A League match in the Conference
De fixturemakers waren ons gunstig gezind. Goed, het was nog mooier geweest als Barrow v Oxford op de tweede vrijdag was gezet, maar je kunt niet alles hebben. Nottingham Forest v Reading op zondag was al een verwennerij geweest, maar wat ze ons voorschotelden op donderdag ging alle verwachtingen te boven. Vooraf hadden we namelijk gehoopt op York City thuis, met name voor het stadje. Er was dus een groot feest toen bleek dat York City inderdaad thuisspeelde in de week (als enige club op die donderdag), maar de tegenstander zorgde voor een bijna euforisch gevoel. Dat was namelijk Wrexham, beter kon niet. De andere degradant uit League Two, Mansfield, spreekt namelijk veel minder aan. York v Wrexham dus, vooraf misschien wel hét affiche van onze voetbalweek.
Als je naar deze wedstrijd op papier kijkt is het eigenlijk gewoon een Leaguewedstrijd. Wrexham was voor het eerst sinds 1921 geen Leagueclub meer door de pijnlijke degradatie van vorig jaar. Terwijl York met zijn Leagueverleden van 1929 tot 2004 ook geen club was met een klein Leagueverleden. Van York herinner ik me eigenlijk maar een wedstrijd en dat is de 0-3 overwinning op Old Trafford tegen Manchester United in de Leaguecup. Sinds die wedstrijd in 1995 is er veel misgegaan bij York. De club speelde dat jaar nog op het derde niveau, maar is nu een middenmotor in de Conference. Verder was de club bijna failliet en was het stadion bijna weg. Dat stadion moeten ze nu in 2012 verlaten, aangezien foute projectontwikkelaars (pleonasme) er huizen neer gaan zetten. Extra mooi dus dat we het nu nog kunnen bezoeken.
Met de poot ging het ’s morgens alweer iets beter. Gelukkig maar, want de hele dag hinkelen door York zag ik niet zitten. Bij een foute kledingoutlet net buiten York dumpten we de wagen, want York scheen volgens de verhalen niet toegankelijk te zijn voor auto’s, en namen we de bus naar de stad. Uiteraard reden er volop auto’s door York en waren we in de eerste touristtrap getrapt. Gelukkig werden we geen slachtoffer van de tweede, toen een verkleed mannetje ons naar binnen wilde lokken bij de “York Dungeon”. Ons doel was de Minster, die we dan ook vereerde met een bezoekje van ons. SJ had daar allemaal geen zin in en ging richting de stad om metromannenkleren uit te zoeken, terwijl Vinckie de toren ging beklimmen om de ground te vincken vanuit de toren.
Alles bij elkaar was York best een aardig stadje. Veel historische gebouwen en nauwe straatjes. Er werden wat souverniertjes gekocht en tegen de avond was het tijd om terug te keren naar het outletcentre om de auto te gaan ophalen en wat te eten. Het “foodcourt” bij het centre was erg matig, maar er was een pizzeria die er wel redelijk uitzag. Het bleek ook erg goed te zijn en nadat ik mijn pizza ophad stond ik zowat in de fik. Slechts na het eten van ijs was ik wat geblust. Dit was wel wennen na al die laffe maaltijden deze week. Op naar het stadion waar we volgens de boekjes onmogelijk konden parkeren. Dat bleek erg mee te vallen, want er was een grote parkeerplaats relatief dicht bij het stadion. Een wijze les: geloof nooit de propaganda op internet en in football guides.
Van buiten was de Bootham Crescent (officiële naam is trouwens KitKat Crescent tegenwoordig) een apart stadion. Vooral bij de Main Stand was het een fascinerend geheel. Veel oude meuk en het leek wat op oude huisjes. Voor de rest was het allemaal wat lastiger te zien, omdat defensie het nodig vond om een gebouw naast het stadion te zetten, zodat we daar niet konden komen. Het was een van de onnuttigste rondjes die we hadden gelopen, maar uiteraard alles voor de conditie. Bij een zeer sympathiek meisje bij de ticketoffice kochten we onze kaartjes en ze vroeg zich af of Vinckie (25) niet onder de 16 was. Hilariteit alom natuurlijk. Vinckie reageerde ook niet slim op deze dis, want als hij ja had gezegd had hij voor minder pondjes naar binnen gekund.
