen werd (van 1905 t/m 1910) en speelde in totaal 223 wedstrijden in het groen en wit. Hij leek nog een lange carrière voor zich te hebben, maar vijandelijke artillerie maakte een einde aan zijn leven in mei 1917. Zijn lichaam werd verzwolgen in de modder rondom Arras en er werd nooit meer iets teruggevonden van hem. Behalve voor Johnstone betekende de oorlog ook het einde van het leven van (ex-)Bhoys Patrick Slavin, Leigh Roose, Donnie McLeod, Archie McMillan, Robert Craig en John McLaughlin. Terug naar de titel van dit verhaal. Dat is namelijk een uitspraak van luitenant-kolonel Gemmill uit 1915 en het sloeg op Willie Angus, de bekendste Celt in de oorlog. Deze Angus was de eerste gewone Schotse soldaat die het Victorian Cross kreeg opgespeld na een staaltje leeuwenmoed. Tijd om daar eens dieper op in te gaan, want zijn verhaal verdient het om verteld te worden.

In 1911 werd Angus door Celtic aangetrokken van Carluke Rovers, een amateurclub uit de buurt. Echt succesvol was Angus niet in het groen en wit. Het niveau was net iets te hoog gegrepen voor hem en hij speelde vooral zijn wedstrijden in het reserveteam. Tot aan zijn transfer naar Celtic had Angus als mijnwerker hard moeten zwoegen, waardoor hij qua technische vaardigheden achterliep. Hij compenseerde dat met keihard werken, werken en nog eens werken. Ondertussen was WO I uitgebroken en het Britse leger leed grote verliezen. Doordat de dienstplicht nog niet bestond, werd er volop gerecruteerd. Ook voetballers gaven zich ervoor op. De hele selectie van Hearts bijvoorbeeld, waarvan een groot deel nooit meer terugkeerde. Er staat nog altijd een monument ter nagedachtenis van de gevallen Hearts-spelers vlakbij station Haymarket, hoewel me afgelopen maandag opviel dat het even was verplaatst in verband met wegwerkzaamheden. Ook veel spelers van het “Ierse” Hibs gaven zich op om – zonder dat ze dat wisten – als kanonnenvoer te dienen. Zo waren er spelers van veel clubs die zich opgaven. Angus was geen uitzondering, toen er enkele officieren naar Carluke kwamen om vrijwilligers te vinden. Veel vrienden van hem gaven zich op, waaronder zijn buurtgenoot en vriend James Martin. Willie – 26 jaar op dat moment - besloot zijn voetbalcarrière op een laag pitje te zitten en af te zakken naar Frankrijk voor wat hij later beschreef als de hel op aarde.

Een hel was het inderdaad voor Willie. Al in de eerste weken raakte hij gewond door Duitse kogels en moest hij naar het ziekenhuis om te herstellen. Op het moment dat hij weer in actie kon komen, was zijn vriend James Martin opgeklommen tot luitenant. Ze kwamen wel weer in hetzelfde peloton terecht – waar Angus al snel werd gepromoveerd tot korporaal - en werden gestationeerd in een loopgraaf bij Givenchy La Bassé, een onooglijk Frans plaatsje vlakbij de grens met België. Er was daar een patstelling ontstaan tussen de Britten en de Duitsers, die zo'n 70 meter van elkaar vandaan lagen. De Duitsers lagen daar goed, want die hadden het strategische hoger gedeelte in handen. Daar moest verandering in komen vonden de Britten en er werd besloten tot een aanval op de Duitse loopgraven. De nacht van 11 juni 1915 werd er eerst flink wat artillerie afgevuurd op de Duitsers, waarna er een aanval volgde. Zoals zo vaak lukte ook deze massale aanval niet en was het resultaat vooral veel doden en gewonden onder de Britten. Onder de mensen die niet terugkwamen zat ook James Martin, de hoogste in rang tijdens de aanval. Willie Angus had het wel overleefd, maar zijn vriend leek hij kwijt te zijn. Totdat de zon weer langzaam opkwam. Vlakbij de Duitse loopgraaf zagen ze Martin liggen. Hij was gewond, maar leefde nog. Met zijn hand maakte hij een gebaar dat hij wilde drinken, maar ondanks dat hij relatief dichtbij lag, was het ook zo ver weg.

