"Workington, wat ga je dáár nu weer doen?", was een veelgehoorde reactie, toen ik aangaf naar Workington v Hinckley United te gaan. Met leagueclubs als Wycombe Wanderers, Grimsby en Barnet word ik ook meewarig aangekeken, maar als ik daarna uitleg dat het profclubs zijn kom ik er nog wel mee weg. Workington is echter een veredelde amateurclub en dan ook nog eens in de uithoek der uithoeken van Engeland. Waar Carlisle nog langs een snelweg ligt, ligt Workington niet eens in de buurt van C-wegen. In Workington is men al blij met een kasseienstrook, zodat ze zich met paard en wagen niet continue vastlopen. In Workington regent het namelijk altijd en kennen ze zonlicht slechts van horen zeggen. Die barre omstandigheden maken Workington niet echt tot een toeristische trekpleister, maar geven het stadje wel iets mythisch mee. Iets wat je zelf ook graag wilt ervaren. Ik was dan ook blij dat ik die mythe op 15 maart zelf ging ervaren.
Het verhaal hoe we uiteindelijk in Workington belandden is vrij lang, dus ik zal het even kort proberen samen te vatten. Ik zit, samen met nog enkele andere, bij een sektarisch clubje Engels voetballiefhebbers, genaamd Phoenix92. Afgelopen jaar werd besloten om eens een club te sponsoren in Engeland. Enkele clubs, zoals Altrincham, Sheffield FC, Glossop North End en Aldershot werden genomineerd om "Phoenix92 Club van het Jaar" te worden. Uiteindelijk werden voorgenoemde clubs het niet, maar viel de keuze op ex-Leagueclub Workington. Tegenwoordig vegeteert deze club in de Conference North (het zesde niveau in Engeland), maar de club heeft in het verleden redelijk wat jaartjes in de League doorgebracht. Dat maakt de club nog wat specialer, dan clubs die altijd bij de "amateurs" hebben gespeeld. Een vervallen grootheid in een desolate uithoek van Engeland; mooier kan bijna niet.
Een van de hoogtepunten in de geschiedenis van Workington vond plaats in 1951. De club werd, met tien stemmen meer dan New Brighton, gekozen in de League. De bestuurders van Workington hadden moeten lullen als Brugman, want weinig clubs hadden zin in die lange trip. In de League ging het best aardig en in 1957 legde de Reds een erg goede clubrun op de mat. Ze werden beloond met een wedstrijd tegen Manchester United, dat destijds speelde met de Busby Babes (een paar maanden later zou een groot deel van die team omkomen in München). Workington verloor, maar had zijn toeschouwerrecord verpulverd. Liefst 21.000 mensen waren komen kijken, een aantal waar ze nooit meer in de buurt zouden komen. Dertien jaar na de toelating van de club vond de eerste promotie plaats. Workington mocht daarom 1964 uitkomen in Division Three en zou daar drie jaar in spelen. Het tweede jaar was het succesvolste, toen de club bijna promoveerde naar de Second Division. Raar genoeg vloog de club er het jaar erop keihard uit. Het jaar daarop vlogen ze zelfs bijna uit de Fourth Division, maar ze werden herkozen. De jaren daarop ging het allemaal weer wat beter, maar vanaf 1974 moesten ze ieder jaar mee in de pot. De eerste drie maal werden ze nog gered door de sympathie die de club had opgebouwd in de loop der jaren, maar in 1977 werd de ploeg vervangen door Wimbledon, wat 6 stemmen meer haalde. Workington was in 1977 stijf onderaan geëindigd met slechts 19 punten uit 46 wedstrijden, en veel clubs begonnen zich wat te irriteren aan die lange trip naar Workington. De club zou nooit meer terugkeren op League-niveau en zal dat hoogstwaarschijnlijk ook nooit meer doen.
Omdat Workington in zo'n godverlaten hoek ligt, vertrokken we met zijn vijven al op vrijdag. Slechts Erkaa zou een dag later komen. Hij kon geen vrij krijgen en zou zaterdagochtend op Liverpool vliegen en daar zouden we hem dan oppikken. Vanuit Liverpool was het nog een uurtje of drie rijden door het mooie Lake District, dus we zouden op tijd aankomen. Vrijdag stonden we muurvast in de file en vrij laat kwamen we aan bij ons hotel. Het was zelfs zo laat dat we slechts 15 minuten naar de pub konden om even te ontspannen. Daarna was het tijd om een uiltje te gaan knappen, want als Vips zijnde moesten we natuurlijk goed voor de dag komen. Ik las bij Vinckie op de kamer, maar de angst schoot in mijn benen toen hij ineens een kurk uit zijn jaszak toverde. Ik besloot om een dik dekbed tussen ons in te leggen, want Limburgers met kurken op zak vertrouw ik niet. Onder het genot van een hard zagende Vlaai viel ik in slaap, dromend over Workington.