We gingen op de Main Stand zitten, omdat we dan tickets kregen en dat bleek een goede keuze te zijn. Deze Main Stand was namelijk genieten. Een relikwie uit allang vervlogen tijden. Voor het eerst in mijn leven mocht ik echt plaats gaan nemen op een echt houten stoeltje. Ik was tevreden. Met Vinckie ging ik eerst nog even een rondje door het stadion maken. De stewards bleken geen NSB-opleiding te hebben gehad, want w mochten overal doorlopen. Zodoende konden we meteen alles goed vastleggen. Erg mooi. Wat minder mooi was, was de ruimte in de Main Stand om drinken te halen. Die was kindvriendelijk gemaakt. Een kakofonie van kleuren bezorgden me bijna een epileptische aanval. Overal waren clowns, smarties, felle kleuren en bewegingen te zijn. Deze kamer was net een psychedelische trip. Helaas draaiden ze niet “white Rabbit” van Jefferson Airplane, want dan was het helemaal volmaakt geweest.
Teruggekeerd uit de LSD-trip namen we weer plaats op de tribune. Naast Chocovla zat iemand die zo nu en dan overleden leek. Die had zeker de goede tijden van York City nog meegemaakt, maar was er nu, net zoals de club, erg slecht aan toe. Soms sliep hij. Dan staarde hij maar wat in het rond en zo nu en dan kwam er geluid uit. Een erg raar mannetje. Hij zorgde tenminste wel voor entertainment, iets wat de wedstrijd niet deed. Ook de fans van York op de terrace achter het doel zorgden voor entertainment. Die dachten namelijk dat ze Argentijse Ultra’s waren en deden ook precies wat ze in Argentinië deden. Erg grappig om te zien, maar absoluut niet serieus te nemen. York speelde op zich best aardig en probeerde er nog wat van te maken, terwijl Wrexham duidelijk voor de 0-0 kwam. Jammer, want zo ontstond er een schaakspel, wat eigenlijk onnodig was gezien de kwaliteiten van beide clubs. York had namelijk zijn eerste (uit)wedstrijd gewonnen en Wrexham had thuis zelfs met 5-0 van Stevenage (vooraf dé titelkandidaat) gewonnen. Helaas bleef het 0-0 bij rust. En een beetje teleurgesteld gingen we een kwartiertje pauzeren.
Na de rust was het eigenlijk nog steeds hetzelfde. York probeerde wel, maar Wrexham leek alleen maar uit op een puntje. Zo nu en dan gebeurde er iets, maar echt geweldig was het niet. Ik was meer aan het genieten van het stadion zelf en de paarse lucht dan van het voetbal. Gelukkig besloot Brian Little (manager van Wrexham en ex-manager van Aston Villa) Steve Evans erin te zetten. Steve Evans is een van onze helden, nadat een steward van Wrexham bij ons bezoekje aan die club helemaal de lucht in had gepraat. Evans bleek waardeloos te zijn, maar was bizar genoeg de enige speler die een doelpunt maakte in de 1-0 overwinning van Wrexham op Hereford. Vandaar dat hij een held is. Doordat het wat donker was, was het lastig hem goed op de foto te krijgen, maar uiteindelijk heb ik toch zo’n vijf foto’s erbij voor mijn Stevie Evans verzamelalbum.
In de 70e minuut kwam hij er dan daadwerkelijk in en we gaven hem een staande ovatie. Vier minuten later scoorde York City de 1-0. Het was echter niet de fout van Evans, die goed stond opgesteld, maar even aan het nadenken was over zijn volgende geniale actie en daardoor niet tegelijkertijd bezig kon zijn met verdedigen. Nadat we daarna een kwartier lang mochten genieten van de Evans-show was de wedstrijd afgelopen. Uiteindelijk hadden we dus toch nog een doelpunt gezien. York City had meer dan terecht gewonnen, want het was de enige ploeg die wilde voetballen. Wrexham viel me zwaar tegen, maar toch zal ik het mooi vinden als beide ploegen uiteindelijk een stapje hoger maken naar de league. Want als je objectief kijkt zijn York City en Wrexham veel mooiere namen dan Macclesfield Town en Dagenham.
Geschreven door: Sir Stanley Matthews