In de officiersmess werd overleg gepleegd, maar men kon maar geen oplossing vinden om James Martin terug te halen. Willie Angus bood zich daarom aan om hem te gaan halen. Dit verzoek werd zonder pardon afgewezen, want die 70 meter door Niemandsland afleggen stond gelijk aan zelfmoord. Ondanks de afwijzing gaf Angus aan het heel graag te willen proberen, aangezien James Martin niet alleen zijn mede-soldaat was, maar ook dorpsgenoot en bovenal vriend. Opnieuw werd zijn verzoek afgewezen, maar tegelijkertijd doorgespeeld aan de generaal van dienst, ene Lawford. Die vond het plan in eerste instantie belachelijk, maar tevens erg dapper. Willie Angus werd bij hem geroepen met de vraag of hij het echt wilde proberen om de tocht door Niemandsland te maken. Angus gaf aan het heel graag te willen proberen. Terwijl de dag vorderde en het zichtbaar slechter ging met Martin kwam het verlossende woord; Angus mocht een poging wagen. Gewapend met een fles brandy en een touw om zijn middel, zodat ze hem konden terugtrekken in het geval van verwonding of dood, kroop hij door de zompige modder heen. Wonder boven wonder ontdekten de Duitsers hem niet en bereikte hij zijn vriend. James Martin, helemaal uitgedroogd, zoop zowat de hele fles brandy leeg die hij aangeboden kreeg. Het verzachte de pijn van de verwondingen, zorgde ervoor dat zijn dorst verdween en ontspande hem wat voor de tocht terug. Angus deed ondertussen, zeer onzelfzuchtig, een touw om het middel van Martin, zodat ze hem terug konden trekken naar de loopgraaf in plaats van hemzelf. Langzaamaan slopen ze weer terug naar de overkant.

Of het kwam door de gekke beweging van Martin die te veel gezopen had of door iemand anders; de Duitsers zagen de twee mannen ineens. Er werd alarm geslagen en granaten en kogels vlogen om de oren van de twee. Angus bedacht zich geen moment, tilde de gewonde James Martin op en begon te rennen. Het geluk van de twee Schotten was dat door de granaten er stof vrijkwam en de sluipschutters niet goed konden richten. Toch werd Angus diverse malen geraakt. Granatenscherven en kogels scoten in zijn lichaam (uiteindelijk had Willie Angus maar liefst veertig verwondingen), terwijl hij zijn linkeroog en een deel van zijn voet onderweg verloor. De adrenaline zorgde er uiteindelijk voor dat het hem lukte om de Britse kant te halen. Meer dood dan levend werden ze naar het veldhospitaal gebracht, waar Angus eigenlijk al werd opgegeven. Een mijnwerker uit Lanarkshire krijgen ze echter niet zomaar klein en Angus overleefde het, hoewel hij voor de rest van zijn leven invalide. Het incident kreeg veel aandacht in Schotland en de rest van de UK. Zelfs de koning ging zich ermee bemoeien en Angus werd voorgedragen voor het Victoria Cross, de hoogst mogelijke onderscheiding. Iets dat nog nooit een Schotse soldaat ten deel was gevallen.

Een paar weken later werd er een telegram afgeleverd in Carluke bij de eenvoudige mijnwerkerswoning van de familie Angus, gericht aan de vader van Willie. Het was geschreven door King George V en luidde als volgt: You must be proud indeed to have so gallant a son and I heartily congratulate both of you. It is almost a miracle that he is spared to you after so dangerous a venture. He has won his decoration nobly and I sincerely hope he may fully recover and live long enough to enjoy it. May you too be long spared to feel pride in him and his achievements.” Willie Angus kreeg het Victoria Cross op 30 augustus 1915 en zowel vader als zoon Angus werden persoonlijk door de koning uitgenodigd op Buckingham Palace. Een maand later was er de strijd om de Glasgow Cup en als vanzelfsprekend was Willie Angus uitgenodigd door zijn club Celtic. Hij zou nooit meer kunnen voetballen, maar kreeg voor de halve finale tegen Third Lanark een applaus dat zelden gehoord was op Celtic Park. Later die dag werd hij ook uitgenodigd voor Glasgow Rangers v Partick Thistle. Daar werd bewezen dat rivaliteit aan de kant kan worden gezet als het echt nodig is, want ook op Ibrox kreeg Angus een oorverdovend applaus. Hij was een nationale held geworden.

Willie Angus kon door zijn verwondingen niet meer voetballen en ook werken ging lastig, maar als oorlogsheld gingen er allerlei deuren voor hem open die voor anderen gesloten bleven. Hij kreeg een functie bij de lokale racehondenbaan als Master of Work en werd vaak uitgenodigd voor het bijwonen van belangrijke voetbalwedstrijden. Zijn eerste club Carluke Rovers bood hem het presidentschap aan van de club, een functie die hij tot zijn dood in 1959 zou bekleden. Angus en Martin gingen beide terug naar Carluke na de oorlog. Logischerwijze hielden ze goed contact en in het oorlogsmuseum in Edinburgh liggen de medailles van beide naast elkaar, met daarnaast het opmerkelijke verhaal van de daad van Willie Angus. Bij zijn graf worden nog jaarlijks sjaals en shirts van Celtic neergelegd. Misschien een idee om de pubertjes van de Green Brigade daar eens langs te sturen, want door keihard door die minuut stilte te zingen hebben ze niet alleen Celtic ten schande gemaakt en het herdenken voor anderen verpest, maar ook de herinnering aan een van de dapperste Celtic-spelers ooit verdoezeld. And if you know your history...

 

Willie Angus als speler van Celtic


En hier een paar weken later als militair


Hier wordt hij onthaald als oorlogsheld


 

 

Clicky Web Analytics

© 2005 All Rights Reserved.