Het was weer vroeg dag, de volgende ochtend. Na wat gore broodjes en dito drank gingen we naar de gele onderzeeër, die voor Liverpool Airport ligt. Erkaa was nog niet gearriveerd, maar er kwamen wel karrenvrachten aan Liverpoolfans binnen. De vreemdste was nog wel een jongen met een Everton trainingspak en een Liverpool sjaal. Waarschijnlijk had hij ook nog een onderbroek van de Tranmere Rovers aan, om zijn liefde voor Merseyside compleet te maken. Uiteindelijk kwam Erkaa er op 't gemakje aangelopen en konden we op weg naar Workington. Workington was schijnbaar een erg lelijke industriestadje, waar werkloosheid welig tiert en overal nog resten te zien zijn van de Industriële Revolutie. Tijdens onze rit door het Lake District wees nergens hierop. Overal waren idyllische beekjes te zien die door een groen, glooiend landschap stroomden. Schapen waren braaf aan het grazen van het sappige, groene gras. Ik verwachte hier eerder Milka koeien of de familie von Trapp dan verpauperde industrie.
Het was dus wel een tegenvaller toen we Workington daadwerkelijk binnenkwamen rijden. Overal smerige fabrieken, lege pakhuizen en verroeste buizen. Weg romantisch beeld van Workington. Eigenlijk had ik het kunnen weten, want de naam Work-in-gton klinkt al weinig pittoresk. Het was wel duidelijk te zien dat Workington vroeger betere tijden heeft gekend. Het stadje was een zeer belangrijke plek voor de staalindustrie. In Workington werd staal van hoge kwaliteit gemaakt. Mede daardoor had Workington eigenlijk niet eens zo’n last van de instortende staalindustrie in de jaren-70. Helaas greep het kwaad, in de vorm van Thatcher, in. Thatcher wilde Engeland een andere kant op sturen en daarin paste geen oude industrie. De staalbedrijven van de overheid in Workington werden gesloten en de stad verpauperde in rap tempo. Noem de naam “Thatcher” in Workington en je krijgt dodelijke blikken, gevolgd door een rochel op de grond. De dag dat de “Iron Lady” tussen zes planken ligt, zal een heugelijke dag zijn in Workington.
Ondertussen kwamen we steeds dichter bij het stadion. Ik zag al stadionlampen, maar die bleken van het rugbystadion te zijn. Een stadion wat er trouwens erg aantrekkelijk uitzag. Hier wilde ik na de wedstrijd wel een kijkje nemen. Een paar honderd meter verderop lag Borough Park al, de thuishaven van Workington. Helaas is het gemeentebestuur van plan om beide stadions plat te gooien en er een modern ovaaltje voor in de plaats te zetten. Het is dus nog maar korte tijd genieten van beide stadions, die afkomstig lijken uit lang vervlogen tijden. Jammer genoeg is het derde oude stadion van Workington, waar de voetballers ook lange tijd in hebben gespeeld, in 2005 gesloopt. Dit Lonsdale Park lag ook dicht in de buurt van deze twee oude stadions. Voor 2005 moet Workington dan ook helemaal een groundhoppers walhalla zijn geweest.
Na wat plaatjes te hebben geschoten van de buitenkant van Borough Park was het tijd om naar binnen te gaan. We werden verwelkomd door de PR-dame (hoewel je dat bij een club als Workington niet al te letterlijk moet nemen) en werden naar de Bill Shankly Lougne gebracht. De lounge dankt zijn naam aan het feit dat deze legendarische manager van Liverpool in zijn beginjaren Workington nog had gediend als manager (in 1954 en 1955). De ruimte zag er niet echt luxe uit, het was er ook vrij koud, maar het positieve was dat we het buffet al zagen staan vanuit onze ooghoeken. We kregen een ticket, een programmaboekje en drankbonnen. Daarna mochten we samen met de manager het veld op en werd er een foto gemaakt. Onze ego’s werden hierdoor natuurlijk erg gestreeld, vooral bij SJ, het mediageile Charltonmannetje.
Na de fotosessie met de manager waren we vrij om in het stadion rond te lopen en foto’s te maken. Borough Park zag er geweldig uit. Het had dezelfde desolate uitstraling als het stadje zelf. Links was een brede terrace. Helaas vernieuwd, maar als je goed onder de grassbanks keek zag je nog de oude, stenen treden liggen. Tegenover ons had je terracing en een overdekte zittribune. Dit was duidelijk het nieuwste gedeelte van het stadion. Hier zaten ook de sponsors. Uiteraard mochten wij er dus ook zitten. De tribune waar we zelf stonden had een triest verhaal. In de Leaguejaren had hier een prachtige tribune gestaan, die helaas was afgebrand. Op de plaats waar vroeger de stoeltjes hadden gezeten, waren nu rode golfplaten geplaatst. Voor de oude tribune was een heel kleine tribune neergezet. Hier zat het bestuur en de pers tijdens de wedstrijd. Het hoogtepunt van de ground zagen we echter aan de rechterkant. Daar stond namelijk de terrace met het mooie dak. Dit is de bekendste tribune van Workington en degene die je ook vaak op foto’s ziet. Al met al was het een erg aangenaam stadion en het blijft jammer dat ze van plan zijn het plat te gooien, maar voor de ontwikkeling van de club Workington zal het wel het beste zijn.
Terug in de lounge kwam er iemand van BBC Cumbria met de vraag of er iemand een interview wilde geven op de radio. SJ gaf zich natuurlijk meteen op. Er lijkt iets in die genen van Charlton Athletic supporters te zitten, want mede-CAFC fan Ad-Café is ook niet weg te krijgen uit de media. Het interview was een egotrip van jewelste en SJ vroeg na afloop van het interview meteen het audiofragment op. Hierna konden we eindelijk onze drankbonnen te gelde maken. Bij de bar had ik nog een gesprekje met de barman die blij was dat zijn club vorig jaar niet gepromoveerd was via de playoffs. Volgens hem zou de club dan failliet zijn gegaan. De aanpassingen aan het stadion waren niet te betalen geweest, laat staan de stijgende lonen. Toen ik hem vroeg of hij ooit nog Workington in de League zou spelen, lachte hij alleen maar. Dat was volgens hem onmogelijk, alleen al vanwege de geïsoleerde ligging van de stad. Vroeger, ten tijde van de elections (Workington moest vaak mee in de pot, want regelmatig eindigde de club bij de onderste in de laagste divisie), bleef Workington er alleen maar in omdat ze zo goed voor de gasten zorgden. Qua reisafstand was Workington namelijk een horror en alleen daarom al een reden om ze eruit te stemmen. De vriendelijkheid en gastvrijheid van de club leverde echter erg veel sympathie op, waardoor de club iedere keer weer herkozen werd. En over die gastvrijheid hadden wij ook niets te klagen, want het was goed toeven in de lounge.
Als ware bobo’s gingen we pas laat de tribune op voor een, ongetwijfeld, matige partij voetbal. Zowel Workington als Hinckley stonden er erg slecht voor. Hinckley United stond vorig jaar nog in de playoffs finale, maar dit jaar stonden ze op een degradatieplek. Workington, tegenstander in de halve finale van de playoffs vorig jaar, was een grijze middenmotor op plaats 16. Het veld zag er modderig en loodzwaar uit. Wij konden dus een mooie partij “hoofball” verwachten. Gelukkig kwam dit uit vloog de bal op en neer door de lucht. De middenvelders moesten hier wel een stijve nek hebben de volgende dag. Workington bleek de iets beter ploeg te zijn, maar doelpunten leverde dit niet op. Vreemd, want de spits van Workington is een A-international en nog wel voor het prestigieuze St. Kitts & Nevis. Hij zal waarschijnlijk beter uit de voeten kunnen op een tropisch eiland, dan op een loodzwaar veld in een stadje naast de Ierse Zee. Hij slaagde er namelijk in om voor open doel over te schieten en de meeste van zijn acties zagen er wat clownesk uit. Zoals zo vaak valt de ene ploeg aan en gaat de andere er dan vandoor met de overwinning. Hinckley scoorde in zowat de laatste minuut van de eerste helft de 0-1. Erg onterecht, want die ploeg liet duidelijk zien waarom ze zo laag stonden.